De stemming thuis

Over rolpatronen hoor je tegenwoordig weinig meer, laat staan over seksespecifieke rolpatronen. Bestaan ze niet meer, is het verschijnsel uitgeroeid, of wordt het bestaan ervan niet meer erg gevonden? Niets van dit al: ze bestaan nog steeds, het wordt nog steeds erg gevonden, alleen de woorden zijn veranderd. Het gaat nu om de taakverdeling, die nog altijd ongelijk is, om 'zorgarbeid', waar mannen nog steeds nauwelijks toe te bewegen zijn, en om de combinatie van werk en zorg, die nog altijd zwaarder op vrouwen drukt. Het gaat dus nog steeds om dezelfde dingen.

Waar het zelden over gaat, en dat is een veel intrigerender onderwerp, is niet de verdeling van taken maar van stemmingen. In elke al dan niet huwelijkse verhouding ontstaat in de loop der tijd een verdeling van stemmingen, die echter niet overzichtelijk langs sekselijnen loopt. Vrouwen zijn niet altijd de mentaal opgeruimden en mannen de tobbers, om maar iets te noemen. Het kan variëren, maar eenmaal gegroeid krijgt de gemoedsverdeling iets onwrikbaars, alsof het de orde der dingen is die telkens weer, bij elke aangelegenheid, wordt opgeroepen. Zo kan de een steevast de lasten van kinderen benadrukken, en de ander de lusten. Zo gaat de een met een zwaar gemoed naar het werk, waarop de ander monter roept dat het toch fijn is dat ze niet werkloos zijn. Waar de een tot permanente somberheid is vervallen probeert de ander steevast de moed erin te houden. Voor beiden betekent dit een mentale onvrijheid die met de jaren sterker kan worden, omdat de tonen vaster raken en de toon van de ander irritanter en voorspelbaarder (het eigen geluid wordt meestal beleefd als een hoognodige correctie).

Dit gaat veel verder dan wie het huishouden doet. Maar omdat het niet de seksespecifieke helderheid heeft valt het niet als moreel of politiek issue te definiëren, tot een strijd voor meer vrouwelijke vrolijkheid in huis bijvoorbeeld, of tot een gelijkere verdeling van stemmingen. Toch zou er veel gewonnen zijn als niet de een zich altijd geroepen voelde om de moed erin te houden, en de ander om de grenzen te bewaken.

Als mensen iets meenemen uit hun ouderlijk huis dan zijn dat de grondhoudingen in het bestaan, het vertrouwen waarmee de wereld tegemoet wordt getreden. Of het wantrouwen: het gevoel dat het toch niet deugt, en nooit goed zal komen. Stemmingen horen bij families: families hebben zo hun gewoonten, hun verhalen, en ook hun stemmingen, de grondtoon waarmee de mensen en de lotgevallen bezien worden. Er zijn optimistische families, niet stuk te krijgen, waarin het motto 'waar een wil is is een weg' in de zielen gegrift staat. Problemen zijn er om op te lossen, of ze bestaan niet, of worden omgesmeed tot iets positiefs: tot iets waarvan bijvoorbeeld veel te leren valt. En je hebt de somberaars, de families waarvoor tegenslag en tekort de vertrouwde toon vormt, die afgestemd zijn op de schaduwzijden.

Beide stemmingen zijn, in onverdunde vorm, niet te harden. Het ijzeren optimisme kan de anders geaarde mensen volkomen doodslaan, terwijl de zwarte stemming een gevaar kan vormen voor het goede humeur en de daadkracht, en daarom - wegens besmettingsgevaar - soms krachtig geweerd moet worden. Maar de vertrouwde toon kun je hevig missen als hij wegvalt. Zo hoorde ik laatst het verhaal van een man die net toegetreden was tot een anders getoonzette familie. Ter gelegenheid van de verjaardag van de vader reisde de hele familie af naar het kasteel van zijn dromen, dat hij zijn kinderen en kleinkinderen wilde laten zien. De reis was lang, het weer warm, maar tenslotte bereikten ze de plaats van bestemming. Trots en tevreden liep de vader naar de toegangsdeur, die echter gesloten bleek te zijn. Hij trok wit weg, de dochters snelden ongerust toe, maar hij herstelde zich rap, en zei dat de tuinen ook prachtig waren. In een mum van tijd was het reisdoel verschoven: de tuinen, de prachtige tuinen, wat een genoegen om daarin rond te lopen. Geen vloek was gevallen, geen wanklank gehoord. Zelf afkomstig uit een familie waar noodlot en tegenslag de hoofdtoon vormden en gekanker het bijpassende geluid, was de man met stomheid geslagen en voelde zich verloren in een vreemde overmacht.

De vraag wiens stemming wint is, kortom, minstens zo belangrijk als wie de afwas doet.