Roomse boerenzoon en bankier met weidse blik

Tot 15 maart volgend jaar is Wijffels voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank. Dan wordt de boerenzoon uit het Zeeuwse Turkeije voorzitter van de Sociaal Economische Raad.

Herman Wijffels heeft nooit helemaal in de financiële wereld gepast. Vindt de financiële wereld. Akkoord, de hoogste baas van de Rabobank is briljant, bevlogen en betrokken, maar hij is geen echte bankjongen - nooit geweest en hij zal het ook nooit worden. “Herman is saai en braaf. En zijn bank ook”, zeggen de (ex-)topmannen van banken die anders dan bij de coöperatieve Rabobank vooral de aandeelhouders dienen te plezieren. Wijffels is anders dan zij. In de vakantie hakt hij hout in zijn eigen tuin, hij golft niet maar hij fietst, 's morgens drinkt hij thee en geen koffie, en hij zal er nooit een minnares op na houden. En, wat ze het het ergste vinden, hij is altijd geschikt gevonden voor een ministerspost. Dat betekent dat je in staat wordt geacht om je het gejeremieer van het parlement te laten aanleunen. Dan liever één keer per jaar het gezeur van een aandeelhoudersvergadering, is de opvatting in het financiële milieu.

“Wijffels is meer een bestuurder dan een bankier”, zegt Harry Langman met iets van spot in zijn stem. Langman was lid van de Raad van Bestuur van ABN Amro en van 1971 tot 1973 minister van Economische Zaken. “Bij ABN Amro moet je geld verdienen en winst maken en bij de Rabobank moet je er vooral voor zorgen dat je achterbannen niet al te hard gaan kankeren.” Bij die achterban, de boeren, aannemers en kruideniers die de vijfhonderd aangesloten banken besturen, zegt Wijffels zich thuis te voelen. Voor hem liever dat soort mensen van vlees en bloed dan werken voor een abstractie als 'de aandeelhouder'.

“Herman heeft eigenlijk een vreselijke hekel aan geld en aandelen”, vertelt Annelien de Winter, boerin in Oost-Groningen en een van de vijf zussen van Wijffels. “Het behoud van de schepping is voor hem veel belangrijker. Dat hebben we van huis uit mee gekregen.”

De bankdirecteur komt uit een geslacht van katholieke boeren die al ruim vierhonderd jaar de Zeeuwse grond bewerken en van wie er ook een aantal naar South Dakota in de Verenigde Staten is getrokken. Wijffels' wieg stond in een boerderij in het Zeeuws-Vlaamse gehucht Turkeije waar weinig werd gelachen en waar emoties werden onderdrukt. Op veertig hectare werd vooral hard gewerkt aan het verbouwen van tarwe, gerst, bieten, aardappelen en bruine bonen. Herman was de oudste van acht. Hij kon de zaak voortzetten en boer worden via de Landbouw-winterschool. Die heettte zo omdat alleen in de winter werd gestudeerd.

Het liep anders, nadat moeder Wijffels op een ouderavond was geweest van de katholieke HBS in Oostburg waar haar oudste zoon op zat. “Die Herman, die wordt ooit nog wel eens minister”, hadden enkele leraren haar toevertrouwd en dus werd Wijffels geen slaaf van de Zeeuwse klei, maar ging hij economie studeren aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Met zijn zeventien jaar was hij er een van de jongste studenten.

'Tilburg' bracht Wijffels onder meer in contact met Oosterse filosofieën. Net als zijn vrouw, die op latere leeftijd een filosofiestudie afrondde, heeft het zijn interesse gehouden. Met dank aan het dispuut waarin hij in Tilburg belandde: K.O.N.G.S.I. (Kolder Over Nevelige Gedachten Saneert Intellect). Dat dispuut, in 1947 opgericht door twee Chinees-Indonesische studenten, is gestoeld op taoïsme en confucianisme. Een verrijkend dispuut, meent Wijffels' dispuutgenoot Frans van der Meer, compleet met spirituele feesten, yin en yang en I Tjing-achtige initiatieriten. Hoewel niet geweldig vlot en joviaal schopte Wijffels het tot voorzitter van het dispuut, tot Tao Kêh.

