Scheepsarts voelt zich soms meer dierenarts

De gemiddelde zeeman is geen rauwe bonk meer, maar een Aziaat zonder zeebenen. Henk J. Veldhuizen, arts in de Rotterdamse haven, kreeg vorig jaar 66 nationaliteiten op zijn spreekuur.

ROTTERDAM, 8 SEPT. De zeeman is niet meer wat hij was, zegt de dokter. Vroeger was de standaardkwaal de druiper, meegenomen uit Brazilië en Thailand. In het aidstijdperk komt dat veel minder voor. Vijfentwintig jaar geleden waren de matrozen veelal Spanjaarden en Portugezen. Nu ronselen rederijen in de Derde Wereld of Oost-Europa, waar arbeid goedkoop is.

Een zeeman is een arbeider in continudienst, vaak eenzaam en geplaagd door heimwee. Zeebenen heeft hij ook al niet meer. “Op de Filippijnen zijn vierhonderd- tot zeshonderdduizend mensen zeeman. Die hebben gewoon een opleiding gehad om een machine te bedienen. Op de Noordzee worden ze zeeziek”, aldus H.J. Veldhuizen, arts in de Rotterdamse haven.

De Rotterdamse haven is een stad op zichzelf. In het gebied van ruim tienduizend hectare leggen jaarlijks zo'n dertigduizend schepen aan. Vrachtschepen hebben geen arts aan boord, hoogstens een bemanningslid dat ooit stage heeft gelopen in een ziekenhuis. De meeste schepen hebben een apotheekje en een kleine ziekenboeg, maar die wordt vaak gebruikt voor opslag. Ook de haven heeft geen eigen arts, zieke zeelui zijn aangewezen op een Nederlandse huisarts.

Veldhuizen (55) is een van de zes huisartsen die er werken. 'Haven

arts' noemen zij zich graag. Het woord komt nog niet voor in de Van Dale. Havengeneeskunde is een spontaan gegroeid vak waarvoor geen opleiding bestaat. Een vak apart, vindt Veldhuizen, die evenals de anderen ook een gewone praktijk heeft. “Maar dat heb je na 26 jaar wel zo'n beetje gezien.”

De havenarts is de nomade onder de huisartsen. Hij zwerft van schip naar schip en behandelt exotische ziekten als hepatitis A, tuberculose, malaria, parasieten, wormen en abcessen in de lever. Een doorsnee-huisarts komt die weinig tegen. In zijn Medical Centre for Seamen in Rozenburg kan Veldhuizen een gonorroe kweken en controleren op syfillis en aids. De meeste huisartsen besteden zulke klussen uit. Bij besmettelijke ziekten onderzoekt hij soms de hele bemanning van een schip. Besmette schepen gaan niet meer in quarantaine zoals vroeger. Met de huidige medicatie en inzichten bestaat is er geen gevaar meer voor verspreiding.

De meeste zeelui die Rotterdam aandoen, zijn binnen een dag weer weg. Terwijl een gewone huisarts kan aanzien hoe een klacht zich ontwikkelt, moet een havenarts direct een diagnose stellen. Behulpzaam hierbij zijn het Havenziekenhuis in Rotterdam, dat is gespecialiseerd in tropische ziekten, en het Ruwaard van Putten-ziekenhuis in Spijkenisse. Specialisten daar zijn bereid binnen een dag een zeeman te zien en zo nodig een foto, echo-scopie of inspanningscardiogram te laten maken. Een 'normale' patiënt moet daarvoor twintig à dertig dagen wachten. Dat is 'voorrangszorg' voor werknemers, iets waar de Nederlandse politiek zich unaniem tegen heeft verklaard. Maar hoe moet het anders? “Het is natuurlijk te zot voor woorden dat de gewone wachttijd zo lang is”, zegt Veldhuizen. “Maar bij de scheepvaart zou dat betekenen dat je iemand gewoon naar huis moet sturen.”

Zoals de Indiër met maagpijn, die op een ochtend in Veldhuizens praktijk verscheen. 's Avonds ging zijn schip verder naar Brazilië. Na een spoed-gastroscopie bleek hij een actieve maagzweer te hebben. Veldhuizen keurde hem af, maar de man weigerde. Hij kon het inkomen niet missen. Veldhuizen adviseerde de kapitein dringend de man niettemin van zijn schip te weren. “Je kunt niet het risico lopen van perforatie, het doorbreken van de zweer naar de omgeving. Dan kun je een maagbloeding krijgen en die kan dodelijk zijn.”

