DE SUPERVROUW VAN EEN BODYGUARD

Met twee Afrikaanse loopwonders mocht sprintster Marion Jones (22) zaterdag in Moskou een jackpot van een miljoen dollar verdelen. Al een jaar is ze ongeslagen. Wie is die Amerikaanse atlete die 42 jaar na dato Fanny Blankers-Koen naar de kroon wil steken?

Het lopen van de 400 meter doet haar pijn. Toch wil Marion Jones zich tijdens de Olympische Spelen van 2000 aan die 'marathon' wagen. Door aan de 4x400 meter mee te doen, hoopt de Amerikaanse atlete in Sydney op vijf gouden medailles uit te komen. Dat zou één plak meer zijn dan Fanny Blankers-Koen in 1948 won. Jones weet dat ze thuis, in de Verenigde Staten, alleen met zo'n uitzonderlijke prestatie echt zal opvallen.

Van de grote populariteit die ze in Europa geniet, is in eigen land geen sprake. Daar kan ze in alle rust haar hond uitlaten of boodschappen doen. Zelfs de meeste van haar buurtgenoten hebben geen er weet van dat ze de snelste vrouw ter wereld in hun midden hebben. De Amerikaan heeft weinig tot geen interesse voor atletiek. Hij kijkt liever uren naar basketbal, football, ijshockey en momenteel honkbal.

Het toeval wil dat Jones ook uitblinkster is in een typisch Amerikaanse sport. Ze kan heel goed basketballen. Met North Carolina werd ze in de belangrijke universiteitscompetitie in 1994 zelfs nationaal kampioen. Jones, met haar vaste nummer 22, was de point-guard van de Tar Heels en ze maakte in drie seizoenen 1.716 punten. In een van de twee profcompetities voor vrouwen had ze kunnen uitgroeien tot een basketbal-ster. Toch koos Jones voor atletiek, zoals ze zegt haar eerste liefde.

Jarenlang beoefende ze beide sporten. Als 15-jarige liep Jones de 100 meter al in 11,17 - ter vergelijking: het Nederlands record van Nelli Cooman staat op 11,08. De tiener miste in 1992 maar net kwalificatie voor de Olympische Spelen van Barcelona. Bij de Amerikaanse trials werd Jones vierde op de 200 meter en vijfde op de 100 meter. Een plek als reserve in de estafetteploeg weigerde ze. “Ik wil op eigen kracht gouden medailles winnen.”

Teleurgesteld richtte ze zich, met succes, op het basketballen. Jones bleef ook hardlopen, maar door haar postuur van een basketbalster - ze was toen vijf kilo zwaarder dan nu - boette ze flink aan snelheid in. Ze wilde als lid van de Amerikaanse basketbalploeg naar de Olympische Spelen van '96, maar een gebroken voet verstoorde haar plannen. Zo miste ze voor de tweede keer het grootste sportevenement ter wereld. Wel was Jones als toeschouwer in Atlanta aanwezig om haar vriend, de kogelstoter C.J. Hunter, aan te moedigen.

Het was deze robuuste Amerikaan die grote invloed op het besluit van Jones had om zich sinds vorig jaar volledig op atletiek te richten. De twee ontmoetten elkaar eind 1995 op de atletiekbaan van de universiteit en kregen een verhouding. Velen hadden daar grote moeite mee. Hunter, die bij de laatste WK in Athene de bronzen medaille won, heeft niet bepaald een goede reputatie, hij is een gescheiden man en kreeg al eens een faillissement aan zijn broek. Hij is zeven jaar ouder dan Jones die naast haar 150 kilo zware verloofde nog maar een meisje lijkt. Maar volgende maand wordt ze 23 jaar en gaat ze trouwen met haar kogelstoter en bodyguard.

Hun verhouding zorgde ook voor een verwijdering tussen Jones en haar moeder. Marion Toler werd geboren in Belize en emigreerde in 1968 naar de VS. Uit het tweede van haar drie huwelijken werd Marion geboren. De atlete heeft geen contact met haar vader. Haar moeder daarentegen wilde het beste voor Marion en verhuisde van hot naar her om haar te laten studeren en sporten. Maar toen Hunter in het leven van haar dochter kwam, trok Toler zich terug. Ze vermoedde dat Marion een vaderfiguur had gezocht. Inmiddels hebben moeder en dochter vrede gesloten.

