Uit bezit van Amerikaan; Ook kopie van Mondriaan in Den Haag

ROTTERDAM, 7 SEPT. Het Haags Gemeentemuseum bezit sinds vorige week niet alleen het legendarische, laatste schilderij Victory Boogie Woogie (1944) van Piet Mondriaan, maar ook een vroege kopie van hetzelfde doek.

Deze kopie, vermoedelijk in de jaren '50 gemaakt door een nog onbekende schilder en gekocht door de eerste eigenaresse van de echte Mondriaan, mevrouw E. Hall-Tremaine, komt eveneens uit het bezit van Samuel I. Newhouse. Deze particuliere, New-Yorkse verzamelaar heeft zijn Victory onlangs voor tachtig miljoen gulden verkocht aan de particuliere Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, opgericht door de Vereniging Rembrandt, die het werk kon financieren dankzij een gift van De Nederlandsche Bank.

De kopie, bedoeld om het kwetsbare origineel op reizende Mondriaan-tentoonstellingen in vooral Amerika te vervangen, heeft dezelfde afmetingen als het origineel, maar de vele stukjes gekleurd kleefband, waarmee Mondriaan experimenteerde, komen er niet op voor, aldus een woordvoerder van het Haags Gemeentemuseum. Meestal kregen dergelijke kopieën grotere of kleinere afmetingen om zich nadrukkelijk van het origineel te onderscheiden. De kopie, die in 1955 in Nederland te zien was, blijkt nu sterker verouderd te zijn dan het origineel.

Ook het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit een kopie, in 1946 gemaakt in opdracht van de oud-Stedelijk Museum-directeur Willem Sandberg. In dat jaar bood het Stedelijk een grote Mondriaan-expositie waarop de Victory ontbrak. Gezien het kunsthistorische belang ervan bestelde Sandberg bij de restaurateur Willy Kock een kopie, die overigens nooit in de museumzalen te zien is geweest, volgens een woordvoerder van het Stedelijk, en die het museum als een 'document in het archief' beschouwt.

De 'Haagse' kopie is, voor zover bekend, in de aankoopsom van het origineel inbegrepen. Overigens blijkt dat verkoper Newhouse dat aankoopbedrag van tachtig miljoen gulden in drie jaar tijd heeft verdubbeld. In augustus 1995 kostte de Victory Boogie Woogie twintig miljoen dollar, aldus C. List, nu directeur van het Cobra Museum in Amstelveen, maar destijds zakelijk leider van het Haags Gemeentemuseum. List deed dat jaar in New York navraag namens een geïnteresseerde particulier, die het doek na aankoop aan het Haags Gemeentemuseum in bruikleen wilde geven. Het museum zelf kon het onmogelijk verwerven.

Aangezien Newhouse en zijn vrouw er geen afstand van wilden doen, voerden ze de prijs de daaropvolgende jaren alleen maar op. In 1996 kreeg List dertig miljoen dollar te horen, een bedrag dat vorig jaar in verband met de geïnteresseerde particulier, nog schriftelijk werd bevestigd.

“Het is zeer de vraag”, aldus List, “of de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit te veel heeft betaald. Newhouse kon zich de prijsverhoging permitteren. Alleen als het per se moest, wilde hij er afstand van doen.”