Er is volop werk voor taakgestraften

Taakstraffen vormen in steeds meer gevallen een alternatief voor de cel. Een wetsvoorstel hierover is in behandeling.

DEN HAAG, 8 SEPT. Steven (36) sleutelt aan een kapotte fiets in het HGC, hergebruikcentrum in Den Haag. Op de gang staan nog stapels oude magnetrons, computers en andere afgedankte spullen. Die worden door banenpoolers, mensen met een Melkert-baan en 'taakgestraften' gerepareerd en vervolgens doorgestuurd naar kringloopwinkels of naar het buitenland. Steven is veroordeeld tot een taakstraf van 56 uur. Hij moet na vandaag nog drie dagen sleutelen. Procureur-generaal D. Steenhuis sprak zich vorige week in het Radio 1-Journaal uit voor uitbreiding van taakstraffen, mits dit de geloofwaardigheid ervan bij de bevolking niet zou aantasten. Het aantal opgelegde taakstraffen is de afgelopen jaren al explosief gestegen. Bedroeg dit aantal in 1983 nog 1500, in 1994 werden 12.700 taakstraffen opgelegd, en in 1997 tot 24.040. Het aantal onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van zes maanden of korter - de categorie die in principe door een taakstraf vervangen zou kunnen worden - daalde van 23.587 in 1994 tot 17.960 in 1997. In diezelfde periode nam het aantal heenzendingen wegens het tekort aan cellen af van 5316 tot 891. Volgens Rob de Jager van Reclassering Nederland zijn er wat capaciteit betreft nog volop mogelijkheden voor meer taakstraffen. “Er zijn projecten die schreeuwen om mensen.”

Over de geloofwaardigheid van een straf die een dag en een nacht vrijheidsberoving vervangt door twee uur arbeid, doet men bij Reclassering Nederland liever geen uitspraken. Waar deze omrekeningsfactor vandaan komt, is niet eenvoudig te achterhalen. Noch Justitie, noch de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak weet het antwoord. Een woordvoerster van het hoofdkantoor van de reclassering denkt dat er “destijds niet zo heel erg hard academisch over is nagedacht. Waarschijnlijk is het vrij klakkeloos overgenomen uit Engeland, waar taakstraffen al langer bestaan.”

De geloofwaardigheid van een straf hangt natuurlijk ook samen met het aantal gestraften dat opnieuw met justitie in aanraking komt. Of taakstraffen ertoe leiden dat veroordeelden minder vaak opnieuw in de fout gaan dan na een gevangenisstraf, is moeilijk na te gaan. Mensen met een relatief zwaar justitieel verleden krijgen namelijk minder snel een taakstraf opgelegd. Uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum blijkt dat van de mensen die een gevangenisstraf hebben uitgezeten zo'n 80 procent later opnieuw met justitie in aanraking. Onder taakgestraften is dat percentage vergelijkbaar met dat onder voorwaardelijk gestraften: ongeveer 60 procent.

Niet alle taakgestraften ervaren het werk dat ze moeten doen echt als een straf. Steven is bijvoorbeeld blij dat hij weer kan werken: “Ik vind het hier leuk.” Met de reclassering heeft hij afgesproken dat ze hierna bekijken welke mogelijkheden er zijn om hem aan passend werk te helpen. Wat Steven precies heeft misdaan, wil hij niet zeggen. Het was “niet iets heel ergs”, maar het had te maken met zijn werkloosheid, waarmee hij het erg moeilijk had.

Rob de Jager vindt dat veroordeelden het werk op zich niet per se als straf hoeven te ervaren. “De maatschappij is erbij gediend als zulke mensen werk vinden, want dan hebben ze geen tijd meer om criminele activiteiten te ontplooien. En de zwaarte van de straf is gewoon aanwezig. Het is heus geen veredeld vrijwilligerswerk.”

Als de werkgestrafte een dag ziek is, moet hij zowel de reclassering als het werkproject bellen en de verzuimde dag later inhalen. Bij het tweede, niet vooraf gemelde verzuim kan iemand al teruggestuurd worden naar justitie. Dan loopt hij de kans alsnog in de cel te belanden. In zo'n vijftien procent van de gevallen gaat het mis.

Werkmeester Erik Streng, die vanuit het hergebruikcentrum het contact onderhoudt met de reclassering, benadrukt dat de taakstraf moet bijdragen aan de resocialisatie. “Hier worden vaak wat moeilijker gevallen geplaatst, mensen met een problematische psychologische achtergrond. Die hebben nooit in hun leven waardering gehad. Hier behalen ze een gigantische overwinning op zichzelf. Ze leren structuur aan te brengen in hun leven. Ze leren onder een baas te werken. Ze maken zich vaardigheden eigen en ze merken dat het loont. Als zij een kinderfietsje repareren, realiseren ze zich dat er straks een kind op wegrijdt.”

Voor mensen die wel werk hebben, is de taakstraf duidelijker een straf, denkt Rob de Jager. Ze moeten weekend- en avonddiensten draaien en vakantiedagen opofferen. En ze moeten ieder type werk accepteren. Erik Streng: “We hebben hier een keer een directiesecretaresse gehad, die kwam binnen met een air van: ik zal wel even op de administratie helpen. Ja, mis dus. Die heb ik kleding laten sorteren.”

Sinds begin jaren '80 kunnen rechters maximaal 240 uur taakstraf (een verzamelnaam voor werkstraf en leerstraf) opleggen aan volwassenen als alternatief voor een half jaar cel. Deze uren worden besteed aan werkstraf, maatschappelijk nuttig werk voor nonprofit organisaties. Leerstraffen voor volwassenen zijn nu nog experimenteel. Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel voor uitbreiding van taakstraffen. In plaats van maximaal 240 uur taakstraf kan de rechter volgens het voorstel maximaal 480 uur taakstraf opleggen, waarvan maximaal 240 uur als werkstraf. De overige uren worden dan besteed aan leerstraf, zoals sociale-vaardigheidstraining of een Alcohol Verkeer Cursus. Daarnaast kunnen taakstraffen worden gecombineerd met (on)voorwaardelijke gevangenisstraffen of met geldboetes. Verder wordt de taakstraf volgens het wetsvoorstel een zelfstandige hoofdstraf, waarmee de directe koppeling met gevangenisstraf formeel verdwijnt. Wel moet de rechter de duur van de vervangende hechtenis, maximaal acht maanden, aangeven als de taakstraf niet wordt nagekomen. Al met al zullen rechters vaker dan nu een taakstraf kunnen opleggen.