Slagwerker moet takje op het juiste moment breken

Internationale Gaudeamus Muziekweek 1998. Nieuw Ensemble o.l.v. Micha Hamel en Doelen Ensemble o.l.v. Arie van Beek. Gehoord: 6, 7/9 Amsterdam.

De Gaudeamus Muziekweek 1998, die voortduurt tot en met het komende weekeinde, presenteert dertig werken uit twaalf landen, waarvan zeven van Nederlandse hand. Vijftien stukken werden geselecteerd door een jury bestaande uit Richard Barrett, Younghi Pagh-Paan en Jacob ter Veldhuis. Zij dingen mee naar de Gaudeaumus Prijs van 10.000 gulden, waarmee een werk voor de muziekweek in 1999 kan worden gecomponeerd. Zondagavond werden de inzendingen gecombineerd met het resultaat van een componistenworkshop bij het Nieuw Ensemble en maandagavond met die van het project 'Het Eerste Doel', bij het zo mogelijk nog enthousiaster musicerend Doelen Ensemble.

Bij het Nieuw Ensemble sprong Of Sepia eruit, een compositie van de naar de Verenigde Staten geëmigreerde Armeniër Petros Ovsepyan. Hij hield het bij enkele klanken en geruis, ongeveer één per bladzijde en dynamisch volstrekt onvoorspelbaar. Meteen ontstaat een andere luisterinstelling, het overbehoedzaam opzij leggen van de bladen door de dirigent is dan even opwindend als het zicht op de slagwerker die na lang wachten exact op tijd een takje doormidden breekt. Zo ontstaat abstract muziektheater, of de componist dat nu wil of niet.

Twee werken solliciteerden zondagavond in Felix Meritis naar de Gaudeaumus Prijs: History van de Amerikaan Erik Ulman, een doorwrochte lange compositie gebaseerd op de structuren van de Canti van Ezra Pound en Kantak van de Spanjaard Gabriël Erkoreka, een heel wat puntiger concert voor piccolo en klein ensemble dat uitgaat van Baskische elementen. Opmerkelijk is de polyfone opzet, alle instrumenten behouden hun melodische karakteristiek. Meestal bieden de cadensen eenzijdig vuurwerk, maar Erkoreka weet ook dan muzikaal iets over te dragen, daarbij sterk profiterend van het fraaie piccolospel van Harrie Starreveld.

Bij het Doelen Ensemble, maandag in de Beurs van Berlage, ging het ook om een kamerconcertje. Componist Sander Germanus blies zelf de altsaxofoonsolo. De compositie ontpopte zich als een nogal chaotisch stuk waar eenvoudigweg te veel in is gestopt, maar dat voor zich inneemt door de vitaliteit. Hetzelfde geldt voor Astrid Kruisselbrinks Spin voor sopraan en elf instrumenten naar teksten van Dylan Thomas. Evenals Germanus heeft Kruisselbrink wel degelijk nagedacht over vorm en structuur, maar de emotionele kant in haar compositie blaast alles op.

Ook bij het Doelen Ensemble prijkte een Gaudeaumus-inzending op het programma. Iwan Malachowski, een naar Oostenrijk geëmigreerde Rus, is evenals Kruisselbrink gepokt en gemazeld in de popwereld. Zijn ensemble Vereinigter Nationalitäten Konflikt vertolkt zowel jazz en rock als joodse en Russische volksmuziek. Pas sinds 1995 wijdt hij zich aan de 'serieuze' avant-garde.

The last minutes in the life of Caesonia als inleiding op een theaterstuk over de sadistische keizer Caligula groeit geleidelijk uit op band opgenomen geroezemoes en applaus. Fluit- en klarinetglissandi brengen schijnbaar meer helderheid, maar de ruisfactor blijft alles overheersend. Het stuk lijkt een te gemakkelijk uitgeschreven improvisatie en Malachowski schuwt ook geen schokeffecten. Maar evenals Kruisselbrink weet hij met zijn gevoel voor theatraliteit - bij Kruisselbrink een woedeaanval, hier uitgecomponeerde waanzin - te fascineren. Toch won bij mij dat piccolootje: een klein instrument kan in zijn eentje al dat geweld wegblazen.