Ministers

ONDANKS HUN GOEDE voornemens hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie het op hun eerste vergadering na de vakanties niet kunnen laten. Ook nu weer besteedden zij hun tijd aan een, toegegeven, ditmaal belangrijke, buitenlandse kwestie. Maar of iemand nu zat te wachten op hun advies aan het Internationaal Monetair Fonds blijft een open vraag. Er is wel meer kritiek geuit op de programma's van het fonds, maar een verklaring dat het fonds in Rusland meer rekening moet houden met de sociale cohesie van het land is zonder verdere toelichting of alternatieven wel een heel opvallend schot in de ruimte. Zeker als de ambtgenoten van Financiën er nog het zwijgen toe doen.

De kritiek op de ministers zelf, onder meer van de kant van Europa's staats- en regeringsleiders, is daarentegen zeer concreet. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU nemen hun eigenlijke taak niet serieus. Zij vormen de Raad van Ministers voor Algemene Zaken, een instelling die wordt geacht voor de coördinatie van de zogenoemde vakraden (Financiën, Landbouw, Verkeer etc.) te zorgen en de algemene politieke lijn vast te houden. Maar in de praktijk houden zij zich bezig met problemen ver weg waarop zij geen invloed hebben en doorgaans, als gevolg van onderlinge geschillen, slechts nietszeggende compromisteksten loslaten. Een algemene kritiek is ook dat de bewindslieden niet de moeite nemen om op geëigende wijze aan de beraadslagingen bij te dragen.

DE KRITIEK IS hard aangekomen. De ministers hebben zich bij hun beraadslagingen in Salzburg dit weekeinde voorgenomen hun leven te beteren. Zij zullen zich meer in de dossiers gaan verdiepen en zich meer met de 'binnenlandse zaken' van de EU gaan bemoeien. Nu maar afwachten of de ambtgenoten hun bemoeienis niet zijn ontwend. Na al die jaren hebben de vakministers hun collega's van Buitenlandse Zaken waarschijnlijk wel uit het oog verloren.