Azen op de pot met pensioenhoning

ROTTERDAM, 9 SEPT. “Op tafel staat een grote pot met honing en de bijen naderen”. Voorzitter C. van Rees van de overkoepelende stichting van de pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen werken zou blij zijn als er duidelijkheid komt over de vraag: wie is eigendom van de formidabele vermogens in de pensioenkassen.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen zoekt leden, en geld, om proefprocessen te beginnen tegen pensioenfondsen die overtollig vermogen uitkeren aan hun werkgever.

De rendementen van de beleggers van de fondsen gingen de afgelopen jaren ver uit boven wat, gegeven de wiskundige normen, nodig is voor de financiering van de pensioenrechten. In 1997 was het rendement van het gemiddelde pensioenfonds 15,8 procent, een percentage dat overeenkomt met zo'n 100 miljard gulden. Eind juni beheerden de pensioenfondsen samen 750 miljard gulden.

De rendementspiek heeft verschillende pensioenfondsen die voor specifieke ondernemingen werken een luxe-probleem bezorgd. Zij hebben met name op hun substantiële aandelenbeleggingen gouden tijden beleefd. Bij de risicomijdender beleggende pensioenfondsen voor complete bedrijfstakken lijken de gouden bergen overigens meer op molshopen.

Moeten de ondernemingspensioenfondsen maar vermogen blijven opbouwen boven de bedragen die nodig zijn voor de pensioenregeling of wordt het tijd om een deel van het geld uit te keren? Als vermogen wordt uitgekeerd, aan wie dan? De werkgever, de werknemer, de gepensioneerden, de weduwen, ex-werknemers die wel premie hebben betaald?

Afgaand op de bedragen die met terugbetaling zijn gemoeid, kunnen de pensioenfondsen van Unilever en Philips het eerst onder vuur komen. Het Unilever pensioenfonds wil in tranches jaarlijks 350 miljoen gulden vermogen uitkeren (tot een totaal van 2 miljard), bij Philips Pensioenfonds kan het om zo'n 300 miljoen gulden gaan.

Het Unilever pensioenfonds ziet een proefproces met vertrouwen tegemoet. “Wij hebben in alle opzichten rekening gehouden met de belangen van werknemers en pensioengerechtigden”, zegt een woordvoerder. In slechte tijden staat Unilever garant voor de pensioenuitbetalingen, terwijl bij de vaststelling van de uitkering van de reserves eerst financiële buffers zijn aangelegd tegen bijvoorbeeld scherpe koersdalingen op de aandelenmarkten.

Een teruggave door het Philips Pensioenfonds vloeit voort uit de financieringsovereenkomst tussen Philips en het fonds, die is goedgekeurd door de Verzekeringskamer, vertelt een woordvoerder. Daarbij is overeengekomen dat Philips een toeslag betaalt op zijn pensioenpremie als het vermogen van het pensioenfonds minder is dan 105 procent van de pensioenvoorziening, de zogeheten dekkingsgraad.

“Het bestuur van de pensioenfondsen is samengesteld uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgever. Dat geeft de werknemers een veto”, zegt Van Rees, in het dagelijks leven directeur van het Shell Pensioenfonds.

Hij waarschuwt tegen ongelijke verhoudingen. De werkgever betaalt meestal het grootste deel van de premie. “Wanneer geld over is, en dat geld terugvloeit naar werknemers of gepensioneerden, is dat niet goed voor de motivatie van de werkgever om genereus premie te betalen.”

De beste troef van Unilever, en andere fondsen, is een arrest van de Hoge Raad, van enkele jaren geleden. Die legde vast dat werknemers van verkochte dochter Bensdorp geen claim hadden op overtollige pensioenreserves.