Pratende ambtenaren

DE SECRETARIS-GENERAAL van Economische Zaken is een invloedrijke ambtenaar in Den Haag. Hij schrijft jaarlijks een spraakmakend artikel voor het economenblad ESB en hij is de spin in het web van ambtelijke economische adviseurs van het kabinet. De huidige secretaris-generaal, Van Wijnbergen, is bovendien een onafhankelijke geest met brede internationale economische ervaring en een academische staat van dienst. Als Van Wijnbergen zich bezorgd uitlaat over de economische toestand in de wereld en de gevolgen die dat kan hebben voor het Nederlandse beleid, zou dat serieus moeten worden genomen.

Zo werkt het dus niet. Het Haagse wereldje was te klein nadat Van Wijnbergen dit weekeinde zijn mening had gegeven in een 'vlugschrift' van zijn partij, de PvdA. Daarin waarschuwde hij dat in de Nederlandse politieke discussie onvoldoende was doorgedrongen hoe ernstig de economische fall-out kan worden van de financiële crisis die deze zomer over de wereld raast. Nederland is geen eiland en kan zich niet onttrekken aan een mogelijke wereldwijde recessie.

Een week voor Prinsjesdag, wanneer het kabinet zijn plannen voor het komende jaar zal presenteren, was dat een ongelukkig moment. Toch kan enige relativering van de nationale zelfgenoegzaamheid geen kwaad. Toen vorige maand het parlement over de regeringsverklaring debatteerde, besteedden de Kamerleden en de premier nauwelijks aandacht aan de internationale financieel-economische crisis die zich op datzelfde moment buiten de Haagse kaasstolp ontrolde. Onbekommerd begonnen parlementariërs alvast de meevallers van een virtueel begrotingsoverschot te verdelen. Kok nam daar terecht afstand van.

TOT ZOVER DE BOODSCHAP; nu de boodschapper. Dat de secretaris-generaal van EZ met een waarschuwing voor economische risico's komt en daarbij binnen de marges van het regeerakkoord blijft, kan zeker bijdragen om de politieke gemoederen wakker te schudden. Maar topambtenaren moeten politici niet voor de voeten lopen met sterk afwijkende opvattingen. Aan de andere kant: bij de hoogte van hun positie horen verantwoordelijkheid en beleidsvrijheid om hun kritische inzichten kenbaar te maken. Een goed onderbouwde mening die indruist tegen de gangbare consensus dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen, vormt een prikkel voor de politieke meningsvorming. Maar wel binnenskamers. Zo zijn de verantwoordelijkheden in het staatsbestel nu eenmaal verdeeld. De opwinding in Den Haag over de boodschapper is dus wel terecht. Wat niet wegneemt dat de politiek de inhoud van de boodschap wel degelijk serieus dient te nemen.