Dagestan kan tweede Tsjetsjenië worden

In de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Dagestan (dat grenst aan Tsjetsjenië) eiste afgelopen weekeinde een bom zeventien levens. Het was de bloedigste aanslag in een land waar de spanningen al maanden toenemen.

ROTTERDAM, 8 SEPT. De bom die vrijdagavond in een van de betere wijken van de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala insloeg, zeventien mensen het leven kostte, 61 anderen verwondde, vijftien huizen volledig en het tv-gebouw gedeeltelijk vernielde en een krater van drie meter diep sloeg, was de meest dramatische, maar lang niet de enige daad van geweld van de laatste tijd in de Kaukasische republiek.

Veel waarnemers vragen zich zelfs af of Dagestan, deelrepubliek van Rusland, het voorbeeld van buurland Tsjetsjenië volgt en gealarmeerde reacties uit Moskou tonen aan dat daar dezelfde vrees heerst. De “wanstaltige terreurdaad” in Machatsjkala, zo telegrafeerde president Jeltsin de Dagestaanse president Magomedali Magomedov, “is bedoeld om de eenheid van de Russische Federatie kapot te scheuren” en is als zodanig “een uitdaging” aan Rusland.

De bom bestond uit honderd kilo TNT en was waarschijnlijk verborgen in een riool of in een auto. Tegen wie of wat de aanslag was gericht is onduidelijk: in de betreffende straat staat het gebouw van de Dagestaanse televisie, dat zwaar werd beschadigd. In dezelfde straat wonen de premier van Dagestan en de burgemeester van de hoofdstad. De laatste heeft dit jaar al tien aanslagen op zijn leven overleefd. De premier kwam enkele minuten voordat de bom ontplofte langs de plek waar die was verborgen.

Kort na de aanslag had aan het andere eind van Rusland, op Nova Zembla, een gijzeling plaats: vijf Dagestaanse militairen gijzelden 48 mensen en eisten, ongerust over het lot van familieleden na de bomexplosie, naar Machatsjkala te worden gevlogen. Ze werden uiteindelijk overmeesterd.

Onrust en geweld zijn niet nieuw in Dagestan. De oorlog in het naburige Tsjetsjenië heeft de republiek de afgelopen jaren vaak parten gespeeld in de vorm van aanslagen, gijzelingsacties en ontvoeringen die met de Tsjetsjeense kwestie te maken hebben. Maar sinds een aantal maanden is in Dagestan ook sprake van 'binnenlands' geweld.

Dagestan, iets groter dan Nederland, telt 2,1 miljoen inwoners. Het land is net als de andere Kaukasisische republieken een etnisch labyrint: er wonen 34 verschillende bevolkingsgroepen met elk een eigen taal. In een situatie van economische malaise en daaruit voortvloeiende toename van de werkloosheid en een daling van de levensstandaard is zo'n etnische lappendeken een goede voedingsbodem voor etnisch, nationalistisch of religieus radicalisme, zeker als een buurland in dat opzicht het voorbeeld heeft gegeven.

In Dagestan is de laatste tijd sprake van een snelle verspreiding van een fenomeen dat in de Russische media het 'wahhabisme' is genoemd. Wahhabi's zijn voorstanders van de 'pure' islam, in de vorm waarin die in Saoedi-Arabië in de praktijk wordt gebracht. Hun uitleg van de islam verschilt sterk van de vorm die traditioneel in Dagestan bestaat: de Kaukasische islam is in veel opzichten beïnvloed door regionale gebruiken en tradities ten aanzien van bijvoorbeeld het drinken van alcohol en het weren van de vrouw uit het openbare leven of het gebruik van de sluier.

Onder invloed van de sociale problemen is de conservatieve islam in Dagestan aan een opmars begonnen die de spanningen sterk heeft opgedreven. Midden augustus namen wahhabi's de controle over de dorpen Karamachi en Tsjabanmachi over. Ze riepen de dorpen uit tot 'onafhankelijk islamitisch gebied', gooiden de politie de dorpen uit, verboden de inwoners naar de televisie te kijken of naar muziek te luisteren en verklaarden de islamitische wetgeving, de Sharia, van kracht. De Tsjetsjeense vechtjas en ex-interimpremier Sjamil Basajev riep onmiddellijk bereid te zijn de dorpen te verdedigen als de Moskou-gezinde Magomedov ze zou aanvallen. Vorige week staakten de wahhabi's hun verzet na overleg met de regering, in ruil voor vrijwaring van vervolging. Niettemin, zo schreven Russische media als de Izvestija, “blijft het spook van het wahhabisme in Dagestan rondwaren”.

Nog tijdens de rebellie werd Dagestan op 21 augustus opgeschrikt door een aanslag: in Machatsjkala werd de hoogste geestelijke leider van het land, moefti Said Mohammed Aboebakarov, met een autobom vermoord. In zijn laatste vraaggesprek, gepubliceerd na zijn dood in de Izvestija en de Moscow News, had Aboebakarov de wahhabi's voorgehouden dat “het paradijs niet wordt gebouwd met automatische wapens”. Over de wahhabi's zei hij: “Hun leer is gebouwd op drijfzand. Ze wijzen alles af waarin onze grootvaders en overgrootvaders geloofden.” Aboebakarov hekelde in het vraaggesprek ook het bewind van Magomedov wegens het ontbreken van een duidelijk beleid jegens de islam en het ontbreken van een sociaal beleid. Ook wees hij op anonieme dreigementen tegen zijn vrouw, die een religieus tijdschrift leidt dat regelmatig het bewind hekelt.

De moord op Aboebakarov was voor president Jeltsin ernstig genoeg om zijn minister van Binnenlandse Zaken, Sergej Stepasjin, te belasten met de leiding van het onderzoek. Die haastte zich prompt naar Machatsjkala. Op 31 augustus werd de vermoedelijke dader gearresteerd, volgens de Russische media een in Tsjetsjenië opgeleide wahhabi.

Sinds de moord zijn de spanningen verder opgelopen. President Magomedov zelf waarschuwde in een boodschap aan de politie op 22 augustus dat “de autoriteiten dagelijks meer het respect van de bevolking verliezen”. Vier dagen later kwam het tot een massabetoging tegen Magomedov, waarbij incidenten werden voorkomen door een belofte van de regering, te bekijken of de president kon worden afgezet.

Nog drie dagen later riep de Unie van Moslims van Dagestan op tot Magomedovs afzetting en directe presidentsverkiezingen (nu wordt de president, voorzitter van de Staatsraad, gekozen door de leden van die Staatsraad). Op 2 september riep in Moskou de Doema de Russische regering op snel iets te doen aan de “extreme spanning” in Dagestan.

Inmiddels heeft de Russische geheime dienst, de FSB, gemeld te weten wie de bloedige aanslag van vrijdagavond heeft gepleegd: Koerban Machmoedgadjiev, ex-voorziter van de gemeenteraad van Machatsjkala. Bij huiszoeking zouden bewijzen van zijn betrokkenheid zijn gevonden. De bommenbouwers zouden zijn gearresteerd, maar Machmoedgadjiev zou zijn gevlucht.