Toedracht vliegramp is nog mysterie; Zwarte doos toestel Swissair gevonden

MONTREAL, 7 SEPT. Duikers van de Canadese marine hebben gisteren een digitale recorder met vluchtgegevens boven water gehaald van het toestel van Swissair dat woensdagavond voor de Canadese oostkust in zee stortte. De 'zwarte doos' werd ongeveer acht kilometer ten zuiden van de kust gevonden op een diepte van 55 meter.

Ook zijn dit weekeinde met behulp van sonar-apparatuur drie grote wrakstukken van het vliegtuig gelokaliseerd. Naar een tweede 'zwarte doos', met opnamen van gesprekken in de cockpit, wordt nog gezocht. Bij de vliegramp met vlucht 111 van de Zwitserse luchtvaartmaatschappij, die op weg was van New York naar Genève, kwamen alle 229 passagiers en bemanningsleden om het leven.

De gevonden recorder, met gegevens over onder meer het vluchtpatroon, de motoren en andere mechanismen, is naar Ottawa gebracht voor ontcijfering en analyse. In combinatie met gegevens van de tweede 'zwarte doos' en opnamen van gesprekken met de luchtverkeersleiding in de Canadese plaats Moncton moet de recorder inzicht verschaffen in de toedracht van het ongeluk. Daarover is nog weinig bekend.

Uit opnamen van gesprekken tussen vlucht 111 met Moncton is dit weekeinde gebleken dat het laatste kwartier van de vlucht werd gekenmerkt door wanhopige wendingen om het toestel landingsklaar te maken. Het vliegtuig slaagde er niet in de landingsbaan in het Canadese Halifax te bereiken omdat het een te grote hoogte had en te zwaar was om direct te landen - niet, zoals eerder werd aangenomen, omdat het zich te ver van de luchthaven bevond.

Tien minuten nadat de luchtverkeersleiding in Moncton het eerste noodsignaal ontving van vlucht 111, cirkelde het toestel door het luchtruim boven de Oost-Canadese deelstaat Nova Scotia om af te dalen en brandstof te lozen. Vervolgens gaf de piloot aan dat de noodsituatie escaleerde en werd de communicatie verbroken.

Er bestaat onduidelijkheid over de aard van de escalatie. Op kleinere, drijvende wrakstukken die zijn geborgen zijn geen sporen gevonden van een explosie aan boord. Andere opties staan nog open. Brak er brand uit in een van de motoren? Raakten piloot en co-piloot bewusteloos? Viel de elektriciteit aan boord uit?

Vic Gerden van de Canadese Verkeersveiligheidsdienst, die het onderzoek leidt, gaf dit weekeinde een reconstructie van het voorlaatste stadium van de vlucht. Volgens Gerden bevond het vliegtuig zich op een hoogte van tienduizend meter toen het voor het eerst melding maakte van een noodsituatie met de uitroep “Pan! Pan! Pan!” De piloot sprak van rook in de cockpit en wilde omkeren naar Boston. Op advies van Moncton besloot hij door te gaan naar Halifax, dat met 112 kilometer veel dichterbij was.

Toen het vliegtuig zich ongeveer 48 kilometer (dertig mijl) van Halifax bevond, had het een hoogte van naar schatting 5.500 meter, aldus Gerden. Het vliegtuig woog op dat moment naar schatting 230 ton; 30 ton teveel voor een veilige landing. Het lozen van 30 ton brandstof zou twaalf minuten duren.

“We hebben meer nodig dan dertig mijl,” liet de piloot weten, waarop de luchtverkeersleiding voorstelde een rondje linksom te maken. Vlucht 111 ging akkoord en kreeg toestemming om tijdens de afdaling brandstof te lozen. Toen het toestel een driekwart ronde had gemaakt, meldde het opnieuw een noodsituatie. “We moeten onmiddellijk landen,” zo luidde het laatste bericht. Zes minuten later, om ongeveer half elf, raakte het vliegtuig in een nauwe spiraal rechtsom en stortte in zee.