Taal der liefde

Een vader van middelbare leeftijd spreekt over zijn zonen: “Op de basisschool was er niet zoveel aan de hand behalve dan de vele hobby's die ze hadden.” Na zo'n uitspraak voorziet de geoefende kijker donkere wolken. Er komt dan een exposé over jongens die liefhebberden in het bestelen van bejaarden of het ongevraagde liefkozen van vrouwen.

Maar Erik Couzijn figureert in een documentaire over prijzen die worden uitgereikt, De Prijs (EO). Hij heeft een medaille van de Jonge Onderzoekers gewonnen voor zijn testmethoden van een traploze versnelling, gemaakt met twee kegels. Via een radiozender worden de gegevens van motor en wielen doorgegeven aan de computer. Hij heeft het zelf in elkaar gezet en geprogrammeerd. Voor zijn eindexamen had hij drie achten, twee negens en vier tienen. Dan nog een paar andere prijzen, de beddenrace, de viswedstrijd, het standwerkersconcours, de Bird Award voor jazz. Goed idee van IDTV maar met te veel prijzen in één uitzending geperst. Door de vaart worden interessante details aan het oog onttrokken. De angst voor verveling van de kijker maakt televisie saaier.

Even probleemloos maar vrolijker en poëtischer was de herhalingsuitzending van O Amor Natural, een briljante documentaire over erotische gedichten van de Braziliaanse Catullus, Carlos Drummond de Andrade. Heddy Honigmann legt de warme ziel van Brazilië bloot door oude mannen en vrouwen gedeelten uit die poëzie te laten voorlezen. Ze doen dat met veel overgave en voorleestalent. En dan komen de verhalen over hun eigen liefdeservaringen, vroeger. Oude vrouwen vertellen elkaar hun amoureuze avonturen. Mannen bekennen.

Bij zo'n film blijken de voordelen van ondertiteling, want de kijker kan de klanken van de Portugese poëzie horen en er met enige Latijnse of Franse scholing woorden uit halen. Op de BBC of Duitsland zouden de sprankelende zinnen achter het scherm van een effen commentaarstem zijn gezet. Filoloog en Braziliëkenner August Willemsen zorgde voor de ondertiteling. Leve het Nederlandse cosmopolitisme. de zelfmoordtoren de dood van de harpoenier in de bilwelvende kosmos Wat een contrast met de Hollandse platheid van Sex voor de Buch, dat achter de decoder hoort. Een vrouw wil naakt bungeejumpen en zei gisteren: Jezelf strelen, dan kom ik klaar. hartstikke geinig natuurlijk. Van de eros belandde ik in het bewolkte getob over man-vrouw-problemen in een NRCV-film over de macho's bij het Israelische leger, Heb jij wel eens iemand gedood?. Het kostte de verslaggeefster moeite om de soldaten na een maand filmen op vrouwonvriendelijk gedrag te betrappen. Ja, ze zeiden allemaal dat ze het nooit goed zouden vinden als hun vrouw vier weken uit filmen ging en zij voor de kinderen moesten zorgen. Het klonk ouderwets, maar schokkend, nee.

De mannen waren geen jonge Rambo's maar reservisten, brave huisvaders van in de veertig die regelmatig op herhalingsoefening gingen. Ze vonden het leuk, zo'n ontsnapping aan de dagelijkse sleur. Zo konden ze hun vetkussens eraf trainen. Er ging weinig dreiging van uit. “Door je vechtlust voel je dat je leeft”, zei een reservist. “Als je ophoudt, sterf je. We vereeuwigen onszelf in lange marsen. Het is telkens spannend om te weten of je de opdracht nog kunt uitvoeren.” Ze waren graag met mannen alleen. Dat was minder intiem dan vrouwen onder elkaar, bekenden ze, maar het gaat erom dat ze samen iets doen. Volgens de moderne orthodoxie is dergelijke kameraadschap bedenkelijk maar in een oorlog is ze de enige motivatie om te vechten. Het zal haar niet zijn meegevallen als enige vrouw tussen de mannen maar nadat ik de drie kwartier had uitgezeten, kon ik moeilijk haar eindcommentaar ondersteunen: “Na een maand zijn ze door een groot en gevaarlijk dier opgeslokt, het leger.”