De onderkant van Europa

Veldpost Europa, Ned.3, 19.59-20.32u.

Johan uit Eindhoven kocht iedere dag een kroketje bij Esmeralda. Ze is het leukste winkelmeisje van de Konmar. Nu weigert ze verliefd op Johan te worden. Omdat hij in een rolstoel zit. “Ik ben namelijk een carrièretype”, zegt Esmeralda. “Shit”, lacht Johan. Dus heeft hij maar een hondje gekocht.

Geluk is wat haalbaar is - dus niet zeuren alsjeblieft. Dat is het luchtig soort gelatenheid waarin de hoofdpersonen van VPRO's Veldpost goed zijn. Gestaalde optimisten zijn ze vaak. Want alles is al erg genoeg zoals het is.

In de serie van vorig jaar, die bekroond werd met de Zilveren Nipkowschijf, werden bewoners van Nederlandse achterstandswijken gevolgd. Bisschop Muskens deed daarin ook zijn roemruchte uitspraak dat armen desnoods een brood mogen stelen. Waarna het armoede-vraagstuk weer een onderwerp in de Nederlandse politiek werd.

Nu is Europa aan de beurt. Voor de nieuwe reeks die vanavond onder de titel Veldpost Europa begint, hebben de eindredacteuren Frans Bromet en Peter van Ingen jonge buitenlandse televisiemakers gevraagd tweewekelijks te berichten vanuit 'de onderkant' van Lille, Manchester, Oost-Berlijn en Sevilla. De opzet is verder gelijk aan die van de eerste reeks: stel je hoofdpersonen eventueel wat vragen maar laat hen het ritme van de serie bepalen. Registreer vooral.

Een Nederlandse ploeg doet in Veldpost Europa ook mee, vanuit Eindhoven, wat een goed middel tegen zelfgenoegzaamheid is. Wie na de eerste Veldpost-reeks nog denkt dat het in achterstandswijken 'bij ons' wel meevalt, kan bijvoorbeeld even letten op de overeenkomst tussen de voortuintjes in Eindhoven en Manchester. In zulke details is Veldpost goed.

De eerste aflevering komt vanuit Manchester, Eindhoven en Oost-Berlijn. Het is een kennismaking. Vanuit ieder land de symbolen van de slechte buurt: dichtgespijkerde ramen, rotzooi in de straten, grauwe gezichten, kale interieurs. Veel verband tussen de woonplaats, het land van de hoofdpersonen en hun weinig hoopvolle situatie is er nog niet. Maar zo werkt dat bij Veldpost, je moet maar afwachten wat de geportretteerden per aflevering willen loslaten.

Deel 1 maakt wel nieuwsgierig. Wat zoekt Kimberley, een frisse jonge meid met vrolijke benen, bij dat groepje jonge alcoholici in Manchester? Zij en haar vriendinnen zitten er als groupies bij. Maar nee, zegt Kimberley, ze heeft met niemand verkering.

En hoe opgewekt zal Gitti blijven, de eigenaresse van een van de laatste buurtwinkels in de Oost-Berlijnse wijk Schöneweide, als ze binnen enkele weken ook haar zaak moet sluiten? Al een paar jaar komt er iedere dag wel een klant om afscheid te nemen, vertelt ze. Die is dan weer ontslagen, en moet naar de goedkopere Aldi verderop. Nu is Gitti zelf aan de beurt voor de bijstand.

Eerst vertelt ze nog giechelend dat ze een boete van ruim 300 mark riskeert door met buurtbewoner Mario een biertje in haar winkel te drinken. Gezellig! Dan wijst ze even op haar borst. Omdat het einde van haar winkel “hierbinnen” heus wel pijn doet. “Links”, voegt ze er nog aan toe, alsof dat niet helemaal duidelijk was.

Het leven van de jongens in Manchester is al in deel 1 zo uitzichtloos dat je je afvraagt hoe ze de komende afleveringen van Veldpost Europa anders zouden kunnen doorbrengen dan zuipend of spuitend. Of stelend om te zuipen en te spuiten. Er komt een warrige vrouw langs die zegt dat ze moet scoren. “Dat bedoel ik”, zegt een van de jongens schouderophalend. “Dat is mijn tante”.

Ze blijven dus maar zitten, op hun rafelige tweezitsbank die iemand tussen het vuilnis in een voortuintje heeft gekwakt. Oja, ze vermaken zich best, hoor. Want ook in Manchester willen de Veldpost-hoofdpersonen niet zielig zijn. Dat maakt het juist zo wrang.