Brazilië-in-crisis is Rusland nog niet

Om de economische crisis te lijf te gaan moest de Braziliaanse regering in één maand tijd 8 miljard dollar van haar reserves spenderen. De beurs kelderde in augustus alleen al met 39,5 procent procent. “Niets aan de hand”, zegt president Cardoso met de moed der wanhoop en verkiezingen in het vooruitzicht.

RIO DE JANEIRO, 8 SEPT. “Brazilië is Rusland niet”, zei een boze minister van economische zaken Pedro Malan vorige week tegen het zakenblad The Economist. Maar heel wat internationale financiële experts plaatsen Brazilië inmiddels op hetzelfde risico-niveau als Rusland. In augustus beliep de kapitaalvlucht uit Brazilië 17 miljard dollar en in de eerste week van september 7 miljard. Dreigt zelfs een devaluatie van de real?

“Onzin”, zegt de economische ploeg van de campagnevoerende president Cardoso. Brazilië wordt ten onrechte achtervolgd door een slecht imago doordat het ooit, tien jaar geleden, de buitenlandse schuldbetalingen heeft moeten opschorten. Inmiddels is alles anders, zo wordt gezegd. Immers, sinds vier jaar haalt de neo-liberaal Fernando Henrique Cardoso een harde economische bezem door de kast: “De president heeft een cultuur van stabiliteit gecreëerd”, zegt minister Malan.

Een vaste koppeling van de Braziliaanse munt aan de dollar. En hoge rentestanden om buitenlands kapitaal te trekken. Dat was, en is nog steeds de kern van het Plan Real waarmee Cardoso vier jaar geleden de Braziliaanse superinflatie te lijf ging. Experts schatten dat de real dertig procent is overgewaardeerd. De rente schommelt tussen de 19 en 29,7 procent (vorige week), de hoogste rente van heel Latijn-Amerika.

“Dankzij het Plan Real kon mijn werkster op vakantie naar Europa gaan”, meldde Cardoso vorige maand. De president heeft de resultaten van het Plan Real tot inzet van de verkiezingen op 4 oktober gemaakt. Hoewel het leven in Brazilië extreem duur is geworden, heeft het einde van de inflatie en de stabilisering van de munt voor veel armen toch enige verbetering gebracht. Neem Teresa (46). Vakantie zal er in haar leven niet inzitten. Laat staan in Europa. Ze schrobt dan ook geen presidentiële- maar gewone kantoorvloeren in het centrum, van Rio de Janeiro. Daarmee verdient ze het gemiddelde loon van elke zwarte vrouw in Brazilië: 250 dollar per maand. Een kwart van wat een witte man gemiddeld verdient. En de helft van het inkomen van een zwarte man. Seks-, ras-, en klasseverschillen zijn sinds de invoering van het Plan Real alleen verder toegenomen, zo berekende het Braziliaanse Bureau voor Statistiek onlangs.

Toch heeft Teresa nu voor het eerst van haar leven een eigen kamertje kunnen huren. Ze leeft er samen met haar kinderen, én een ijskast. Ze kon plannen maken en sparen. Omdat de munt stabiel bleef. Inmiddels blijkt echter dat er tussen hemel en aarde meer is dan een stabiele munt. Neem Sergio, camaraman. Of Angela, systeemanaliste. Sergio (48) is over de kop gegaan, en woont weer bij zijn moeder. Angela (35) heeft haar huis moeten verkopen, en is met haar twee kinderen bij haar vader ingetrokken. Samen met Teresa en al die anderen proberen ze het hoofd boven water te houden in een stad die sinds de invoering van het Plan Real duurder is dan New York.

“De basisfout van het Plan Real is de krankzinnige overwaardering van de munt”, zegt senator Delfim Netto (70). Hij is econoom, ex-ambassadeur, ex-minister van planning. “Die overwaardering heeft de economie in een fuik gelokt ze niet meer uitkomt.” Netto draagt president Cardoso een warm hart toe -'een briljant politicus en capabel leider'. Maar het economisch rampenscenario dat hij voor Brazilië schetst laat niets aan duidelijkheid te wensen over.

De hoge koers van de Braziliaanse munt, oordeelt hij, kan alleen op peil worden gehouden door renteverhogingen. Voor de economische activiteit is dat de dood in de pot. “Al in het eerste jaar van Plan Real zijn duizenden gezonde bedrijven door de hoge rente op de fles gegaan”, vertelt Netto. De economische groei staat sinds een half jaar op nul en de werkloosheid heeft hierdoor recordhoogtes bereikt, met pieken tot 20 procent in grote steden.

