Oude en nieuwste muziek trekken veel meer publiek

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Aurelia Saxofoonkwartet en Elyma o.l.v. Gabriel Garrido. Gehoord: 5/9 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Zondagavond werd in muziekcentrum Vredenburg het zeventiende Holland Festival Oude Muziek Utrecht besloten met Rossini's niet zo oude Stabat mater. Zaterdag werd zelfs na het eerdere Gershwinconcert opnieuw de twintigste eeuw gehaald. 54.000 bezoekers, 4.000 meer dan vorig jaar, bezochten 175 evenementen. Volgend jaar ligt het accent op de oude muziek uit Nederland, Frankrijk en Polen. In Chopin verenigen zich de twee laatste landen.

Tot de levendigste manifestaties op de valreep behoorde ongetwijfeld het optreden van het Argentijnse ensemble Elyma. Artistiek leider Gabriel Garrido koos muziek op teksten uit La Gerusalemne liberata, waarin Tarquato Tasso (1544-1595) de eerste kruistocht uit 1099 in circa 15.000 verzen tot leven brengt. De monodieën en madrigalen van Claudio Monteverdi en Sigismondo d'India bieden daarbij de bekendste voorbeelden, Elyma voegt er de nodige herontdekkingen aan toe, waarvan Francesco Fiamengo's Dialoog van Sofronia en Olindo het meest substantieel is uitgewerkt.

In dergelijke dramatische scènes is Elyma op zijn best, vol overgave hartstochtelijk musicerend. Al die hoogtepunten (er zijn liefst vijftien losse onderdelen) worden in één grote spanningsboog gevat, kans om op adem te komen krijgt men niet. Muziek bij bloedig gapende scheuren, aan één paal vastgebonden geliefden en aanverwante verschrikkingen maken het ijskoude zweet uit de tekst tot een voelbare belevenis. Ook de vocalisten werden de talloze beproevingen tegen het einde te veel, er ontstonden hiaten.

Het buitengewoon gedisponeerde Aurelia Saxofoonkwartet had eveneens een programma opgebouwd zonder pauzes met de aan Hildegard von Bingen toegeschreven antifonen als belangrijkste inspiratiebron. Binnen dat raamwerk klonken hedendaagse kwartetten, waarvan ik de eerste en de laatste het boeiendste vond. Om te beginnen So softly... so softly van de Ier Ian Wilson in de vorm van een wiegelied in fragiele multiphonics, gevoelig tegen het sentimentele. Tot slot klonk het meer open en directe Koralen van Klaas de Vries.

Aan het eind van Wilsons kwartet, opgedragen aan Johnny Hodges, altist uit de band van Duke Ellington, zijgt saxofonist André Arends 'dood' neer op het podium. Het herinnerde aan de talrijke doden bij Elyma. Maar dát ensemble delegeerde dergelijke acts liever aan twee Argentijnse dansers. Beeldende muziek visueel complementeren bleek hier dubbel op.

Bewondering had ik bij het Aureliakwartet vooral voor de presentatie van de middeleeuwse antifonen, het raamwerk dat dit optreden in een festival met oude muziek moest rechtvaardigen. De inkleuring van deze eenstemmige liederen met instrumentale afwisseling en kale bourdontonen getuigde zowel van piëteit als fijnzinnigheid. Meer dan acht eeuwen werden moeiteloos overbrugd.

Dat was tevens het onderwerp van de Nationale Oude Muzieklezing van Kees Fens, die vooral inging op ervaringen uit zijn jeugd. Fens richtte zich daarbij op de verschillen tussen presentatieve kunst, zoals muziek en architectuur, en representatieve als literatuur en schilderkunst. Wat is daarbij precies het standpunt van de zang? Het Aureliakwartet gaf het antwoord: ook zonder tekst, dus door alleen naar de noten te verwijzen, weet goede vocale muziek te ontroeren. Instrumentale én vocale muziek zijn in wezen presentatief. Men kan muziek en tekst als het ware aan één paal vastbinden, uiteindelijk zal van de muziek de bevrijdende werking moeten uitgaan.