Tribunaal: niet nalatig bij dood van Serviër

DEN HAAG, 8 SEPT. Het Haagse tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië moet naar aanleiding van het overlijden van de gedetineerde Milan Kovacevic op 1 augustus de procedures bij medische noodgevallen verbeteren. Maar zijn dood was op zich geen gevolg van nalatigheid.

Dat schrijft de Portugese rechter Almiro Rodrigues, die een intern onderzoek van het tribunaal naar de dood van Bosnische Serviër Kovacevic leidde. De 57-jarige anaesthesist Kovacevic stierf op 1 augustus aan het openbarsten van een aneurysme van de aorta (slagaderzwelling) in zijn buik. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport, dat gisteren openbaar werd.

Woordvoerder Chartier van het tribunaal zei dat medici bij Kovacevic' komst naar Den Haag, in juli vorig jaar, al constateerden dat hij een slagaderzwelling had. Zijn medische toestand was evenwel zo slecht dat een operatie was uitgesloten. Wel zou hij fit genoeg zijn om terecht te staan.

Op de dag van zijn dood klaagde Kovacevic rond kwart over twee 's nachts over pijn. Het kostte de bewakers 35 minuten om een arts te bereiken, die pas een uur na de klacht arriveerde. Te traag, zo erkent het tribunaal. De arts was het eens met de zelfdiagnose van Kovacevic: de pijn zou te wijten zijn aan een nierprobleem. Hij gaf hem een pijnstiller. 's Ochtends om kwart over negen constateerde een bewaker dat Kovacevic opnieuw hevige pijn had. Een ambulance werd gebeld en een arts probeerden hem tevergeefs in leven te houden. De Bosnische Serviër stierf binnen een half uur.

Milan Kovacevic werd in juli vorig jaar aangehouden door Britse SFOR-troepen in de Bosnische stad Prijedor, waar hij directeur was van het ziekenhuis. Het was in Bosnië voor het eerst dat een verdachte oorlogsmisdadiger met geweld werd opgepakt. Kovacevic stond terecht wegens genocide. Hij zou mede leiding hebben gegeven aan de extreem bloedige etnische zuiveringen in Noordwest-Bosnië. Zijn zaak was bij zijn dood net van start gegaan.

Kovacevic is de tweede Serviër die overleed in het huis van bewaring van de Verenigde Naties in Scheveningen.(Reuters)