Wijffels zegt altijd tegen zijn vrienden van toen dat zijn boerenachtergrond gecombineerd met zijn studietijd in het toen nog brave katholieke Tilburg het fundament vormt van de man die hij nu is. In Tilburg heeft Wijffels leren denken en een levensvisie gevormd waarin onder meer een leidend katholiek beginsel als subsidiariteit centraal staat.

Thuis in Zeeuws Vlaanderen werd 'denken' op hardhandige wijze 'doen', toen in 1961 zijn vader overleed en twee jaar later zijn moeder. Het sobere gezin dreigde pal na de tweede begrafenis te worden verdeeld over de familie. “Herman heeft dat tegengehouden”, herinnert zus Annelien zich. Besloten werd dat Wijffels' broer Eugène zijn studie eraan zou geven om permanent op het bedrijf te kunnen zijn en dat Herman, toen 21 jaar, samen met een bewindvoerder voor de continuïteit moest zorgen. Weekend na weekend, als zijn vrienden bij de voetbalclub Willem II zaten, ging Wijffels via het veer Vlissingen-Breskens naar zijn geboortegrond.

“Nu ik zelf kinderen heb van die leeftijd”, vertelt Annelien de Winter, “besef ik pas voor welke opgave Herman toen stond.” “Pas later besef je wat hij toen al aan discipline, evenwichtigheid en natuurlijk verantwoordelijkheidsgevoel in huis heeft gehad”, zegt studievriend Hein Martens. “Het heeft Herman in ieder geval sterk gevormd.” Wijffels rondde ondanks alles zijn studie in 1965 met succes af. Op 25 november zal zijn alma mater hem een eredoctoraat in de economie schenken.

De manier waarop over de Wijffels-van-vroeger wordt gesproken lijkt gekleurd door de indruk die hij nu, 56 jaar oud, op mensen maakt. Zo wordt de ingetogen, weinig emoties tonende student Wijffels achteraf getypeerd als iemand met een uitstraling van rust en reflectie, messcherp in het debat en extreem intelligent. Een natuurlijk leider was hij ook al: de jongste, maar toch de aanvoerder van het voetbalelftal.

Fons van der Stee, oud-minister van Landbouw en van Financiën, claimt al die kwaliteiten als eerste bij Wijffels te hebben ontdekt. Van der Stee's zwager, tevens een broer van een vriend van Wijffels, Jacques van Lierde, haalde hem uit Brussel, waar hij met groeiende tegenzin stage liep bij de Europese Commissie, naar het ministerie van Landbouw in Den Haag. Nog maar 29 jaar oud werd Wijffels er directeur Marktordeningsvraagstukken. Het was een kwestie van boerenjongens onder elkaar, vertelt Van der Stee, net als Wijffels en Van Lierde zoon van een boer. “Die begrijpen elkaar wat makkelijker, hebben aan een half woord genoeg.”

Tot teleurstelling van Van der Stee trok de christelijke werkgeversvereniging NCW met succes aan zijn “superbekwame jonge topambtenaar”. Op 35-jarige leeftijd werd Wijffels daar als algemeen secretaris de facto de hoogste baas. “Maar ik wist ook wel dat hij dat niet zo lang zou doen”, zegt Van der Stee. Diens voorganger als minister van Landbouw, Pierre Lardinois, was inmiddels voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank en zocht een opvolger. “Ik heb tegen Lardinois gezegd: 'Ik heb iemand voor je en je kent hem al'. Dat was dus de Wijffels die onder Lardinois op Landbouw was binnengekomen.” Wijffels trad in 1981, na vier jaar NCW, toe tot de hoofddirectie van de Rabobank. Vijf jaar later was hij er de voorzitter, de Tao Kêh.

De van oorsprong agrarische Rabobank past boerenzoon Wijffels als een maatpak. Bij elke andere, puur op winst gerichte, bank zou hij snel zijn vastgelopen. De decentrale structuur van de Rabobank maakt dat wat de hoogste baas heet te zijn eigenlijk meer een intermediair is die het overleg tussen alle vijfhonderd aangesloten banken in goede banen dient te leiden. Die banken zijn uiteindelijk autonoom, precies zoals het volgens de subsidiaire visie van Wijffels hoort: verantwoordelijkheden op dat niveau leggen waar ze behoren te liggen.

