Van alle kanten belaagd

Sinds zijn publieke bekentenis van een 'ongepaste relatie' met de ambtelijk ondergeschikte Monica Lewinsky heeft president Clinton zijn mij-krijgen-jullie-niet-bravoure geheel verloren en is hij in de greep van een mentale benauwdheid geraakt die nu heel zijn doen en laten beheerst. In Moskou maakte hij een aangeslagen indruk, in Dublin ging hij met onvaste stem in op de kritiek die het thuisfront hem had nagestuurd en op de terugweg zakte zijn stemming volgens de meereizende gemoedstoestandexperts nog verder toen hij las dat diverse geestverwante senatoren met meer dan retorische aandrang zijn hoofd hadden geëist. Hoe zou iemand na zoveel tegenwind nog vrolijk en levenslustig uit zijn oogspleten kunnen kijken?

De onheilstijdingen die Clinton tijdens zijn reis bereikten zijn nog maar een flauwe voorafschaduwing van het grote gevecht dat hem aan het einde van deze maand in Washington te wachten staat. Bij de inkomende post die zich in zijn afwezigheid heeft opgehoopt, bevinden zich de aankondigingen van de senatoren Lieberman (Democraat, Connecticut) en Moynihan (idem, New York) dat de Senaat zich vrij en onverveerd over Clintons gedrag zal uitspreken als het uiteindelijk op een impeachmentdebat mocht uitdraaien. Vooral Moynihans interventie moet Clinton te denken geven. De senator van New York laat zich nog maar zelden horen, maar als hij dat doet zit hem iets heel hoog. Moynihan is jarenlang een senator van kaliber geweest, een volksvertegenwoordiger die overwegend vooruitstrevende standpunten verdedigde en die tot de belangrijkste steunpilaren van Clintons wetgevingsprogramma in de Senaat behoorde. Als zulke vrienden hun biezen pakken begint het er voor Clinton slecht uit te zien.

Hoewel Clintons gevaarlijkste tegenstander, de aanklager Kenneth Starr, zijn kaarten nog stevig voor zich houdt, laten diens medewerkers, al dan niet in strijd met de wet, maar volgens het geijkte patroon van lekken en ontkennen, elke dag bij stukjes en beetjes nieuwe geluiden ontsnappen die erop wijzen dat het nu werkelijk menens wordt. Ook die aankondigingen hebben een vast patroon: ze komen uit de koker van anonieme insiders die veel suggereren maar zich voornamelijk uitdrukken in omschrijvende kwalificaties. Zo liet de Washington Post van afgelopen zondag medewerkers van Starr (plaatsvervangende onafhankelijke aanklagers die het leeuwendeel van het rapport schrijven) zeggen dat Starr van plan is nog veel meer 'expliciete' bijzonderheden te publiceren over de seksuele techniek van de president. Die bijzonderheden zouden ontleend zijn aan de verklaringen die Clinton voor de Grand Jury heeft afgelegd. Eveneens anonieme adviseurs van de president, die de tekst of delen daarvan al hebben gelezen, verklaarden op hun beurt dat het rapport van Starr nieuwe pijnlijke onthullingen zal bevatten. Volgens de ene bron wordt het een 'vernietigend', volgens een andere een 'verwoestend' rapport. Volgens de berichten in de doorgaans behoedzame New York Times en de Washington Post beschikt Starr namelijk over tot nu toe geheim gebleven informatie die de geloofwaardigheid van Clintons verklaringen voor de Grand Jury nog verder zou kunnen aantasten.

Dat neemt niet weg dat ook de openbare aanklager een handicap heeft die niet uit het oog mag worden verloren: hij is er zelf niet bij geweest. Starr moet afgaan op getuigenissen van Lewinsky, wier woord tegenover dat van Clinton staat en verder op verklaringen van derden. Geen van die laatste getuigen hebben, om zo te zeggen, als ooggetuigen op de rand van het bed gezeten. Daar staat tegenover dat Clinton in de eerdere rechtszaken waarin hij betrokken is geweest te veel verklaringen van een twijfelachtig waarheidsgehalte heeft afgelegd, die hem opnieuw parten kunnen spelen. Zo is hij nog niet klaar met Paula Jones, die na zijn bekentenis over Lewinsky, op een heropening van haar zaak aanstuurt. Maar het is ook niet uitgesloten dat hij de rechter die Jones' vorderingen heeft afgewezen, opnieuw tegenkomt, omdat deze in het licht van diezelfde bekentenis eventueel nog nadere vragen over Clintons verklaringen wil stellen. Het is geen wonder dat iemand die van zoveel kanten tegelijk belaagd wordt, niet meer geheel monter uit zijn ogen kijkt.

De zwaarste constitutionele straf die de Amerikaanse president boven het hoofd hangt is afzetting, maar dat dramatische schouwspel zal de wereld niet te zien krijgen, want Clinton zal het daarop niet laten aankomen. Voordat de publieke lijdensweg van de Amerikaanse president dat uiterste stadium bereikt zal hij ongetwijfeld tot het inzicht zijn gekomen, dat hij beter het voorbeeld van president Nixon kan volgen en zelf afstand kan doen dan daartoe gedwongen te worden. Die onvermijdelijke oplossing bespaart Amerika een nieuw trauma en het Congres c.q. de Senaat de verlegenheid Clinton en Lewinsky nog eens (maar dan in het openbaar) te moeten ondervragen - met alle bizarre herhaling van smeuïge en onsmakelijke technische onthullingen van dien.

De misère die Clinton over zich heeft afgeroepen illustreert intussen het institutionele machtsverlies dat het Amerikaanse presidentschap sinds de val van Richard Nixon heeft geleden. Nixon kon de Special Prosecutor Archibald Cox, die benoemd was om de strafrechtelijke vergrijpen in de Watergatezaak te vervolgen, nog ontslaan, al zou hij daaraan weinig plezier beleven. Die ingreep kostte hem niet alleen zijn minister van Justitie, die uit protest zijn ontslag nam, maar ondermijnde ook de machtsbasis van het presidentschap. Die Saturday Night Massacre (20 oktober 1973) effende uiteindelijk de weg voor de benoeming van een van de regering onafhankelijke aanklager, de Independent Counsel, die zijn opdrachten van het Congres krijgt en wiens bevoegdheden bij wet zijn geregeld (Independent Counsel Act). De Amerikaanse Senaat kwam door de halsstarrigheid van Nixon zelfs even in de verleiding van zijn dwangbevoegdheid gebruik te maken en de president door de sergeant-at-arms van de Senaat te laten arresteren om deze voor de 'bar' van de Senaat te slepen wegens 'minachting van het parlement'. Op grond van onhaalbaarheid werd de missie echter afgeblazen. De Senaat zag ervan af, omdat de sergeant-at-arms hoogstwaarschijnlijk niet tot het Witte Huis zou worden toegelaten en de kans liep te worden neergeschoten als hij zich van zijn taak zou kwijten.