Driekwart niet met bemiddeling content

Arbeidsbureau's bemiddelen voor werklozen, maar hoger opgeleiden zonder baan worden geacht hun eigen weg te kunnen vinden in de jungle van banenland.

ROTTERDAM, 8 SEPT. Ze is kunsthistorica met een specialisatie in moderne beeldende kunst, maar Patricia Swienink (28) beantwoordt nu dagelijks telefoontjes van klanten van een grote zorgverzekeraar. Na haar studie in Leiden was ze zo'n vijftien maanden werkloos. Pogingen om binnen haar vakgebied aan de slag te komen, liepen op niets uit. “Dan maar iets heel anders, dacht ik. Maar de meeste uitzendbureaus schreven me niet eens in”, zegt ze.

Uiteindelijk vond Patricia een baan voor twee weken. “Er kwam net iets binnen toen ik weer eens bij een uitzendbureau zat. Een telefonisch informatieteam van een zorgverzekeraar, vragen van mensen beantwoorden. Ze wilden daar graag hoogopgeleiden neerzetten, omdat die niet zoveel begeleiding nodig hebben. Het is natuurlijk belangrijk dat je geen rare dingen zegt.”

Na twee weken in het informatieteam kon Patricia op een andere afdeling aan de slag. Daarnaast volgde ze een aantal interne opleidingen en is nu front office medewerker. “Ik beantwoord nog steeds telefonisch vragen van mensen over vergoedingen, maar daarnaast zit ik in de redactiecommissie van ons blad, begeleid ik uitzendkrachten en help ik het interne cursusmateriaal up-to-date te houden.”

De werklozen van nu zijn veel meer bereid om concessies te doen bij het zoeken naar een baan dan twintig jaar geleden. Uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat ze minder moeite hebben om een baan te accepteren die onder hun niveau ligt. Ook een baan buiten het vakgebied waarvoor ze zijn opgeleid, is geen probleem. Ook hebben werklozen er minder moeite mee zich te laten omscholen. Daarnaast nemen ze vaker een halve baan of een tijdelijke aanstelling op basis van een contract.

“De druk op werklozen om weer aan de slag te komen is tegenwoordig een stuk groter dan zo'n tien jaar geleden”, zegt Peter Bandion van het Nijmeegse centrum voor werklozen Unitas. “De uitkeringen zijn de laatste jaren natuurlijk ver achtergebleven bij andere inkomens. Werklozen zijn er zeker vijftien procent op achteruitgegaan.”

Volgens Bandion is ook de druk vanuit de sociale diensten en de arbeidsbureau's toegenomen door een strenger sanctiebeleid en allerlei bemiddelingstrajecten. “Toch twijfelen veel mensen aan het nut van al die omscholingen. Als er plotseling ergens behoefte aan mensen ontstaat, worden direct allerlei werklozen omgeschoold. Maar als die mensen eenmaal klaar zijn, is de markt vaak alweer verzadigd”, zegt Bandion. Ook tijdelijke banen bieden weinig soelaas, meent Bandion. “Na een contract van drie maanden, ben je in Nijmegen eveneens weer drie maanden bezig om een opnieuw een uitkering aan te vragen.”

Ruim driekwart van de werklozen is niet tevreden over de hulp die de arbeidsbureau's bieden bij het vinden van een baan, zo blijkt uit het onderzoek. Sabine Wieringa (29), eind 1996 afstudeerd als psychologe, liep bij het arbeidsbureau tegen een muur van onbegrip. “Ik werkte twaalf uur in de week bij een groentenwinkel in Den Haag, waar ik al sinds mijn zestiende een bijbaantje had. Verder had ik een aanvullende uitkering. In de psychologie wilde ik in elk geval niet verder. Maar toen ik een opleiding voor medisch secretaresse zag bij een aan het arbeidsbureau gelieerd opleidingsinstituut, zeiden ze bij het arbeidsbureau dat ik als hoger opgeleide geacht werd zelf capaciteiten genoeg te hebben om een baan te vinden. Zo'n opleiding was voor hen volledig uit den boze”, zegt Wieringa.

“Ik ben toen ontzettend boos geworden. Ik zei: 'waar slaat dat op, ik heb geen werkervaring, ik stoot overal mijn neus'. Toen ben ik doorgestuurd naar een andere man bij het arbeidsbureau die me hielp uit te zoeken wat ik nu eigenlijk wilde. Maar die kreeg zelf ergens anders een betere baan.” Wieringa werkt nog steeds in de groentenwinkel, nu als filiaalmanager.

C. Sleddering van de Arbeidsvoorziening heeft begrip voor de onvrede, maar wijst op de beperkingen van de arbeidsbureau's. “Wij hebben geld om voor 100.000 mensen te bemiddelen. Dat is de koude realiteit. Er staan in totaal zo'n 900.000 mensen bij ons ingeschreven, dus dan zijn er altijd 800.000 ontevreden”, zegt Sleddering. Volgens hem gaat het de laatste jaren juist veel beter met het bemiddelen voor langdurig werklozen. Alleen al het eerste half jaar wisten de gezamenlijke arbeidsbureau's ruim 100.000 mensen aan het werk te helpen. Voor het eind van het jaar willen de arbeidsbureau's zo'n 215.000 werklozen weer aan de slag zien te krijgen.