Calvinisme heeft geen optimistisch mensbeeld

In zijn column van dinsdag 1 september wijst J.L. Heldring op een willekeurig gebruik van 'calvinistisch' ter aanduiding van een bepaalde trek in ons volkskarakter. Heldring hekelt de voorstelling dat ons 'internationalistisch idealisme' te danken zou zijn aan onze sterk 'calvinistische traditie'. Terecht, maar hij noemt niet het voornaamste punt waarom deze voorstelling ondenkbaar is: calvinisme laat zich niet met optimisme verbinden. Het wordt gekenmerkt door een diep wantrouwen over menselijke vermogens om het goede te doen. 'Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad', zei de Heidelbergse Catechismus al.

De overheid was door God ingesteld om dammen op te werpen tegen het kwaad, niet om leuke dingen voor de mensen te doen. En de bomen groeien nu eenmaal niet tot in de hemel. De gedachte dat Nederland moreel gidsland is of moet zijn (in de strijd tegen de kernwapens, in een liberaal beleid op het gebied van euthanasie, abortus en drugs, en nu weer, volgens recente uitlatingen van minister Pronk, op het gebied van het milieu) komt niet uit calvinistische bron, maar uit die van het optimistische Verlichtingsdenken, dat midden jaren zestig in Nederland het denken in zijn greep kreeg en zich in de jaren zeventig breed maakte op schier elk terrein.

De overgebleven calvinisten in ons land hebben dat met diep wantrouwen gadegeslagen en doen dat nog. Ze krijgen navolging, want kritische liberalen tonen steeds meer begrip voor de schaduwkant van de Verlichting. In Amerika zijn dat vooral intellectuelen die de Europese erfenis van kolonialisme, gruwelijke oorlogen en vernietigingskampen niet zijn vergeten en die bovendien geschoold zijn in het kritisch denken van filosofen als Adorno en Horkheimer.

In Nederland toonde men meer affiniteit met het oppervlakkig optimisme van Marcuse ('alles moet kunnen'), dat nu volledig achterhaald is. In Amerika is hij al jaren lang totaal vergeten. De trend is nu kritisch. De jong gestorven filosofe Judith Sklar stond onder het motto putting cruelty first een sceptisch liberalisme voor. Bernard Yack redigeerde ter nagedachtenis van haar een bundel onder de titel Liberalism without illusions en John Kekes verwijt in zijn jongste boek Against Liberalism het liberalisme een gebrek aan een realistische visie op de overmacht van het kwaad. Maar alle drie beschouwen zich in politieke zin als liberalen.

Wat 'Nederland gidsland' betreft: dat is lachwekkend, arrogant en hypocriet. Lachwekkend, omdat in het buitenland op dit punt niemand ons serieus neemt. Arrogant, omdat daarmee wordt gepretendeerd dat Nederland het beter weet dan de hele wereld. Hypocriet omdat bij ons de koopman (het profijt) het tenslotte altijd wint van de dominee (de moraal), juist ook op het gebied van het milieu. Nederland behoort tot de meest vervuilde landen ter wereld.

Het enige dat internationaal een beetje indruk maakt is ons 'poldermodel' en dat vertoont inderdaad een bescheiden calvinistisch trekje: hard werken, zuinig zijn, op je centen passen, en het kapitalisme liever een beetje bijsturen dan tegenhouden, want dat lukt toch niet.

Max Weber heeft het negentig jaar geleden allemaal al uitgelegd in zijn beroemde studie over het puriteinse arbeidsethos en de geest van het kapitalisme.