Niet elke havenarts is die mening toegedaan, zegt Veldhuizen. “In Antwerpen geven ze zo'n man gewoon sterke medicijnen en laten hem wel varen. Hij vaart, dus it's all in the game, zeggen zij. Dat is de discussie binnen ons vak.”

Allerlei medische mores gaan in de haven niet op. Zo kent de scheepvaart geen medisch geheim. “De kapitein weet alles, dat is een ongeschreven wet.” De havenarts is tegelijk huisarts van de zeeman en bedrijfsarts van de scheepvaart; degene die intieme gezondheidsklachten behandelt èn degene die bepaalt of iemand nog kan werken. Een enkele keer verdraait Veldhuizen de feiten. “Als een Japanse officier een geslachtsziekte op zijn rapport krijgt, kan hij de rest van zijn leven promotie vergeten. Dat is natuurlijk de hypocritus. De geisha is dáár uitgevonden. Daar maak ik dan maar buikpijn van.”

Scheepvaartgeneeskunde is “soms wat veterinair”, zegt Veldhuizen. De patiënt spreekt zelden Engels en vaak ook geen Frans, Duits, Spaans en Maleis, andere talen waarmee hij zich een beetje kan redden. Vorig jaar behandelde hij zeelui van 66 verschillende nationaliteiten. “Soms komen we er met gebarentaal echt niet uit. Dan gaat hij terug met een briefje voor de kapitein, dat ik geen dierenarts ben en de man graag terugzie met een tolk.” Dat is dan meestal een van de 'officieren', de hoogst opgeleide bemanningsleden. Veldhuizen werkt niet met tolken, want die kunnen volgens hem niet snel genoeg, soms midden in de nacht, aan de vraag voldoen.

Een Bulgaarse OS (ordinary seaman) van 24 jaar verschijnt op het spreekuur. Hij laat bruine handen zien, met vuile nagels en witte pigmentvlekken. Die vlekken waren jarenlang weg, zegt hij, maar sinds hij vier maanden geleden op dit schip aanmonsterde, zijn ze weer terug. “Chemical tanker?” vraagt Veldhuizen. Hij schudt zijn hoofd. “Bulk carrier.” Al gauw komt de aap uit de mouw. “I in Bulgaria I to doctors. It's not going out. I thought maybe here better doctors. ” Er is weinig aan te doen, waarschuwt Veldhuizen, maar hij geeft toch een verwijzing voor een dermatoloog in Spijkenisse.

Varend onder de Maltezer vlag is de Alexandropoulos Valletta uit Uruguay in Rotterdam terechtgekomen. Een graanschip. Graanschepen blijven nog weleens enkele dagen aangemeerd, zeker bij regen want dan kunnen ze niet lossen. De volgende bestemming van het schip is nog onduidelijk, maar de Griekse kapitein heeft Veldhuizen toch alvast verzocht om inentingen voor de bemanning: veertien tegen cholera, drie tegen gele koorts. Choleraprikken worden in Nederland niet meer gegeven, omdat een goede hygiëne voldoende is om cholera te voorkomen. In de haven gebeurt het nog wel. Veldhuizen betrekt het vaccin uit Zwitserland. “Zo'n prik doet toch íets. En in een aantal landen heb je helemaal geen greep op de hygiëne.”

In de stromende regen beklimmen hij en zijn assistente de trap langszij. Aan boord heerst even verwarring. De kapitein is weg en niemand lijkt iets over de afspraak te weten. Tot de chief officer, de plaatsvervanger van de kapitein, zwaaiend met een lijst de hut binnenkomt waar Veldhuizen zit te wachten. Hij komt uit Oekraïne.

“You have vaccination books?”, vraagt Veldhuizen.

“I don't know what you mean”, zegt de man. Die krijgt de bemanning dan van de Nederlandse arts. Een voor een komen ze binnen, Filippinos in overalls, de linkermouw alvast opgestroopt. De assistente prikt, de dokter zet de stempels. Met zijn leesbril laag op de neus heeft hij iets van een kapitein zonder schip.

