De Appel verzorgt bloemlezing uit werk van Ionesco

Voorstelling: Ionesco/Hommage aan Jalta, door Toneelgroep De Appel. Regie 'Ionesco': Robert Prager. Spel: Sacha Bulthuis, Trudy Labij, Carol Linssen en Mirjam Stolwijk. Regie 'Hommage...': Sacha Bulthuis. Spel: Hubert Fermin. Gezien: 6/6 Appeltheater, Den Haag. Aldaar van 9 t/m 16/9; res. (070) 350 2200.

'Humor, ja! Maar met de middelen van de burleske. Het komische hard, overdreven, zonder tederheid...' Het klinkt modern, dit artistieke credo. En toch werd het veertig jaar geleden geformuleerd, door Eugène Ionesco. Zijn uitspraken, net als de stukken waarin hij ze realiseerde, dreigen in vergetelheid te raken. Ten onrechte, vindt Robert Prager, acteur bij de Haagse toneelgroep De Appel. Prager verzamelde een reeks fragmenten uit het werk van de Roemeens-Franse schrijver, smeedde ze kunstig aaneen en zorgde zelf voor de regie.

In een piepklein zaaltje zonder zitplaatsen spelen Sacha Bulthuis en Carol Linssen een dame en een heer die beleefd met elkaar converseren. Ze kennen elkaar ergens van, maar hun geheugen hapert. Totdat ze na veel gedoe ontdekken dat ze in dezelfde straat en op hetzelfde nummer wonen. Ze zijn dus met elkaar getrouwd - en danig van elkaar vervreemd. Dat komt door hun gepraat in louter holle frasen.

Na deze scène uit De kale zangeres mogen we door naar een grotere zaal. Twee ziekenhuisbedden geven de ruimte het aanzien van een kliniek. Een dochter (Mirjam Stolwijk) duwt haar moeder (Bulthuis, alweer) in een rolstoel naar binnen en wil rechtsomkeert maken. De moeder voelt zich verraden, ze krijst. Later zit de dochter in de rolstoel. Ook zij heeft zich eens verraden gevoeld, zo blijkt uit hun rollenspel waarbij de één de tekst van de ander woord voor woord herhaalt.

Die eindeloze herhalingen, in alle gekozen fragmenten, werken lachlustopwekkend. Maar het is een grimlach die het publiek produceert: de schrijver laat immers geen tederheid toe. In plaats daarvan creëert hij een wereld waarin niemand de ander kan vertrouwen, waarin zelfs niemand zichzelf kan vertrouwen omdat men zichzelf niet meer kent. Ionesco's personages zijn ziek en bang en vatbaar voor manipulaties, en zo komen ze terecht in situaties en op plekken waar ze helemaal niet wìllen zijn. De deuren van de kliniek gaan op slot en wie zich nog durft te verzetten krijgt van de dokter een dodelijk spuitje.

De zelden gespeelde stukken l'Homme aux valises en Jeux de Massacre versmelten in Pragers enscenering tot een nieuw drama dat hier en daar zowaar choqueert. Eén van de verdwaalde zielen houdt een pleidooi voor zichzelf; ze is gek, dat kan niet anders, maar ze prijst haar dijen aan en haar borsten en haar pulserende bloed. Ze prikt in haar vinger en zuigt het bloed gretig op, want er is verder geen mens die het lust. Trudy Labij, toch niet meer de jongste, speelt deze monoloog angstaanjagend strak en direct.

Verschillende Appel-acteurs krijgen de kans zelf een productie te maken: na de pauze regisseert Bulthuis haar collega Hubert Fermin. Een man komt op in een duister decor. Er zit, op borsthoogte, een lelijk gat in zijn shirt. Ook op zijn rug zit zo'n gat: de kogel moet dwars door het lijf zijn gegaan. Ja, de man is het slachtoffer van een misdrijf en kennelijk bevindt hij zich nu in het rijk van de doden.

Daar probeert hij de moord te reconstrueren aan de hand van bandopnames met de verklaringen van vier getuigen. Elk van hen zou de moordenaar kunnen zijn: op wie onze verdenking valt is een kwestie van persoonlijke smaak. Waarmee de makers misschien willen zeggen dat een oordeel nooit eerlijk kan zijn, een feit nooit een feit en waarheid nooit algemeengeldend. De tekst, het gedicht 'Hommage aan Jalta' van Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky, is in elk geval zwaar filosofisch - en te moeilijk voor Hubert Fermin. Het lukt hem niet om de woorden zeggingskracht te verlenen en daarom keren we in gedachten snel terug naar de geestige griezelkosmos van Prager en Ionesco.