Philips-concern trekt zich terug van Birmese markt

ROTTERDAM, 7 SEPT. Philips heeft zich teruggetrokken van de Birmese markt. Blijkens twee schriftelijke verklaringen die NRC Handelsblad door de Nederlandse elektronica-multinational zijn toegezonden, is 'alle export van Philips-producten (...) naar Birma gestopt'. Ook zou een eind zijn gemaakt aan 'alle ondersteunende marketing-activiteiten'. Plannen voor het openen van een verkoopvestiging in Birma vinden definitief 'geen doorgang'. Afgelopen vrijdag werd al bekend dat C&A geen zaken meer doet in het door een junta geregeerde land, 'omdat de onderdrukking en de schending van de mensenrechten daar zulke afschuwelijke vormen hebben aangenomen'.

De zich nu aftekenende uittocht van het Nederlandse bedrijfsleven nam ruim twee jaar geleden een aanvang. Begin juli 1996 maakte bierproducent Heineken na een brede maatschappelijke discussie over één van de meest repressieve militaire dictaturen ter wereld bekend dat de brouwerij Birma de rug toekeerde. Philips bleef er voorlopig actief. De naamsbekendheid van Philips werd bijvoorbeeld bevorderd door het uitzenden van een groot aantal reclamespots tijdens voetbalwedstrijden op de Birmese televisie.

Naar aanleiding van een bericht in NRC Handelsblad van 8 augustus jongstleden, waarin werd gemeld dat de Nederlandse elektronica-reus tot op de dag van vandaag vanuit Bangkok een agressief marktbeleid voert in Birma, laat het Eindhovense bedrijf in eerste instantie op schrift weten reeds met ingang van augustus 1996 te zijn 'gestopt met alle marketing-activiteiten'. De Philips-woordvoerster: “Tot dusverre hebben wij hierover niet on the record willen reppen, maar gegeven de huidige omstandigheden lijkt het ons wel zo verstandig bekendheid te geven aan het feit dat we niets meer met Birma te maken willen hebben.”

Voor het Birma Centrum Nederland komt de mededeling van Philips als een verrassing. “Wij verwelkomen deze stap”, zegt coördinator Gijs Hillenius, “al zijn we verbaasd over het feit dat het bedrijf er tot dusverre over heeft gezwegen.” Hillenius reageert met scepsis op het door Philips genoemde tijdstip (1 augustus 1996) waarop de onderneming Birma zou hebben verlaten. Een maand later verzond de Nederlandse ambassade in Bangkok, die intensief contact onderhoudt met de lokale vestiging van Philips, nog een brief aan de Franse ambassadeur Robert Igier in Rangoon. In het schrijven wordt expliciet melding gemaakt van voortgezette Philips-activiteiten in Birma. De brief (waarvan door het ministerie van Buitenlandse Zaken een kopie is overlegd) bevat onder meer de volgende zinsnede: 'Please note that there are several (...) Dutch companies active in Myanmar, like Philips.'

Geconfronteerd met het schrijven van de Nederlandse ambassade stuurt Philips in tweede instantie een verklaring aan deze krant, waarin bij nader inzien wordt gemeld dat de onderneming zich medio september 1996 volledig van Birma heeft afgewend. Dit 'gezien de instabiliteit van de lokale situatie en omdat wij ook niet het risico wilden lopen betrokken te worden bij onwenselijke lokale politieke machinaties'.

Betrouwbare bronnen bij Philips zeggen dat een andere reden een grotere rol speelde. Diverse Amerikaanse steden (onder andere San Francisco) en staten (zoals Massachusetts) oefenen al enkele jaren druk uit op Westerse bedrijven om banden met Birma te verbreken.

Hoewel Philips zegt Birma reeds twee jaar (in stilte) uit de weg te gaan hangen in Rangoon en omgeving nog steeds volop Let's make things better-advertenties. “Alle reclame-uitingen van Philips, zoals die in de bushokjes en op het vliegveld, dateren uit 1996”, legt het bedrijf uit. “Alle contracten betreffende reclame-campagnes zijn geannuleerd.”

Toen Heineken zich terugtrok uit Birma, deelde het regime de bevolking in de staatskrant New Light of Myanmar mee dat het haar 'patriottic duty' was voortaan geen bier van de Nederlandse brouwer meer te drinken. Heineken-reclameborden werden snel verwijderd. Ook van andere afgereisde Westerse bedrijven als Pepsi Cola, Levi's en Reebok is in de Birmese hoofdstad geen spoor meer te bekennen. Waarom pakken de Birmese generaals het in geval van Philips anders aan? Waarom brandt avond na avond op één van de hoogste gebouwen in Rangoon een metershoge Philips-neonreclame? Het lijkt onwaarschijnlijk dat Birma met z'n chronische stroomtekorten geneigd is het vertrokken Nederlandse bedrijf een plezier te doen.

“Ik wil er geen geheim van maken dat Philips hier fors van baalt”, reageert de woordvoerster. “Wij betalen al twee jaar geen cent voor die advertenties, en het is ons een raadsel waarom het doorgaat. Toevallig heeft Robert Martijnse, directeur van ons kantoor in Bangkok, niet zo lang geleden vanuit Birma gehoord dat onze reclameborden zullen worden weggehaald. Ook die neonreclame wordt van het dak getrokken. We zullen een zucht van verlichting slaken.”

In antwoord op de vraag waar de Philips-haardrogers, -scheerapparaten en huishoudelijk apparatuur vandaan komen die tot op de dag van vandaag te koop liggen in prestigieuze winkels als de Yusana Department Store (een soort Bijenkorf in Rangoon) laat het concern weten: “De Philips-producten die nog in Birma verkocht worden, worden parallel ingevoerd door lokale dealers zonder enige ondersteuning van Philips.'

Anders dan C&A heeft Philips dus alleen de directe handel stopgezet. De indirecte handel via tussenpersonen of importeurs die Birma ten dienste staan is nog niet beëindigd. “Ik geef eerlijk toe dat wij zover nog niet zijn gegaan”, zegt de Philips-woordvoerster. “Maar het zou heel goed kunnen zijn dat we binnen afzienbare tijd ook die stap zetten.”

De mededelingen van Philips Eindhoven zijn involledig, zoniet incorrect, blijkt uit een afrondend telefoongesprek met Robert Martijnse, chefvan Philips Electronics Thailand. “Ik zou graag willen dat onze advertenties uit Rangoon verdwenen, maar we kunnen absoluut niet garanderen dat dat zal gebeuren. Al die 'Let's make things better'-bushokjes zijn in de zomer van 1996 door Philips geschonken aan de Yangong (Rangoon) Town Council. Hetzelfde geldt voor trolleys en banken op het vliegveld van Rangoon. Het probleem is dat je een bewind niet kunt dwingen iets te verwijderen dat jij hebt gegeven. Er zal in Birma dus net zo lang reclame voor ons worden gemaakt als het militaire regime wenst.”