Delegeren beschouwen zijn medewerkers dan ook als Wijffels' grootste kracht. Hij ontvouwt een visie, geeft een richting aan en laat de oplossing van een probleem aan zijn toehoorders. “Herman heeft een weidse blik en staat zo ver boven de materie dat het voor ons wel eens lastig is”, zegt Piet van Schijndel, directeur van Rabo-verzekeraar Interpolis. “Want er is ook nog zoiets als de hitte van de dag - er moeten beslissingen worden genomen - en daar neemt hij wel eens afstand van.”

De visie van Wijffels is voor een groot deel terug te voeren op, wat hij zelf noemt, de Triple P bottomline: Profit, People en Planet. De profit is daarin geen doel op zich, maar een reflectie van de maatschappelijke relevantie van een bedrijf. Net zoals een verlies- en winstrekening in geld zou elke onderneming volgens Wijffels zo'n rekening op moeten maken van de belasting van mensen en van milieu. Het zijn opvattingen die weliswaar rechtstreeks zijn terug te voeren op Wijffels' vroegste jaren, maar zijn collega's van andere banken halen daarvoor de neus op. “Ik weet dat andere bankiers hem atypisch vinden”, zegt Lenze Koopmans, lid van de raad van toezicht van de Rabobank. “Hun grootste zorg is de winst per aandeel, ze begrijpen niets van zijn softe zijde.”

Wat dat betreft heeft Wijffels een williger publiek aan zijn CDA-partijgenoten. Die liepen zo weg met Wijffels en zijn visie-op-de-wereld, dat 'CDA-coryfee' steeds vaker achter zijn naam kwam te staan. “K.O.N.G.S.I. had altijd gehoopt dat we een minister-president zouden voortbrengen”, zegt dispuutsgenoot Johan Wellen lachend, “maar Wijffels wilde niet, de sukkel.”

Een politieke carrière heeft Wijffels nimmer geambieerd, hoewel cynici beweren dat hij zijn statuur van politiek zwaargewicht vooral heeft te danken aan het almaar 'nee' zeggen tegen partijpolitieke aanbiedingen. “De nitty gritty van het dagelijkse politieke bedrijf is niks voor Wijffels”, zegt oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy, die samen met hem bij het NCW werkte.

Wijffels slaat dicht als de inhoudelijke argumenten stokken en overgaan in zaken als het zwaaien met portefeuilles. Een premier die boven de partijen staat, die rol kan Wijffels wel spelen. Maar niet de rol die hij zich moet laten welgevallen om dat premierschap te bereiken. Dan zou Wijffels stemmen moeten trekken van kiezers die hem niet begrijpen. “En daarvoor heeft Herman te veel kwaliteit”, meent studievriend Martens. Wijffels' 'ontdekker' Van der Stee: “Hij heeft wel politieke ambities, maar geen partijpolitieke ambities.” Zo bezien is het voorzitterschap van een van de belangrijkste adviesorganen van het kabinet, de Sociaal Economische Raad, het maximaal haalbare voor Wijffels.

“Herman heeft altijd boven de partijen gestaan”, meent CNV-voorzitter Anton Westerlaken met wie oud-werkgeverstopman Wijffels sinds 1986 in een denktank van de christelijke vakbeweging zit. “Goed, hij is van het CDA, maar hij kan een verhaal houden waar elke sociaaldemocraat zo zijn handtekening onder zal zetten.”

Wijffels' weidse woorden zijn inmiddels de Rabobank ontstegen. De bank vindt het een verstandig besluit dat hij vertrekt. “Anders druk je te veel een stempel”, meent Van Schijndel van Interpolis. En ook Wijffels heeft het boek 'Alleen op de financiële wereld' wel zo'n beetje uit. Net als trouwens collega-bankiers het boek 'Wijffels' - met hoofdstukken als 'de zorgzame samenleving', 'geld is ook niet alles' en 'de aarde wordt verkracht' - maar wat graag dicht willen slaan.

De SER zocht en krijgt op 15 maart een voorzitter die boven de partijen staat en als het vleesgeworden overlegmodel kan worden getypeerd. Net zoals de Rabobank is de SER een organisatie die het volgens Van Schijndel moet hebben van consensus-door-overleg. “Als de SER niet bestond, dan hadden ze het voor Herman uitgevonden”, zegt hij. “Zo is het maar net”, monkelen de aanstaande ex-collega's van Wijffels uit het financiële milieu. Wat hen betreft is de SER net zo saai en braaf als de Rabobank.