Oproep VS genegeerd; Miloševic zet offensief in Kosovo voort

BELGRADO, 8 SEPT. De Joegoslavische president, Slobodan Miloševic, weigert het Servische offensief in Kosovo te staken. Hij heeft wel beloofd te “overwegen” een internationaal onderzoek naar schendingen van de rechten van de mens in Kosovo toe te staan.

Dat bleek gisteren tijdens en na een gesprek van Miloševic met de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken John Shattuck, die is belast met mensenrechtenkwesties, en de oud-presidentskandidaat Bob Dole. De twee Amerikanen hebben in Kosovo schendingen van de mensenrechten onderzocht.

Tijdens het gesprek met Miloševic drongen Shattuck en Dole aan op een onderzoek van onafhankelijke deskundigen naar schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, waarvan de resultaten zouden moeten worden overhandigd aan het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. Volgens de twee Amerikanen toonde Miloševic “belangstelling” voor zo'n onderzoek en zou hij het in overweging nemen.

Shattuck en Dole drongen ook aan op stopzetting van het geweld en het Servische offensief tegen de guerrillastrijders van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK). Maar direct na het gesprek gaf Miloševic een verklaring uit waarin werd gezegd dat “het terrorisme in Kosovo zal worden onderdrukt en geëlimineerd”.

De kolonel die de Joegoslavische legereenheden in Kosovo aanvoert werd gisteren bevorderd tot generaal.

Shattuck en Dole zijn naar eigen zeggen tijdens hun reis door Kosovo “geschokt” door de schendingen van de mensenrechten en de “massale vernielingen” die ze hebben geconstateerd.

De Servische autoriteiten in Kosovo hebben gisteren de meesten van de bijna vijfhonderd Albanese mannen vrijgelaten die tijdens het weekeinde waren aangehouden in de bossen van westelijk Kosovo. Ze werden verdacht van lidmaatschap van het UÇK.

President Miloševic stemde gisteren in met de eis van Shattuck en Dole dat het Internationale Rode Kruis toegang krijgt tot de vrijgelaten Albanezen, van wie sommigen hebben gezegd tijdens hun detentie met stokken te zijn mishandeld.

De Servische regering heeft gisteren verbitterd gereageerd op het landingsverbod dat de Europese Unie de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT heeft opgelegd. Dat verbod is gisteren van kracht geworden. Het is bedoeld als sanctie voor het Servische optreden in Kosovo.

Volgens de regering in Belgrado is de maatregel “een nieuw treurig voorbeeld van de discriminerende en grillige maatregelen” tegen Joegoslavië en een voorbeeld van “indirecte steun voor het terrorisme in Kosovo”. (Reuters, AFP, AP)