De files krijgen veel te veel aandacht; De gemiddelde wachttijd in de file is vier uur per persoon per jaar

Vergeleken met andere vormen van hinder, valt de ellende die files veroorzaken in het niet. Ook als kostenpost zijn de files nauwelijks een probleem. J. Nicolai vindt de grote aandacht voor de fileproblematiek zwaar overdreven.

We staan te vaak stil bij files. In elk geval figuurlijk. De hele katern die deze krant aan het onderwerp wijdde op donderdag 27 augustus is er een goed voorbeeld van. Feitelijk stellen de tijd en de kosten die we aan files besteden niet al te veel voor. En de hinder die files veroorzaken, verbleekt bij andere vormen van hinder. Toch geven wij files veel aandacht; voor roken en burengerucht hebben wij veel minder belangstelling, terwijl de invloed daarvan veel groter is.

In 1997 wachtten we in files in totaal 65 miljoen uur. Dat is natuurlijk veel, maar ook slechts twee procent van de 2 tot 3 miljard uren die we dat jaar in de auto doorbrachten. De wachttijd valt echter volledig weg tegen de hogere rijsnelheid die de uitbreiding van het wegennet in ons land in de afgelopen vijfentwintig jaar mogelijk maakte. De reistijden tussen dorpen en steden onderling verminderden in die periode namelijk tot de helft. Hij is ook slechts drie promille (drietiende procent) van de arbeidsduur van alle werknemers in 1995, overwerk niet meegerekend. De wachttijd in files, gemiddeld ruim vier uur per persoon per jaar of ruim 40 seconden per persoon per dag, is tenslotte een te verwaarlozen deel van de ruim 2,5 uur die we elke dag gemiddeld televisiekijken.

De economische schade als gevolg van de wachttijden in files bedroeg in 1997 bijna 1,7 miljard gulden. Dat is gemiddeld 110 gulden per persoon per jaar, of 250 gulden per huishouden, vijf promille van het gemiddeld besteedbaar inkomen. Ook deze kostenpost valt mee: zij is vier procent van de kosten die we aan verkeer en vervoer besteden, en de helft van het bedrag dat letterlijk aan roken opgaat.

Wanneer we wat minder naar gemiddelden kijken en wat meer naar de hinder, verandert het beeld. Volgens de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat heeft hooguit drie procent van de bevolking echt dagelijks hinder van files, en dan vooral in de spits. Het wachten kost deze groep mensen gemiddeld honderd uur per persoon per jaar, of een half uur per werkdag. In geld uitgedrukt: 2.500 gulden per persoon per jaar, ruim 12 gulden per werkdag.

Het aantal weggebruikers dat echt hinder van files heeft, is dus niet al te groot. De hinder is voor hen echter groot genoeg om op zijn minst de eigen onvrede te uiten. Wanneer er vervolgens steun komt van belangenorganisaties, lijken files na verloop van tijd de meest belangrijke soort hinder in onze samenleving te zijn. Echter, ook dat is niet waar.

De recente afsluiting van een gedeelte van de Brienenoordbrug geeft daarvan een mooi voorbeeld: automobilisten gaven massaal de voorkeur aan het rijden in een file boven een rit over die brug per bus.

Ook een vergelijking met andere soorten van hinder kan de blik op files veranderen. Het aantal mensen dat echt hinder van files ondervindt bedraagt, zoals gemeld, nog geen half miljoen. Dat is minder dan een kwart van de bevolking van achttien jaar en ouder die in 1996 in een lawaaiige omgeving werkte. Het is ook minder dan de helft van de bevolking van achttien jaar en ouder (ruim één miljoen) die te maken heeft met stank tijdens het werk, en duidelijk minder dan het aantal mensen met gevaarlijk werk. Vijf maal méér mensen van achttien jaar en ouder ondervinden geluidhinder van buren, ook vijf maal méér van geluidhinder van auto's, motoren en brommers, drie maal méér geluidhinder van vliegtuigen en twee maal zoveel mensen stankhinder van industrieën en bedrijven. Tenslotte hebben zo'n drie miljoen mensen van achttien jaar en ouder last van een langdurige lichamelijke aandoening. Aan al die vormen van hinder is nog geen aparte katern besteed.

We moeten ons uiteraard blijven inspannen om files weg te krijgen. We zouden er alleen wat minder bij stil moeten gaan staan, en er net zoveel aandacht aan geven als aan andere mankementen in onze samenleving. Wellicht worden files dan vanzelf minder belangrijk.