Orkest van de Achttiende Eeuw en Frans Brüggen voor vijftigste keer op tournee; 'Vrienden van elkaar en de muziek'

Het Orkest van de Achttiende Eeuw is bezig met zijn vijftigste internationale tournee, die na concerten op de Canarische Eilanden, in Engeland, Italië en Rusland komend weekeinde wordt besloten met optredens in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. “Het is de liefde voor de muziek, voor de grote meesterwerken, die ons bindt.”

Het Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Solisten: Cyndia Sieden, sopraan; Thomas Zehetmair, viool. Werken van Rameau en Mendelssohn en Mozart. 12 en 13/9, Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

AMSTERDAM, 7 SEPT. Voor het Orkest van de Achttiende Eeuw is de twintigste-eeuwse manier van verplaatsen niet vrij van ongerief. Het advies-met-een-knipoog dat vijf jaar geleden werd afgedrukt in een tourschema voor intern gebruik spreekt boekdelen: 'Jetlags zijn merkwaardige fenomenen en lastig te omschrijven. Stem onmiddellijk na vertrek af op de nieuwe tijd, drink veel water, eet een weinig en vermijd te veel alcohol. (...) Slapen op de dag en nachtelijk ontwaken zijn symptomen die gepaard gaan met rare golven van melancholie. Eén advies: praat er niet teveel over.'

Lange vliegreizen, van de ene naar de andere tijdzone, horen bij het Orkest van de Achttiende Eeuw, net als het transparante samenspel en de delicate orkestbalans waarmee de musici al jaren de klassieke meesterwerken op historische instrumenten vertolken. Momenteel maakt het oude-muziekgezelschap van dirigent Frans Brüggen zijn vijftigste internationale tournee, die na concerten op de Canarische Eilanden, in Engeland, Italië en Rusland komend weekeinde wordt besloten met twee optredens in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw is vanaf de oprichting in 1981 een echt 'reisorkest', dat weliswaar Nederland als uitvalsbasis heeft maar verder toch vooral buiten onze landsgrenzen opereert. Voor aanvankelijk drie grote tournees per jaar kwamen de musici van heinde en verre bijeen, vlogen voor hun concerten de halve wereld rond, waarna ieder weer zijns weegs ging, met in de agenda reeds de data voor de volgende tournee. Want al is het Orkest van de Achttiende Eeuw een ad hoc-gezelschap dat slechts enkele weken per jaar werkelijk existeert, de musici zijn al die jaren goeddeels dezelfde gebleven.

Dirigent Frans Brüggen: “Het Orkest van de Achttiende Eeuw is gaandeweg een vriendenorkest geworden met een miniem verloop. Als er eens iemand nodig is - het orkest is in de loop der jaren gegroeid van 36 naar 50 musici - wordt daarvoor eigenlijk altijd een leerling van ons aangezocht. Audities houden we niet. Het orkest is een maatschap, iedereen verdient hetzelfde. De tweede fluitist, die maar vijf maten te spelen heeft, ontvangt hetzelfde honorarium als de dirigent, de concertmeester of de solist. Voor het geld doet niemand het. Het is de liefde voor de muziek, voor de grote meesterwerken, die ons bindt.”

Die meesterwerken zijn ditmaal Beethovens Derde symfonie, twee voor Aloysia Weber geschreven concertaria's van Mozart (gezongen door Cyndia Sieden), Mendelssohns 'Italiaanse' symfonie, diens Vioolconcert (met Thomas Zehetmair als solist) en de ouverture Die Hebriden. Met ook Mendelssohn en Beethoven op het repertoire is het evident dat het orkest zich al lang niet meer beperkt tot de historische periode die het in naam nog altijd trouw betuigt. Voor de uitvoeringen van Beethovens Negende symfonie speelden in het verleden musici op moderne instrumenten mee - als een meer dan symbolische verbroedering tussen Symfonisten en Authentieken. Zelfs Stravinsky's (neo-classicistische) Apollon Musagète werd door het Orkest van de Achttiende Eeuw intussen met verve uitgevoerd.

Dat de achttiende eeuw echter nog allerminst is afgegraasd wordt weer eens duidelijk wanneer je de suite hoort die werd samengesteld uit de instrumentale delen van de opera Nais van Jean-Philippe Rameau. Tijdens een repetitie in de Gereformeerde Kerk aan de Amsterdamse Keizersgracht nemen de strijkers links van de dirigent plaats, de eerste en tweede violen ogenschijnlijk lukraak door elkaar. De blazers zitten rechts, de contrabassen staan middenachter. Een musettespeler, uiterst rechts, verdubbelt op zijn kleine doedelzakje de blazerspartijen.

Het is een saillante orkestopstelling die niet alleen muzikaal is gemotiveerd omdat blazers en strijkers in deze suite veelal gescheiden compositorische componenten vormen.

De opstelling is ook historisch correct, volgens de tekeningen van de orkestbakken in de toenmalige Parijse operahuizen. En met de in het achttiende-eeuwse Parijs gebruikelijke lage stemming - de musici spelen een hele toon lager dan nu gebruikelijk - is het duidelijk dat het gefundeerde streven naar 'authenticiteit' nog altijd het belangrijkste credo van het Orkest van de Achttiende Eeuw vormt.

Brüggen: “Voor de suite van Rameau hebben we een transcriptie gemaakt van de autograaf die wordt bewaard in de Bibliothèque Nationale in Parijs. De officiële uitgave, door de Frans staat verzorgd, is totaal onbetrouwbaar. Componisten als d'Indy en Saint-Saëns hebben deze editie geredigeerd, maar de heren hebben er uit hun eigen doos van alles bijgefantaseerd.”

Op de vraag of het Orkest van de Achttiende Eeuw ooit aan een scenische opera-opvoering zal meewerken, antwoordt zakelijk leider Siewert Verster: “We zijn bezig nieuwe dromen te formuleren. We willen ook zeker eens een echte opera doen. Rameau is scenisch te veeleisend, maar een Mozart-opera is goed te doen. De Nationale Reisopera is daarvoor een serieuze gegadigde omdat zij veel met andere orkesten werkt. Ik stel me een productie voor met authentiek uitgevoerde muziek en een moderne enscenering, Spielberg-achtig.

“Een moderne enscenering is een voorwaarde, want als je dit repertoire ook 'authentiek' gaat regisseren wordt het dodelijk saai.

“We zullen zien wat de toekomst ons brengt. De gemiddelde leeftijd van de orkestleden is vergelijkbaar met die van The Rolling Stones. We worden steeds ouder en krakkemikkiger. Iedereen weet dat het orkest een eindig avontuur is. Het is begonnen en eens houdt het op. Alle modellen staan wat dat betreft nog ter discussie: Besluiten we om in het jaar 2000 op te houden? Houden we op als Frans stopt? Gaan we door tot Frans sterft?”