Het geschreeuw laat coach Den Bosch aan anderen over

DEN HAAG, 7 SEPT. De uitsmijter kwam gisteren bijna traditiegetrouw op naam van de hockeyer met de grootste mond uit de Nederlandse hoofdklasse. “HGC wil ik bij deze graag feliciteren omdat ze ditmaal wel een toernooi hebben uitgespeeld”, sneerde doelman Ronald Jansen nadat hij als aanvoerder van Den Bosch de hoofdprijs van de Haagse Hockeydagen had ontvangen.

Aanleiding voor die provocatie was de boycot van HGC vorige week bij het Hoofdklasse-toernooi in Den Bosch. Bij gebrek aan voldoende spelers en uit vrees voor blessures weigerde de ploeg uit Wassenaar in actie te komen op de slotdag. Met die afzegging stuurde HGC het speelschema in de war en verloor het toernooi aan prestige.

Groot was gisteren dan ook het leedvermaak, toen HGC in de troostfinale van de Haagse Hockeydagen met 9-3 verloor van Bloemendaal. Als excuus kon HGC-coach Maurits Hendriks de afwezigheid aanvoeren van de internationals Stephan Veen (werk), doelman Guus Vogels (blessure) en Tycho van Meer, die uitviel met een sleutelbeenblessure.

Terwijl de club uit Wassenaar, twee jaar geleden kampioen, met pijn en moeite een volwaardig elftal op de been kan brengen, baadt titelverdediger Den Bosch in luxe. Zoals gisteren bleek in de finale van de Haagse Hockeydagen waar Den Bosch, ondanks het vertrek van drie ervaren krachten (Marc Lammers, Stijn van der Laan en Cas Wolbert), met 2-1 won van de Spaanse kampioen Egara.

Negentien spelers telt de selectie van Den Bosch, van wie het merendeel afkomstig uit de eigen jeugd. “Liever onze eigen jongens dan een stel dure buitenlanders”, benadrukte coach Toon Siepman gisteren. Ook in Den Bosch boden buitenlanders de afgelopen maanden hun diensten aan. Siepman: “Ik noem geen namen, maar we hebben ze een voor een vriendelijk bedankt voor de eer.” Een bestemming voor de hoofdprijs, een cheque ter waarde van vijfduizend gulden, was gisteren snel gevonden. “Die gaat naar de jeugd.”

Siepman nam deze zomer het roer over van de teruggetreden Roger van Gent, onder wiens leiding de hegemonie van clubs uit het westen werd doorbroken. Siepman, voormalig coach van Push en MOP, beweert bij Den Bosch in “een gespreid bedje” terecht gekomen te zijn. “Ik hoef maar te piepen of het is geregeld. Het is ongelooflijk hoe professioneel deze club georganiseerd is.”

Voortborduren op de nalatenschap van zijn voorganger is de opdracht die Siepman zichzelf heeft meegegeven bij zijn debuut als coach van een topclub. “Onze kracht is de typische Brabantse vechtlust en die hou ik er graag in.” Het spel van Den Bosch ziet er niet spectaculair uit, maar blinkt uit in effectiviteit en raffinement.

Net als afgelopen seizoen vervult centrale middenvelder Jeroen Delmee (25) een belangrijke rol binnen het Bossche collectief. Samen met doelman Jansen (35) en spits Piet-Hein Geeris (26) zet hij de lijnen uit en houdt hij de rest verbaal bij de les. Op initiatief van Siepman fungeert Delmee dit seizoen met Jansen als mentor tijdens de trainingen. Siepman: “Ik ben dan wel de coach, maar dat neemt niet weg dat ik nog een hoop van die jongens kan leren.”

Zelf vindt Delmee de rol van mentor als een uitvloeisel van zijn status als international. “Ronald en ik weten op basis van onze ervaringen bij het Nederlands elftal hoe tophockey gespeeld moet worden. Bovendien zijn wij beiden van huis uit praters.” Dat heeft Siepman ook geconstateerd. “Ik ben van nature tamelijk rustig. Dat geschreeuw laat ik graag aan anderen over.”