Amsterdam centraal zonder rafelrand

De maat was vol voor de ordehandhavers in het Amsterdamse Centraal Station. Een 'schoonmaakactie' ten koste van junkies en zwervers heeft resultaat opgeleverd. Duim omhoog van de veelgeplaagde treinreiziger.

AMSTERDAM, 9 SEPT. In de hal van het Centraal Station spreekt een verwarde vrouw op luide toon tegen een denkbeeldige figuur. Over dat ze toch zeker wel mag roken en dat ze echt niet hoeft op te schieten. “Kom maar even mee naar buiten” zegt een agent van de spoorwegpolitie terwijl hij een arm om haar heen slaat. “Het klinkt zo hard hier in de hal. Daar word ik zo kriebelig van.” De vrouw is geen bekende van de agent. Hij komt van de spoorwegpolitie uit Zwolle, maar is tijdelijk ingehuurd voor het permanent bewaken van het Centraal Station in Amsterdam.

Sinds gistermiddag houdt de spoorwegpolitie vierentwintig uur per dag een toegangscontrole bij de ingangen van het Centraal Station. De spoorwegpolitie had altijd al een post in het Centraal Station, maar om de druk op junks, zwervers en dealers tijdelijk “even flink op te voeren” is ook een beroep gedaan op collega's ut Zwolle, Amersfoort en Utrecht. Wie niet kan aantonen dat hij reiziger is of een bezoeker van een van de winkeltjes wordt vriendelijk verzocht het station te verlaten. Vrijwel alle reizigers kunnen ongestoord doorlopen. Alleen zij die in de ogen van de agenten tot de doelgroep van dealers, junks en zwervers behoren moeten een kaartje laten zien.

“Wat is er aan de hand?” probeert een zwarte jongen nog. Twee agenten hebben hem een tijdje gevolgd. Maar al snel druipt hij af. Net als de man die zich met een slaapzak tegen een sokkenwinkel heeft genesteld. Het heeft iets vreemds - het centraal station van de hoofdstad zonder rafelfiguren. Geen zwerver die zich de slaap uit de ogen wrijft, geen dealers die hun onrustige ronde ijsberen en geen junks die aan reizigers een gulden vragen omdat ze net niet genoeg geld hebben voor een treinkaartje naar hun moeder.

“Mooi geworden, hè?”, zegt regiodirecteur Randstad Noord van de Nederlandse Spoorwegen, F. Reitsma. “We willen duidelijk maken dat de grens is bereikt. Daarom hebben we tijdelijk even wat back-up nodig”, aldus Reitsma. Passagiers van de spoorwegen voelden zich met name aan de oostelijke kant van het centraal station onveilig. Dat is de kant waar ook de tippelprostituees zich ophouden en waar junks en dealers hun handel drijven. Bij slecht weer staan ze vooral bij de ingangen. “We willen voorkomen dat de problemen zich helemaal naar binnen verplaatsen.”

Ook burgemeester Patijn maakt zich grote zorgen om de drugsoverlast rondom het Centraal Station. Hij wil dat de politie een permanente post inricht, waar dan ook de spoorwegpolitie en het metroteam onder zullen vallen.

Vandaag zijn de agenten van de spoorwegpolitie met schouderklopjes en opgestoken duimen door passagiers begroet. “Dat maakt het werk leuk”, zegt een agent die bij de ingang aan de oostelijke zijde staat. Al weet hij ook wel dat de actie het effect heeft van een tube tandpasta heeft: je knijpt hier en het komt er daar weer uit. Eerder hielden de dealers en junks zich bijvoorbeeld op bij het metrostation op de Nieuwmarkt. Maar de agent heeft geen idee waarnaar de overlast zich zal verplaatsen. “Uit het zicht is uit het zicht.”