BISSCHOP J. MÖLLER; Stille filosoof

ROTTERDAM, 8 SEPT. Als bisschop Möller van Groningen eind oktober wegens het bereiken van de voor bisschoppen pensioengerechtigde leeftijd van 75 jaar zijn ambtsgebied verlaat, vertrekt met hem de langst residerende bisschop in Nederland. Gisteren werd zijn aftreden bekendgemaakt.

De filosoof dr. Johann Bernard Wilhelm Maria Möller werd dertig jaar geleden - op het moment “dat Parijs in brand stond”, aldus zijn secretaris R.C.M. van Glansbeek - benoemd tot zielenherder over de drie noordelijke provincies en de Noordoostpolder.

Het gebied van het huidige bisdom Groningen behoorde vanaf de kerstening van de Nederlanden door Willibrord en Bonifatius tot drie verschillende bisdommen: de stad Groningen bij Utrecht, de ommelanden bij Münster en een klein deel bij Osnabrück. Toen prins Maurits in 1596 het noorden veroverde en daar de nieuwe religie (het protestantisme) werd gevestigd, bleef er van het noordelijke katholicisme vrijwel niets over. Alleen in de stad Groningen kwamen nog illegale katholieken voor die in schuilkerken bijeenkwamen. Alle, tegenwoordig zo beroemde Noord-Groningse kerkgebouwen kwamen in protestantse handen of werden gesloopt.

Toen in 1853 het katholicisme in Nederland officieel weer werd toegelaten en de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld, werd er geen apart bisdom Groningen meer opgericht. Dat gebeurde pas bijna een eeuw later, toen de Groningse pastoor Petrus Antonius Nierman door de paus tot bisschop van Groningen werd benoemd. Dertien jaar later werd hij opgevolgd door de wat stille Möller, die tot dan toe hoogleraar in de godsdienstfilosofie in zowel Nijmegen als Utrecht was. Möller was iemand die alle jaren dat hij in Groningen resideerde met ernstige gezondheidsproblemen had te kampen. In het begin van de jaren negentig moest hij zijn werk een tijdlang neerleggen omdat voor zijn leven werd gevreesd. De bisschop, die nadien weer herstelde en zijn werk hervatte, wordt door zijn secretaris gekenschetst als een “professoraal type”, een teruggetrokken figuur die niet zo actief overkomt als zijn Bredase collega Muskens of zijn Rotterdamse broeder Van Luyn en diens voorganger, oud-bisschop Bär. Bisschop Möller heeft zich in de jaren van zijn episcopaat als filosoof vooral toegelegd op ethische vragen. Zo was hij adviseur voor zijn medebisschoppen op het gebied van alle vraagstukken van leven en dood.

Het katholieke leven in het noorden van het land wordt primair als kleinschalig getypeerd. Karakteristiek is dat de bisschoppelijke woordvoerder en perschef tevens directeur van de VVV in Drenthe is. Het bisdom Groningen telt 120.000 gelovigen en twintigduizend kerkelijke vrijwilligers. Het aantal vrijwilligers en het aantal actieve kerkleden stemt vrijwel precies overeen. Qua kerkbezoek, kerkelijke meelevendheid en financiele bijdragen behoren noordelijke katholieken tot de meest betrokken katholieken in het land.