De consumenten liepen 27 miljard mis

Loonmatiging leidde tot voorspoed voor iedereen, behalve voor de loontrekkers die in een huurhuis wonen. Zij moesten hun magnetrons en wasmachines met geleend geld kopen.

DEN HAAG, 9 SEPT. Het poldermodel lijkt op het eerste gezicht louter winnaars te kennen met recordwinsten voor het bedrijfsleven, banen voor werknemers en extra belastinginkomsten voor de overheid. In werkelijkheid kent de veelbezongen overlegeconomie grote verliezers: de consumenten. En de grootste verliezers zijn de huurders zonder aandelen.

Nederland telt ongeveer 6 miljoen huishoudens en de helft daarvan heeft inmiddels een magnetron in de keuken, waarmee de snel-klaar-maaltijden uit de supermarkt worden opgewarmd.

De afgelopen jaren hebben consumenten miljarden uitgegeven voor de aanschaf van duurzame consumptiegoederen als auto's, wasmachines en televisies. Met deze bestedingen hebben zij de Nederlandse economie, die voor 60 procent afhankelijk is van de florerende export, een enorme extra impuls gegeven.

Maar waar doen ze het van? Niet van hun loon in elk geval. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een gisteren verschenen publicatie zijn de nettolonen gecorrigeerd voor inflatie nauwelijks gestegen. Met andere woorden: mensen met alleen een inkomen uit arbeid hebben niet geprofiteerd van de algemene welvaartsgroei onder het kabinet-Kok. De grote boosdoener is de veelgeprezen loonmatiging door de werknemers.

De loonmatiging geldt sinds het vermaarde Akkoord van Wassenaar in 1982 als het geheim van het succes van het 'poldermodel'. Door verlaging van de loonkosten wist Nederland zijn concurrentiepositie te verbeteren, herstelden bedrijven hun winsten en werd de banenmotor van zoveel benzine voorzien dat de officiële werkloosheid onlangs onder de 300.000 personen is gedoken. Het nieuwe kabinet Kok rekent vast op de blijvende welwillendheid van de vakbeweging en heeft voor de komende regeerperiode een jaarlijkse loonstijging van 1,5 procent ingeboekt.

De vakbonden, die al luidkeels hebben geprotesteerd tegen de in hun ogen te lage loonstijging van 1,5 procent, hebben nu extra reden om te mopperen. Vanaf 1992 daalde het aandeel van de huishoudens in het 'netto beschikbaar nationaal inkomen', zeg maar de nationale koek, van 80 tot 75 procent van het totaal. Daarmee zijn de consumenten omgerekend een bedrag van 27 miljard gulden misgelopen. En die consumenten in loondienst zijn de leden van de bonden, die dit najaar beslissen over hun inzet voor de CAO-onderhandelingen volgend jaar.

Rijst de vraag waarvan de consumenten dan al die dure spullen hebben gekocht. Het antwoord is simpel: met geld van de bank, zo blijkt uit het CBS-rapport. In 1997 nam het bedrag aan uitstaande woninghypotheken met 59 miljard toe tot 441 miljard gulden, een recordgroei. Zo'n 50 miljard gulden aan hypotheekgelden werd in 1996 en 1997 niet uitgegeven voor het huis, maar aan koopsompolissen, aandelen en voor een groot deel dus aan consumptie. Maar niet iedereen heeft dat kunnen doen, want ongeveer de helft van de Nederlanders huurt de eigen woning.

Pagina 20: Beurs maakt beleggers rijker

De beurshausse heeft de rijkdom van de aandeelbezitters en daarmee ook hun koopkracht vergroot. Het totale bedrag van aandelen in het bezit van particulieren is echter minder toegenomen dan de gestegen beurskoersen doen vermoeden. Het CBS maakt daaruit op dat een deel van de aandelenportefeuilles is verzilverd; aannemelijk is dat de verdiende contanten deels zijn geconsumeerd.

Wie hebben aandelen in Nederland? Een op de drie huishoudens, rapporteerde onderzoeksbureau NIPO onlangs. “Dat lijkt mij rijkelijk veel”, zegt CBS-econoom S. Keuning. “Dat zou twee keer zoveel zijn als wij twee jaar geleden sigaleerden.”

Niet bekend

Aangenomen dat woningbezitters ook de beleggers zijn, heeft ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking niet geprofiteerd van de welvaartsgroei. Onder hen bevinden zich ook mensen met een uitkering. Het aandeel van de uitkeringen in het 'netto beschikbaar nationaal inkomen' is gedaald. Voor een deel komt dat doordat het aantal mensen met een uitkering is afgenomen, voor een deel doordat de uitkeringen zijn achtergebleven bij de welvaartsgroei. De uitkeringen zijn weliswaar sinds 1995 weer gekoppeld aan de CAO-lonen, een belangrijk politiek punt voor de PvdA, maar delen daardoor ook het lot van de lonen.

De tijdelijke winnaars onder consumenten mogen dan de beleggers met het eigen huis zijn, de werkelijke winnaars zijn de ondernemingen. Hun aandeel in de nationale koek is fors gestegen en volgens het CBS blijft dat zo. “Voorheen zag je dat het aandeel van de ondernemingen in het netto beschikbaar nationaal inkomen schommelen met de conjunctuur, nu zie je dat hun aandeel structureel hoger ligt”, zegt Keuning.

Het kapitaal heeft zo op het oog dus meer gewonnen bij het poldermodel dan de arbeid. De werknemers kregen hun banen, maar stonden daarvoor hun welvaartsgroei af. Niet helemaal, zegt het CBS. Het achterblijven van de lonen komt ook doordat de Nederlander korter is gaan werken. Keuning: “En vrije tijd is ook een vorm van welvaart”.