Partners

HET IS MET de universiteiten merkwaardig gesteld. Terwijl iedereen het erover eens is dat de rol van kennis in onze samenleving van het allerhoogste gewicht is, zijn de instellingen waarin die kennis opgedaan kan worden het toneel van twijfel en voortdurende heroriëntatie. De redes die vandaag werden gehouden bij de opening van het academisch jaar vormden daar een treffend bewijs van. De universiteitsbestuurders stonden niet stil bij de vorderingen die in de wetenschap het afgelopen jaar zijn gemaakt, ze onthulden ook niet welke doorbraken we dit jaar kunnen verwachten, en ze lieten zich al helemaal niet uit over de onderzoeksvragen die volgens hen dringend beantwoord moeten worden. In plaats daarvan maakten ze van de gelegenheid gebruik om een aantal bestuurlijke en financiële kwesties onder de aandacht te brengen.

Dat was geen verrassing, want zo gaat het elk jaar in de aula's en auditoria van de universitaire gemeenschap. En wie goed luistert kan achter de onderwerpen die de bestuurders en gastsprekers aandragen de werkelijk interessante thema's ontwaren.

EEN VAN DIE kwesties is diezelfde paradox: enerzijds het toenemende belang van kennis, anderzijds het afnemende prestige van de universiteit. Die paradox laat zich overigens gemakkelijk verklaren: de wetenschap is zó alomtegenwoordig en de maatschappij is al zó kennis-intensief, dat de maatschappelijke rol van de universiteiten steeds vanzelfsprekender is geworden. De universiteiten moeten de hoogopgeleide professionals leveren waaraan de samenleving behoefte heeft, en ze moeten dat zo snel en zo efficiënt mogelijk doen. In de woorden van de voorzitter van de Raad van Toezicht van de Erasmusuniversiteit: “Het wetenschappelijk onderwijs kan pas van kwalitatief hoog niveau zijn, als de afgestudeerden zodanig zijn opgeleid dat zij probleemloos kunnen worden ingezet op de arbeidsmarkt.”

Het is moeilijk om te beslissen welk deel van deze uitspraak de meest provocerende lading in zich draagt: het woord 'probleemloos' of het 'worden ingezet'. In elk geval vinden die afgestudeerden die nog meenden dat ze met hun bul in de hand de zoektocht naar de Waarheid konden voortzetten, voorzitter Herkströter nadrukkelijk op hun weg.

Natuurlijk, net als elke andere instelling in de moderne samenleving moet ook de universiteit zich voortdurend verantwoorden. Niets is vanzelfsprekend, ook niet de legitimiteit van een aantal kostbare kweekvijvers voor de maatschappelijke elite van morgen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat de universiteiten zich van de weeromstuit overgeven aan 'markgerichte onderwijskwaliteit', 'rechtstreeks contact tussen vragers en aanbieders', en het aanhalen van de 'banden met de regio'. Je zou wensen dat er meer woorden werden gewijd aan de fascinatie van wetenschappelijk onderzoek, het zoeken naar antwoorden op dringende vragen en het bedenken van vragen waaraan nog niemand gedacht heeft. De universiteit die deze kwesties ondergeschikt maakt aan een partnership met het bedrijfsleven is op den duur noch voor de studenten, noch voor het bedrijfsleven een aantrekkelijke partner.