Veldhuizen, geboren in Den Helder, had al affiniteit met de scheepvaart voordat hij een kwart eeuw geleden als havenarts begon. Zijn grootvaders waren scheepstimmerman en ketelmakersbaas. Een deel van zijn jeugd woonde hij in Nieuw Guinea. “Een boot, dat was voor ons het contact met de buitenwereld. Die bracht de kranten en tijdschriften, hoe oud ze ook waren. Die bracht de nieuwe aardappelen.” In zijn praktijk staat een vitrine met schelpen uit Nieuw-Guinea. Ook leuk voor zeelui met heimwee naar de Filippijnen.

Het liefst rijdt Veldhuizen de Maasvlakte op om patiënten op de schepen te bezoeken. Nooit alleen, dat vindt hij te gevaarlijk. “Als je in het donker van zo'n gangway valt, is er niemand die je mist.” Soms vergezellen zijn kinderen hem, van wie er twee arts in opleiding zijn, en anders een van de assistentes. Zijn auto heeft de kleur van de ertsoverslag: een vlekkerig zwartpaars. Hij bezoekt tankers, roll-on-roll-off-boten waar hele vrachtwagens op meevaren, stukgoed- en containerschepen, erts- en graanschepen. De arbeidsomstandigheden variëren sterk. Er zijn schepen met zwembad, sauna, bioscoop en eenpersoonshutten, en boten die doorvaren tot ze zinken, waar de bemanning hutten deelt en kakkerlakken over de muren kruipen.

Vol zeemansverhalen zit de havenarts. “Een paar maanden geleden kwam er een grote tanker op de Maasvlakte aan. Had een Indiër aan boord die dacht dat hij de Here Jezus was. Die at en dronk niet meer. 's Avonds ben ik daarnaartoe gegaan. Lag hij daar in zijn kajuit met een gelukzalige glimlach. Hij had ook naakt op het dek gelopen. De krankzinnigheid was waarschijnlijk losgekomen, omdat hij geen contact met thuis kon krijgen. Hij had gehoord dat het slecht ging met zijn moeder. Gebeld en gebeld. Naburig dorp aan de lijn gekregen, die zeiden ook iets wazigs. Hij wilde niet van boord, maar de kapitein wilde hem kwijt. Ik heb het Riagg gebeld. Kan die man niet nog even aan boord blijven, zeiden die. Dat gaat niet, zei ik, die boot gaat morgen naar de Perzische Golf. Uiteindelijk is er een psychiater aan boord gekomen. Patiënt per ambulance naar het Deltaziekenhuis vervoerd.”

Een andere keer meldde zich een gedeprimeerde Roemeense kapitein. Hij wilde graag naar huis. De man was een perfectionist. Door slecht weer had hij vier dagen en nachten op de brug gestaan. Daarna was hij dicht bij de Nederlandse kust zijn anker verloren. Nog nooit had hij in eigen ogen zó gefaald. Veldhuizen vond geen lichamelijke kwalen, maar besloot de man toch naar huis te laten gaan. Door zijn stemming zou hij het schip in gevaar kunnen brengen.

Heimwee en eenzaamheid zijn de kwalen van de hedendaagse zeeman. Geen wonder, zegt Veldhuizen. Vrachtschepen zijn minimaal bemand en dat handjevol mensen komt soms uit alle hoeken van de wereld. “Soms zijn er wel tien nationaliteiten aan boord. Dan is het net de ark van Noach.” Vaak moeten Filippijnen en Indiërs, gedwongen door wurgcontracten, een jaar of langer onafgebroken op een schip blijven. “Er zwaait hier weleens iemand met een biljet van 100 dollar die een verklaring wil, zodat hij naar huis mag. Maar dat doe ik niet.”

De gezondheid van de zeeman heeft geen enkele prioriteit. Bij ziekte op zee kunnen schepen contact maken met een radio-medische hulpdienst aan de wal en met behulp van een handleiding aan boord wordt dan geprobeerd vast te stellen wat er aan de hand is. Van tijd tot tijd sterven er mensen door een verkeerde inschatting, zegt Veldhuizen. “Ik ben weleens op een boot geweest waar iemand onderweg was gestorven. Als je zag wat ze hadden geprutst, dan rezen de haren je te berge. Niemand wist überhaupt wat die man had gehad.”