Spraakverwarring kenmerkt Celebici-proces

Vorige week eindigde bij het VN-tribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag het Celebici-proces. De uitspraak zal nog geruime tijd op zich laten wachten.

DEN HAAG, 8 SEPT. Op de dag van de eerste zitting, vorig jaar maart, kreeg het Celebici-proces in het Haagse tribunaal voor het voormalige Joegoslavië direct te maken met uitstel: de rechtszaal moest worden ontruimd wegens een bommelding. Het was niet het laatste uitstel tijdens het uiteindelijk achttien maanden durende proces.

Een verzoek tot tijdelijke invrijheidstelling van de vier verdachten werd afgewezen wegens vluchtgevaar. Ook lukte het de openbare aanklager een verzoek van tafel te krijgen tot afzonderlijke berechting van de vier. Veel getuigen - in totaal werden er 105 gehoord - zouden in dat geval meerdere keren moeten worden ondervraagd, terwijl de aanklager juist naar een snellere afwikkeling van de processen streeft. Het proces liep niettemin veel vertraging op door extra voorbereidingstijd voor de verdediging, ziekte van rechters en verdachten en wisseling van advocaten.

De politieke lading van het proces, het eerste waarin Bosnische moslims terecht staan, is groot. Formeel is het tribunaal neutraal, maar de partijen in het Bosnische conflict hebben het herhaaldelijk beschuldigd van partijdigheid. Met het Celebici-proces hoopt het tribunaal zijn reputatie van onafhankelijkheid te versterken.

In het gevangenkamp Celebici werden tussen maart en december 1992 meer dan 500 Bosnische Serviërs vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Getuigenverklaringen bevatten tientallen beschrijvingen van moord en marteling, waarbij de vier verdachten - de Bosnische moslims Zejnil Delalic, Hazim Delic, Esad Landzo en de Bosnische Kroaat Zdravko Mucic - betrokken waren. “Landzo duwde een lucifer onder de duimnagel van het slachtoffer. De wond begon te zweren en de nagel viel eraf”, meldt de aanklacht. “Delic nam een elektrische pook voor vee mee naar de hangar, om de gevangenen schokken toe te brengen.” Alle vier beklaagden verklaarden onschuldig te zijn en leken zich in de rechtszaal niet veel zorgen te maken over de uitkomst van het proces.

De openbare aanklager wil niet alleen bewijzen dat de verdachten de bewuste misdaden hebben begaan, maar tevens aantonen dat de omstandigheden waaronder de misdrijven plaatshadden veroordeling op grond van de Geneefse Conventies mogelijk maken. Daartoe moet er onder andere sprake zijn van een internationaal gewapend conflict, iets wat tot nog toe in geen enkel proces in het Joegoslavië-tribunaal is aangetoond. In het Celebici-proces heeft de openbare aanklager bovendien geprobeerd aan te tonen dat drie verdachten, commandanten Mucic en Delalic en plaatsvervangend commandant Delic, uit hoofde van hun positie verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor misdaden van hun ondergeschikten.

Het proces heeft daardoor niet alleen een politieke en morele, maar ook een grote juridische betekenis. Het succes van het Haagse tribunaal mag dan een belangrijke inspiratiebron zijn geweest voor de oprichting van een Internationale Strafhof in Rome deze zomer, het recht dat daar gesproken moet worden staat nog in de kinderschoenen. De jurisprudentie is beperkt. Ieder afgerond proces in Den Haag levert een bijdrage aan de verdere uitbouw van het internationale strafrecht.

Die uitbouw gaat gepaard met spraakverwarringen. De drie rechters komen van verschillende continenten en ook de stijl en het referentiekader van de advocaten lopen sterk uiteen. De Amerikaanse advocaten lijken met hun gloedvolle pleidooien zo weggelopen uit de bioscoop. Hun collegae uit Belgrado hebben in al hun welbespraaktheid duidelijk nog nooit gehoord van publiekgericht spreken.

Een Britse advocaat - ook op het continent getooid met pruik - heeft daarvoor wel gevoel en verbetert met een zweem droge humor een fout in het Engels van de openbare aanklager. Zelf verwijst hij in gebroken Frans naar de Franse versie van het statuut van het tribunaal. De openbare aanklager leidt uit het begrip wilful killing (opzettelijke doodslag) in de Engelse versie recklessness (roekeloosheid) af, een interpretatie die veroordeling makkelijk maakt. Volgens de advocaat is dit niet verenigbaar met de Franse versie die spreekt van homicide intentionel.

Het is de verdediging die voordeel heeft bij dit juridische Babel. In het troebele water van de oorlogschaos is het goed vissen naar argumenten om de beschuldigingen in twijfel te trekken. Hoeveel waarde valt te hechten aan getuigen - veelal getraumatiseerd en in de war - die zich vijf jaar na dato vaak niet precies meer herinneren hoe en wanneer iets plaatshad en zichzelf en elkaar niet zelden tegenspreken? Hoe toon je aan dat een verdachte een superieur was, dat hij een hoge rang had en over genoeg gezag beschikte om een eind te maken aan de misdaden van zijn ondergeschikten, als er geen duidelijke militaire hiërarchie bestond waar ze deel van uitmaakten? Welke nationaliteit hadden de gevangenen en de bewakers op het moment dat de misdaden werden begaan? Was er gedurende het bestaan van het kamp sprake van een burgeroorlog of van een internationaal conflict? Met dergelijke vragen probeert de verdediging aan te tonen dat de Geneefse Conventie en andere bronnen van internationaal recht niet van toepassing zijn op het Bosnische conflict.

Voor ongeschoolde oren klinkt het nogal vergezocht. Maar sofismes of niet, aan de openbare aanklager de taak uit het chaotische oorlogsverleden boven elke twijfel verheven bewijs aan te dragen voor de schuld van de beklaagden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze zijn 300 (annexen niet meegerekend) bladzijden tellende einduiteenzetting begint met een beroep op het gezond verstand. “Als juristen raken we soms verward in complexe en kunstmatige analyses.(..) Zulke redeneringen kunnen in eerste instantie plausibel lijken, maar vaak wordt hun kunstmatigheid duidelijk als ze worden getoetst aan wat in het dagelijks leven wordt gezien als realistisch.”