Meevechtende buren willen bestand in Congo

De buitenlandse steunpilaren van de Congolese strijdende partijen zijn teruggeschrokken van een verdere escalatie van het conflict en hebben besloten de militaire situatie te bevriezen. Zij achten een bestand in hun eigen belang.

NAIROBI, 8 SEPT. Zowel Angola en Zimbabwe, aan de kant van president Kabila, als Rwanda en Oeganda, aan rebellenzijde, zijn gebaat bij een bestand in Congo. “Iedereen was het er over eens wat er moest gebeuren”, zei gisteravond president Chiluba van Zambia, de voorzitter van het vredesberaad in het Zimbabwaanse vakantieoord Victoria Falls.

Iedereen, behalve de rebellen, maar die werden verwezen naar een zijkamer van het Hotel Olifantenheuvel. Gisteren en eergisteren bombardeerden Angolese vliegtuigen de oostelijke rebellenstad Kalemie om de opstandelingen in te peperen dat niet zij de hoofdrol spelen en dienen te gehoorzamen.

De Oegandese president Yoweri Museveni toonde zich vorige week als eerste bereid zijn troepen uit Congo terug te trekken. Voor Museveni staat er veel op het spel. Oeganda speelt een voorname militaire rol in Midden-Afrika. Het assisteerde bij de Tutsi-opstand in 1990 tegen het regime in Rwanda, het hielp bij de rebellie in 1996 tegen Mobutu en werkt nauw samen met de Soedanese verzetsorganisatie SPLA. Bij zijn recente avontuur in Congo dreigde de Oegandese president echter een bloedneus op te lopen door het ingrijpen van Angola en Zimbabwe. Nooit eerder verloor Museveni een militaire actie in de regio.

Ook economische overwegingen spelen een rol. Sinds Mobutu's val hebben zowel de Oegandese regering als zakenlui uit dat land veel geïnvesteerd in de handel met het grondstofrijke en vruchtbare Oost-Congo. Museveni lanceerde vorig jaar een ambitieus plan voor een economische unie van Oost- en Midden-Afrikaanse staten en vroeg de Europese Unie de aanleg te bekostigen van een weg door de jungle van Oeganda naar de Oost-Congolese stad Kisangani. Oegandese zakenmensen verkochten alles, van bevroren kippen tot plastic bekers. Museveni's zoon Kainerugaba Muhoozi verdiende een fortuin aan de verkoop van rundvlees en Museveni's broer en militaire adviseur Salim Saleh heeft mijnbouwbelangen in Oost-Congo. Een regeringseconoom in Kampala zei gisteren dat Oeganda door het stilvallen van de handel met Oost-Congo dit jaar 20 tot 30 procent van zijn buitenlandse handel dreigt te verliezen.

Onder de bevolking en in het politieke establishment bestaat geen consensus over de rol die Museveni zich heeft aangemeten als regionale machtspoliticus. Zijn tegen taaie Oegandese rebellenbewegingen moegestreden leger heeft weinig trek in een nieuwe oorlog en bij de arme bevolking zal een oproep tot offers voor zo'n duur avontuur slecht vallen. Parlementsleden van de regeringspartij drongen er vóór Museveni's vertrek naar Victoria Falls bij de president op aan de eigen veiligheidsbelangen te verdedigen in Oost-Congo, van waaruit Oegandese rebellen opereren. Na Kabila's victorie, vorig jaar, voerden Congolese en Oegandese troepen gezamenlijk enkele acties uit in Oost-Congo, maar de rebellen bleven actief. Volgens Oegandese regeringsbronnen speelde Kabila een dubbel spel. Terwijl hij hulp gaf aan Oegandese troepen, werkte hij ook samen met Museveni's aartsvijand Soedan. Kabila zou Soedan in het noordoosten een corridor hebben gegeven om een verbond van Oegandese en Rwandese rebellengroepen te bewapenen. Een Oegandese minister zei gisteren over het overleg in Zimbabwe dat Oeganda tevreden is als er een bufferzone langs zijn grens wordt gecreëerd.

Oeganda's bondgenoot Rwanda heeft nog urgentere veiligheidsbelangen in Oost-Congo. Volgens Rwanda heeft Kabila meer dan 10.000 leden van militante Hutu-milities, de Interahamwe, in zijn leger opgenomen. Deze milities dragen de grootste verantwoordelijkheid voor de genocide in 1994 in Rwanda en ze maken er geen geheim van uit te zijn op een nieuwe massamoord onder de Tutsi's.

Westerse donorlanden oefenden de afgelopen dagen druk uit op Rwanda zijn handen af te trekken van het Congolese conflict. De donoren tolereerden Rwanda's rol bij Kabila's mars naar Kinshasa, maar uitten zich dit keer kritischer. Ze erkennen de gevaren die voor Rwanda en Oeganda dreigen in Oost-Congo, maar verzetten zich tegen een ambitieuze rol van Kampala en Kigali bij de omverwerping van het regime in Kinshasa. West-Europese donorlanden dragen het merendeel bij aan de nationale begrotingen van Oeganda en Rwanda. Terwijl buitenlanders het ontwikkelingsbudget bekostigen, gaat een groot deel van de binnenlandse inkomsten naar defensie. Indirect dragen donoren bij aan de financiering van de oorlog, want door het ontwikkelingsbudget te betalen maken zij het voor de regeringen mogelijk oorlog te voeren. Twee hoge diplomaten in Kigali dreigden vorige week hun ontwikkelingshulp stop te zetten als het Rwandese leger op grote schaal de Congolese rebellen blijft steunen.

Aan de andere kant van de frontlijn hebben Angola en Zimbabwe eveneens militaire en economische redenen om de Congolese oorlog niet verder uit te breiden. Angola bereidt zich voor op een nieuwe ronde in de burgeroorlog met de oppositiebeweging UNITA en heeft daarvoor zijn in Congo gelegerde troepen nodig. De familie van de Zimbabweaanse leider Mugabe heeft grote belangen in de grondstofrijke Congolese provincie Katanga. Mugabe stuurde naar verluidt de afgelopen dagen troepen naar de provinciehoofdplaats Lubumbashi. Mugabe wil niet dat de opstandelingen verder oprukken naar het zuiden en heeft baat bij een bevriezing van de militaire situatie.