Programma prominente Amerikaanse choreografen bij Nationale Ballet; Werk van Humphrey sfeervol gedanst

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Nieuwe werken: Water Study, Two Ecstatic Themes en Air for the G String van Doris Humphrey. In the Upper Room van Twyla Tharp. Reprise: Slow, Heavy and Blue van Carolyn Carlson/René Aubrey. Gezien: 4/9 Muziektheater, Amsterdam. Herh. aldaar t/m 19/9. Verder: 21/9, Utrecht, 23/9, Den Haag. Inl. (020) 551 82 25

Het Nationale Ballet opent het seizoen met een opmerkelijk programma met werken van drie prominente vertegenwoordigsters van de Amerikaanse moderne dans. De drie korte choreografieën Water Study (7 minuten), Air for the G String (5 minuten) en de solo Two Ecstatic Themes (6 minuten) van pionierster Doris Humphrey (1895-1958) zijn vooral interessant vanuit historisch oogpunt. Ze werden in 1928 en 1931 gemaakt, een periode waarin Humphrey zich net had losgemaakt uit de kring van Ruth St. Dennis en Ted Shawn in wier gezelschap zij jarenlang een belangrijke danseres was. Humphrey zocht naar nieuwe dansvormen en concentreerde zich vooral op de spanning die er bestaat tussen het moment van net niet vallen en dat van het herstel van evenwicht.

Tegelijkertijd spelen ook abstractie en esthetiek een belangrijke rol. De artistieke 'verhevenheid' in de choreografieën doet nu wat pathetisch aan, maar is zeer kenmerkend voor die tijd. Het mooi en sfeervol gedanste Air for the G String met de gedragen vloeiende bewegingen, de bijna religieuze devotie en de lange, slepende gewaden is daarvan een duidelijk voorbeeld, evenals de heroïsche kracht van het door Maartje Prince met overtuiging gedanste Two Ecstatic Themes, waarin het ver naar achter gebogen bovenlichaam cirkelvormige patronen uitvoert boven een stil gehouden heuppartij. Steeds verschillende lichaamsdelen zetten sterke accenten als uitroeptekens achter korte bewegingsfrases.

Het verrassendste en fascinerendste vond ik Water Study, een bewegingsstudie voor tien mannen, uitgevoerd zonder muziek. De langzaam sterker wordende dynamiek en de golvende ruggen suggereren inderdaad een keur aan waterbewegingen, die als het ware hun eigen muziek maken en via onregelmatig, langzaam opkomende bubbels uitgroeien tot stuwende stromen die de ruimte in bezit nemen. Helaas werd deze waterstudie nog niet door iedereen met de juiste kwaliteit en het juiste bewegingsgevoel uitgevoerd waardoor er niet genoeg homogeniteit in de groepsgedeelten was.

Het was goed Carolyn Carlson's Slow, Heavy and Blue terug te zien, dat zij in 1980 maakte en vier jaar later bij Het Nationale Ballet instudeerde. De repeterende, eenvoudige maar zeer uitgewerkte bewegingen zijn prachtig in de ruimte gezet en de wisselende combinaties van dansers houden het stuk spannend. Net als het steeds levendiger en gevarieerder wordende bewegingsmateriaal dat doet.

Eenvoud is niet een woord dat in je opkomt bij het zien van het in 1986 gemaakte In the Upper Room van Twyla Tharp. Het is een 40 minuten durende, los in de heupen swingende choreografie die geen rustpunten kent en moeiteloos pure klassieke dansvormen mengt met elementen van allerlei andere technieken. Een choreografie waarin de ene hectische, vibrerende en opgefokte energie-uitbarsting op de andere volgt.

Het fragmentarische In the Upper Room, op de gelijknamige muziek van Philip Glass, is knap in elkaar gezet, voorzien van effectvolle belichting, een stortvloed van technische brille en heeft de glad geoliede oppervlakkigheid die ons wil doen geloven dat het leven één fantastisch opwindend gebeuren is. Het is zichtbaar dat het voor de dansers een puur plezier is dit werk te dansen omdat er zoveel fysieke energie en uitdaging in zit. Maar mij werd het toch allemaal te showachtig, met een teveel aan eenzelfde energie waarbij het enthousiasme in de uitvoering leidde tot een steeds groter wordende slordigheid. Een dergelijke choreografie wordt alleen echt opwindend als alle dertien uitvoerenden er een loepzuivere exactheid en - vooral - een uitgesproken eigenheid aan weten mee te geven. Dat was nu (nog) niet het geval.