Applaus voor 'kampioen' Fokker

Jaap Rosen Jacobson koos gisteren de luchtvaartshow in het Engelse Farnborough als decor om de geboorte aan te kondigen van Rekkof. Het Nederlandse bedrijf wil 24 Fokkers per jaar gaan bouwen.

FARNBOROUGH, 8 SEPT. Er was in ieder geval één man die gisteren zijn handen stuk applaudiseerde tijdens de bekendmaking dat het moment nu toch wel heel dichtbij is dat er na het faillissement van Fokker opnieuw toestellen van de vermaarde vliegtuigbouwer in productie zullen worden genomen. Dat was Rolin Adolfo Romero, een voormalig piloot, die tegenwoordig bestuursvoorzitter is van de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij TAM, een van de trouwste klanten van het oude Fokker.

TAM was in 1993 op de luchtvaartshow in Parijs een van de eerste klanten voor de Fokker 50-propeller, die door Rekkof niet in productie wordt genomen. Romero werd door Rekkof-president Rosen Jacobson daarom speciaal welkom geheten.

Want Romero heeft zich de afgelopen jaren na het wegvallen van Fokker als geen ander geërgerd dat er voor de korte afstand geen adequaat straalvliegtuig in de luchtvaartindustrie meer beschikbaar is.

“Boeing en Airbus mogen hier op de luchtvaartshow dan aankondigen dat ook zij een honderdzitter in de aanbieding hebben, maar ik zie dat toch anders”, beaamt ook Jaap Rosen Jacobson. “Zij hebben weliswaar een toestel dat het kleinste is van een hele familie, maar ik beschouw de Fokker 100 toch nog steeds als de grootste, de kampioen, onder de regioliners”, zegt hij.

Nog veel meer mogelijkheden ziet Rosen Jacobson voor de Fokker 70, het tweede toestel dat hij in productie wil nemen. “Bombardier heeft een poging ondernomen die markt te penetreren. Maar dat toestel is al vier keer op de tekentafel gestretcht, zonder dat het überhaupt vliegt.”

De zakenman denkt dat het verkopen van 24 Fokker-toestellen per jaar dan ook weinig problemen op zal leveren. De Fokkers zijn technisch geavanceerd, milieuvriendelijk met zuinige motoren en leveren operationeel het ideaalbeeld op voor veel regionale luchtvaartmaatschappijen. Rosen Jacobson schat dat het zowel voor de Fokker 70 als Fokker 100 nog tien à 15 jaar zal duren voordat de toestellen technisch zullen zijn uitontwikkeld. Daarna kunnen zij nog een veelvoud aan jaren vliegen.

Dat het ooit afgelopen zal zijn met Fokker is ook Rosen Jacobson duidelijk. Hij werkt met een kleine, afgeslankte onderneming, die niet het financiële vermogen heeft om een nieuw toestel te ontwikkelen. “Ik ben geen vliegtuigbouwer, ik ben ondernemer”, zegt Rosen Jacobson. “Een nieuw vliegtuig ontwikkelen kost minimaal drie miljard. De fout is dat veel mensen denken dat een vliegtuig bouwen hetzelfde is als een auto in elkaar zetten. Maar zelfs de grootste bedrijven hebben daar hun tanden op stuk gebeten. Daimler-Benz, Saab, Volvo, noem maar op. Dan moet ik toch niet de pretentie als kleine ondernemer hebben dat ik wél een vliegtuig kan ontwikkelen.”

Over de financiering van de nieuwe onderneming is de gefortuneerde Rosen Jacobson zo gesloten als een oester. Niettemin heeft hij het afgelopen anderhalf jaar al een klein vermogen geïnvesteerd in Rekkof, een project dat door de buitenwacht als irreeël en luchtfietserij werd afgedaan. Rosen Jacobson zegt zich niet gestoord te hebben aan die scepsis gezien zijn uitspraak: “Ik heb weinig van dat negatieve commentaar bespeurd. In ieder geval heb ik me er niet mee beziggehouden. Oud Fokker-verkoper Daan Krook heeft iets vervelends geroepen. Maar ach, we zijn onze eigen weg gegaan.”

Bang dat zich problemen bij de productie van nieuwe Fokkers zullen voordoen is Rosen Jacobson niet. Tenslotte is het alweer een jaar geleden dat de laatste Fokker voor de laatste klant de fabriek heeft verlaten. Het merendeel van het overgebleven personeel heeft daarna ontslag gekregen en elders emplooi gevonden. Ex-Fokkermensen wijzen er daarbij op dat de praktijk uitwijst dat de expertise om vliegtuigen te bouwen, de learning in vakjargon geheten, daarna snel wegvloeit.

Rekkof denkt slechts 200 productiemedewerkers nodig te hebben voor het nieuwe productieproces. “Geen enkel probleem”, zegt de vroegere directeur Fokker Eindlijnen en huidige vice-president van Rekkof Hans Quist. “Ten eerste hebben we niet veel mensen nodig. Ook na het faillissement hebben we nog Fokkers gebouwd zodat die expertise echt niet zo snel weg is. Ik word nog vrijwel dagelijks door oud Fokker-mensen gebeld die me vertellen: 'je denkt misschien dat ik een leuke nieuwe baan heb, maar dat is niet zo. Als jullie wat gaan doen bel me dan alsjeblieft'.” Als alles volgens plan verloopt wordt de kracht van het nieuwe Rekkof volgens Quist dat het een afgeslankte, efficiënte organisatie wordt. “Vroeger hadden we bij Fokker minstens 200 man voor marketing en sales in dienst. Dat worden er bij Rekkof hooguit 20. Ook op dit punt gaat iedere vergelijking met het oude Fokker mank.”