'Enschede is een bruisende stad geworden'; Jan Cremer gefêteerd in zijn geboortestad

Het culturele seizoen in Enschede werd dit weekeinde geopend met het Jan Cremer Festival, een eerbetoon van de stad aan zijn verloren zoon. Veel van Cremers vrienden waren voor de gelegenheid naar Enschede gekomen, van Gerrit Komrij en Kees van Kooten tot de ambassadeur van Mongolië.

De overzichtsexpositie 'Jan Cremer Grafiek 1956-1998' is tot 11 oktober te zien op div. plaatsen in Enschede. Na regen... wordt nog gespeeld op 9, 10, 11, 12, 26 en 27 sept. Inl. (053) 430 09 99.

ENSCHEDE, 7 SEPT. Een limousine stopt voor het stadhuis van Enschede: Jan Cremer (58), zijn vrouw Babette en hun zoon Ivan stappen uit, begeleid door twee bodyguards. De verloren zoon was dit weekend terug in zijn geboortestad, waar hij werd gehuldigd met het Jan Cremer Festival, het begin van Enschede's culturele seizoen. Het festival beoogde alle facetten van Cremer aan bod te laten komen: naast een tentoonstelling van grafisch werk en foto's was er muziektheater op basis van Cremers teksten, en zelfs een eetfestijn, met door Cremer samengestelde Hongaars-Twents-Saksische maaltijden.

Wekenlang leefde de stad in afwachting van zijn komst, het moment van verzoening met de kunstenaar die de dag na zijn zestiende verjaardag vertrok om de wereld te veroveren als Het Beest, Het Fenomeen, De Barbaar Jan Cremer, schrijver van een 'onverbiddelijke bestseller'. “Ze zeggen dat Jan Cremer Enschede haat, maar wat ze zeggen daar moet je je niks van aantrekken,” sprak burgemeester J.H.H. Mans ('ik heet ook Jan') zaterdagochtend bij de opening van de tentoonstelling in het stadhuis. Het zou dat weekend vele malen ter sprake komen, de vraag wat Cremer nu precies van Enschede vindt. In zijn werk heeft hij zich immers vaak negatief uitgelaten over de stad. In De Hunnen schrijft hij: 'Een gore roetige fabrieksstad in Twente. Een stad zonder leven en geest.'

Cremer groeide op zonder vader, bij zijn Hongaarse moeder, in de volkswijk Pathmos. In Ik Jan Cremer staat beschreven hoe hij als straatschoffie naar het slechte pad neigde. Voor jonge 'Cremertjes' is onlangs het Jan Cremer Fonds opgericht, dat vooral kinderen die in het Acaciaplantsoen en Pathmos wonen betere toekomstmogelijkheden wil bieden. Cremer heeft zes zeefdrukken ter beschikking gesteld, die ten bate van het fonds verkocht zullen worden, en hij zal in de toekomst als adviseur optreden. “Ik ben een geboren vechter”, zegt hij, “ik heb me omhoog geknokt. Mensen die zelf niet verder komen moet je een steuntje in de rug geven.”

Van de 'vijandschap en rancune' die Cremer in zijn Enschedese jeugd zegt te hebben ondervonden, was tijdens het festival niks te merken: de bodyguards hadden niet meer te doen dan het dragen van de cadeaus waarmee de stad zijn verlangen naar Wiedergutmachung uitte. Cremer liet het zich allemaal welgevallen en toonde zijn dankbaarheid door een cadeau terug te geven: een B 52-bommenwerper, die een paar rondjes boven de Grote Markt cirkelde en kortingsbonnen voor De Hunnen uitstrooide.

Na de opening in het stadhuis was er een rondwandeling langs de plaatsen waar het grafisch werk tentoongesteld is. Cremer, zijn vrouw en enkele hoogwaardigheidsbekleders werden omringd door camera's en microfoons. Het was voor het eerst sinds tien jaar dat Cremer weer door Enschede liep: “Ik herken het niet meer. Het is een enorm bruisende stad geworden.” “Enschede is momenteel de hot spot van Nederland,” voegt zijn vrouw Babette eraan toe. “Al Jans vrienden zijn hier.” Inderdaad waren er heel wat vrienden voor de gelegenheid naar Enschede afgereisd, van Kees van Kooten tot de ambassadeur van Mongolië.

Tijdens het festival klonk veel muziek, zoals de popmuziek van de Golden Earring en de Tröckener Kecks, die zaterdagavond optraden. Dat de teksten van Cremer zich voor een muzikale bewerking lenen, bleek vrijdagavond bij de première van de 'muzikale komedie' Na regen..., gespeeld door Het Twentsche Ros.

Het is de door Sietze Dolstra gemaakte bewerking van een stuk dat Cremer in de jaren zeventig voor de AVRO schreef, maar dat toen geweigerd werd omdat het beledigend zou zijn voor het katholieke volksdeel. Het gaat over het dienstmeisje Kaatje Verkade, die in betrekking is bij een textielbaron, zwanger wordt van de zoon Egbert en in de Kerstnacht op straat wordt gezet. Ze brengt een kind ter wereld bij de nonnen en gaat later werken in een café chantant. Het stuk hangt aan elkaar van clichés uit het volkstoneel, de personages zijn allemaal typetjes, maar dankzij de soms puntige teksten en het enthousiaste spel van de amateurs was het een vermakelijke voorstelling. Een van de hoogtepunten was een gitaar-spelende non die zong: 'Ik Jan Cremer is een reuzespannend boek, dat lees ik in één ruk'.

Aan het eind van de zaterdagmiddag bracht Theatergroep Hollandia in de Grote Kerk Wolfsjong, een muzikaal theaterspektakel gebaseerd op De Hunnen. Tegen een decor van koeienvlees hield acteur Hans Dagelet een monoloog over de ervaringen van een jongetje in oorlogstijd.

Gerrit Komrij was uit Portugal overgekomen en sprak over schrijvers uit het oosten, tot wie, behalve Cremer ook hijzelf gerekend kan worden: “Jan Cremer kwam uit het oosten en moest daarom een groot schrijver worden.” De 'gevluchte zonen' die in het westen heel hard hun best moeten doen om zich te bewijzen, hoeven volgens Komrij niet te rekenen op bewondering, daar is men in Twente niet toe in staat. Zoals Cremer gehuldigd wordt in Enschede noemde hij dan ook 'een huzarenstuk'. Martin van Amerongen kreeg tenslotte de opdracht om tijdens een kort interview de mens achter de mythe te onthullen. Maar ten overstaan van publiek en pers kan Jan Cremer alleen Jan Cremer zijn, en niemand anders, zo werd duidelijk toen hij laatste schrijversgeneratie met een klap van tafel veegde met de woorden: “Een schrijver moet kracht in z'n vuisten hebben, om op z'n typemachine te rammen.”