Topman EZ op het matje; Jorritsma: eerst minister dan de media

DEN HAAG, 8 SEPT. S. van Wijnbergen, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, moet voortaan bij zijn minister, Jorritsma, melden dat hij in de media iets gaat zeggen over het economisch beleid.

Ook wat hij wil gaan zeggen, dient hij aan de minister voor te leggen. Dat hebben Van Wijnbergen en Jorritsma gisteren afgesproken. Van een spreekverbod voor de secretaris-generaal is echter geen sprake, zei de woordvoerder van het ministerie vanmorgen.

De minister had Van Wijnbergen bij zich geroepen naar aanleiding van zijn uitlatingen in de jongste nieuwsbrief van de PvdA. Daarin liet hij weten dat het regeerakkoord te weinig rekening houdt met de risico's die de crises in Azië en Rusland voor de Nederlandse economie kunnen betekenen. Hij noemde het 'behoedzame scenario' van het kabinet “niet behoedzaam genoeg”.

De opmerkingen kregen veel aandacht van de media. M. Rabbae, Tweede-Kamerlid voor GroenLinks, kondigde mondelinge vragen aan. Mede naar aanleiding van de commotie liet de minister haar hoogste ambtenaar bij zich komen. Die kwam eerder dit jaar al in de publiciteit met uitspraken die niet helemaal het kabinetsbeleid leken te dekken.

Overigens waren de uitspraken van dit weekeinde min of meer een herhaling van de uitlatingen die Van Wijnbergen een week eerder in dezelfde PvdA-nieuwsbrief had gedaan. Toen had hij er echter aan toegevoegd dat door de genoemde crises het kabinet zijn ambities diende bij te stellen. “Voor 1999 staan er al veel extra uitgaven op het programma. Deze ambities zijn gezien de economische situatie die ons te wachten staat te optimistisch en moeten worden bijgesteld”, aldus Van Wijnbergen, die door de redactie naar zijn visie op toekomstige economische ontwikkelingen was gevraagd.

Deze uitspraken hadden in PvdA-kring tot irritaties geleid, onder meer bij premier Kok, zo verklaarde T. Wallaart, hoofdredacteur van de nieuwsbrief 'PvdA-Vlugschrift' vanmorgen. Maar ook Van Wijnbergen zelf was er niet ingenomen mee. Kort na het verschijnen van het Vlugschrift liet Van Wijnbergen de redactie weten dat de aan hem toegeschreven citaten niet klopten. Op 3 september stuurde de redactie een mededeling naar alle abonnees, dat er “grove onjuistheden” waren geslopen in de bijdrage van Van Wijnbergen en dat deze bijdrage in volle omvang werd teruggetrokken. “In het Vlugschrift van aanstaande zaterdag kunt u zijn ware verhaal teruglezen.”

Volgens de regels die het vorige kabinet in mei van dit jaar voor contacten tussen rijksambtenaren en de pers opstelde, kunnen deze alleen plaatsvinden na goedvinden van de minister of een daarvoor aangewezen ambtenaar. De ambtenaar dient zich van uitlatingen in de pers te onthouden die zijn eigen functioneren of dat van de rijksdienst in de weg staan.