Herzien

Eind jaren zeventig verschenen ook in Nederland de eerste kantoorgebouwen van spiegelglas. Ze waren een uit de Verenigde Staten overgewaaide mode. Daar werden de zakencentra van steden als Houston en Dallas al veel langer gesierd door gebouwen die van top tot teen waren bekleed met blauw, groen, zwart of zelfs oranje-bruin spiegelglas.

Spiegelglas werd in de architectuur het woord voor 'dynamisch en zakelijk', het werd het bouwkunstige equivalent voor modern kapitalisme. De spiegelingen geven het gebouw ook een zweem van luxe. Spiegelglazen gebouwen glimmen en glanzen en oefenen zo op veel ondernemers en bankiers eenzelfde aantrekkingskracht uit als grote blinkende auto's. In de jaren tachtig zou de spiegelglazen gevelbekleding dan ook uitgroeien tot het cliché van de eigentijdse kantoorbouw.

De top van de Rabobank koos in 1978 als een van de eerste ondernemers voor een nieuw hoofdkantoor van spiegelglas in Utrecht. Dit gebouw, ontworpen door Articon-architecten J. Bak en A.J. Fichtinger, baarde veel opzien toen het werd opgeleverd. Voor voorbijgangers of treinreizigers die het immense gebouw vlakbij het Centraal Station zien liggen, is het moeilijk om de precieze vorm ervan vast te stellen. Het in 1983 opgeleverde gebouw voor 1.800 medewerkers kent allerlei uitbouwen en verspringingen en wie na één rondtocht om het gebouw uit het hoofd de contouren ervan kan tekenen, heeft een bijzonder goed observeringsvermogen. Maar tegenover amorfe vorm staat de overheersing van het spiegelglas als materiaal van de gevels: iedereen die het Rabokantoor heeft gezien, weet dat de Rabobanktop huist in een spiegelglaspaleis. Twintig jaar later blijkt dit materiaal een bewijs van de juistheid van de stelling dat wie met de Zeitgeist trouwt spoedig weduwe zal zijn. Het spiegelglas van de Rabobank behoort tot een voorbij tijdperk en doet nu gedateerd aan.

De gebouwen van spiegelglas staan in de traditie van het modernisme, dat versieringen tot misdaad had verklaard. Spiegelglas vervult het modernistische verlangen naar volkomen gladde gevels. Al in het begin van deze eeuw ontwierpen modernistische architecten gebouwen met gevels van glas, maar konden deze toen nog niet realiseren. Pas na de Tweede Wereldoorlog lukte het Ludwig Mies van der Rohe als een van de eerste architecten een doosvormig kantoor van glazen vliesgevels te voorzien. Helemaal glad waren de gevels van Van der Rohe niet: steevast zijn zijn glazen dozen behangen met stalen balken, een curieus gebruik dat over de hele wereld navolging zou vinden.

Tegelijkertijd is spiegelglas het tegendeel van de modernistische eis tot 'eerlijkheid'. Gevels moesten een uitdrukking zijn van het interieur, vonden de modernisten, ze moesten laten zien hoe het gebouw in elkaar zat. Maar van alle gevels liegen die van spiegelglas het hardst. Ook die van het Utrechtse Rabobankgebouw: hier is de glazen droom van het modernisme een nachtmerrie geworden. Op het eerste gezicht wekt het spiegelglas de indruk dat alle gevels doorzichtig zijn. Het lijkt alsof de Rabobankmedewerkers in hun kantoren van vloer tot plafond kunnen genieten van de glazen façade die een vrij uitzicht biedt, terwijl ze zelf onzichtbaar blijven. Maar vooral 's avonds, wanneer het begint te schemeren, verraadt het gebouw zijn ware aard. Dan is dankzij de binnen brandende verlichting goed te zien dat de gevels van het gebouw bestaan uit beton met traditionele ramen en dat het spiegelglas slechts een dunne bekleding is.

Ook in een ander opzicht liegt het spiegelglas. Het materiaal wekt door zijn spiegeling de indruk dat het heel goed als zonwering dienst doet. Gebouwen van gewoon glas zijn vaak klimatologische rampen: als de zon schijnt, is het er binnen niet te harden van de hitte en op koude winterdagen is het er niet warm te krijgen. Een voordeel van spiegelglas lijkt dat het overmatige verhitting voorkomt en hinderlijk zonlicht verhindert. Maar wie de zuidgevel van het gebouw op een mooie zomerdag ziet, moet vaststellen dat dit niet het geval is. Achter de ramen zijn dan zonweringen waarneembaar die de strakheid van de gevel tenietdoen.