Met de hoge rente snijdt de regering echter ook in eigen vlees. De hoge kapitaalwinsten trekken weliswaar buitenlandse investeerders aan. Maar voor de financiering van het overheidstekort moet de staat diezelfde hoge rente ook betalen. In vier jaar tijd gaf de regering alleen al aan rente-aflossingen 200 miljard dollar uit. Dat is bijna drie keer zoveel als de totale binnenlandse reserve, en een kwart van het bruto nationaal product (BNP). De regering zette de bevolking verder onder druk met harde fiscale maatregelen. Toch steeg het begrotingstekort het afgelopen jaar verder van 6,1 naar 7,5 procent van het BNP.

Dan is er nog de binnenlandse schuld. Sinds het aantreden van Cardoso is die schuld verzésvoudigd. Hij beloopt nu 300 miljard dollar, bijna de helft van het hele BNP. “Als de nationale financiële markt die schuld niet meer kan betalen, stort alles in, en zitten we weer in de superinflatie”, voorspelt Netto. Hoe los je dit op? Door te exporteren. Maar juist door de lage bedrijvigheid en de hoge wisselkoers is de Braziliaanse export er beroerder aan toe dan ooit. “Het Braziliaanse product is niet te betalen, en wordt steeds vaker afgetroefd door spullen uit andere Latijns-Amerikaanse landen”, zegt Netto. Daar komt nu ook de historische daling van de grondstofprijzen met 21 procent bij. En grondstoffen vormen nog steeds een belangrijke basis van de Braziliaanse export.

Importeren doet Brazilië wel. Meer dan het exporteert. Veelal luxe goederen, maar ook basisproducten als rijst en bonen worden inmiddels het land binnen gehaald. “Hoe is het mogelijk dat een van de grootste agrarische landen ter wereld niet meer in staat is zijn eigen bonen te verbouwen”, luidt de kritiek van de linkse oppositiekanditaat Ignacio Lula da Silva - kortweg Lula genoemd. Het tekort op de handelsbalans zal dit jaar minstens 5 miljard dollar zijn.

Lula wil een radicale verandering van het neo-liberale economisch model van Cardoso. “Ik heb een droom”, houdt de socialistische vakbondsman de Brazilianen voor. “De droom van een land zonder armoede, analfabetisme, en werkloosheid. Een democratie waarin alle mensen als gelijke burgers tellen.” Sociaal-democratie in Latijns-Amerika? Een regering die buitenlands kapitaal aan banden legt, een stop afkondigt op de import van luxe-artikelen, en overheidsgeld stopt in een gerichte landbouw- en industriepolitiek?

Een meerderheid van de kiezers heeft daar geen vertrouwen in, zo blijkt uit de kiezersonderzoeken. Zo'n twintig procent zal bij de komende presidentsverkiezingen op Lula stemmen, terwijl president Cardoso in de opiniepeilingende ruim veertig procent scoort. “Fernando Henrique Cardoso heeft een aanzienlijk doos snoepjes”, zegt Netto, duidend op de beloften die president Cardoso op dit moment aan deze en gene groep uitdeelt. “En aangezien weinig Brazilianen aan suikerziekte lijden, gaat het snoep er goed in.” Netto is er echter van overtuigd dat de bevolking op niet al te lange termijn de rekening krijgt gepresenteerd. Net als Lula kritiseert hij de manier waarop de laatste vier jaar de overheidsschatten geprivatiseerd zijn, zonder dat daar een economische ontwikkeling tegenover staat. “Brazilië heeft alle kaarten om een grote speler op het wereldtoneel te zijn”, zegt Netto. “Maar zo iemand levert zijn spaarcentjes en investeringen niet aan het buitenland uit. Als Brazilië mee wil doen moet het ook zijn éígen multinationals hebben.”

Met de internationale financiële crisis van het moment ziet Netto nog maar één uitweg: een forse daling van de rentestand, zodat de binnenlandse economie weer aantrekt. Vorige week besloten de regering en de Centrale Bank het renteplafond echter opnieuw te verhogen, van 25,5 naar bijna 30 procent. Om de massale vlucht van dollars tegen te gaan heeft de regering bovendien alle buitenlandse investeerders voor een jaar vrijgesteld van het betalen van winstbelasting. Dat betekent opnieuw minder staatsinkomen, en het aantrekken kortlopend, speculatief kapitaal. En, naar valt te vrezen, nieuwe bezuinigingen waar de bevolking onder zal lijden.

Het grootste doemscenario dat nu boven Brazilië hangt is een devaluatie van de real. Maar zowel de regering als de oppositie rond Lula willen daar voor het moment niets van weten. Econoom Guido Mantega uit het Lula-kamp oordeelt: “Van onze munt moeten we afblijven”, zegt Mantega. “Maar als het roer op alle andere fronten niet wordt omgegooid stormen we regelrecht de afgrond in.”