Na de recente prestaties van Jones kan niemand ontkennen dat Hunter een goede invloed op haar atletiekloopbaan heeft. Hij bracht de sprintster in contact met haar huidige coach Trevor Graham, die in 1988 olympisch goud won met de Jamaïcaanse estafetteploeg. Toen de ex-atleet op een ochtend bij toeval Jones zag trainen, vroeg Hunter hem om advies. Graham gaf wat aanwijzingen die meteen resultaat hadden. De verraste Jones: “Ik wist niet wat er met me gebeurde. Trevor zei bijvoorbeeld dat ik een van mijn armen anders moest houden. En met dat soort kleine aanpassingen liep ik ineens sneller.”

Er waren nog geen vier weken na haar eerste contact met Graham verstreken toen ze de 100 meter voor het eerst onder de elf seconden liep. En vanaf dat moment stroomden de uitnodigingen voor wedstrijden in Europa binnen. Drie maanden nadat Jones in '97 had besloten om zich helemaal op atletiek te storten werd ze in Athene wereldkampioene op de 100 meter en 4x100 meter. Daarom gaat ze nu als Superwoman door het leven. Zelf blijft Jones bescheiden. De atlete vindt het onterecht dat ze nu al de grootste atlete aller tijden wordt genoemd. “Die titel verdien ik zeker nog niet. Ik beschouw Jackie Joyner-Kersee als de allergrootste.”

Er valt nog steeds veel te verbeteren aan de techniek van Jones, zeggen atlete en trainer. Haar reactie bij de start kan sneller, haar eerste dertig meter en het eindschot ook, wat eigenlijk niet? Vandaar dat Jones denkt ooit het tien jaar oude wereldrecord van Florence Griffith-Joyner op de 100 meter te kunnen verbeteren. Die tijd, 10,49, lijkt er een van een andere planeet. De magische race van Flo-Jo is ook omstreden. Er zou die dag in Indianapolis te veel rugwind zijn geweest, maar de apparatuur gaf dat niet aan. Jones heeft zich zelf nooit negatief uitgelaten over het record. “Als een vrouw die tijd heeft gelopen, kan een andere vrouw ook sneller lopen.”

Zelf kwam Jones dit seizoen tot een persoonlijk record van 10,71 en ze is daarmee al de nummer twee op de wereldranglijst. Maar met die eervolle plek neemt ze geen genoegen. Wie Jones ziet lopen, vermoedt dat ze veel sneller kan. De atlete had de afgelopen maanden de pech dat vrijwel alle wedstrijden in kil weer werden gelopen. Dat scheelde kostbare tijd. Ook op de 200 meter is Jones snel. En ze kan ook verspringen - haar persoonlijke record staat op 7,31 meter. Niet voor niets wordt Jones de vrouwelijke opvolger van Carl Lewis genoemd. Zelf wil ze daar niets van weten. In elk geval bleef ze dit jaar ook bij het verspringen ongeslagen.

Op de sprint werd Jones voor het laatst op 6 september van vorig jaar in Tokio door de taaie Merlene Ottey verslagen. In totaal won Jones 33 atletiekwedstrijden op rij. Naast de 100 en 200 meter en het verspringen (“Ik heb een hekel aan zand”) moet ook de 4x100 meter haar in 2000 in Sydney een gouden medaille gaan opleveren. Ten slotte zal ze een zijsprong naar de door haar zo gehate 400 meter - als lid van de Amerikaanse estafetteploeg - moeten maken om het olympische record van Blankers-Koen te kunnen verbeteren.

Maar de 100 meter is natuurlijk hét nummer van Marion Jones. Daarop komt niemand bij haar in de buurt. Europees kampioene Christine Arron deed onlangs een vergeefse poging. Jones won dit jaar al haar wedstrijden met speels gemak. Zaterdag in Moskou, bij de finale van de Golden League, hief ze vijf meter voor de finish al de armen ten hemel. Jones had reden blij te zijn, want ze mocht de jackpot van een miljoen dollar verdelen met de Afrikaanse loopwonders Hicham El Guerrouj en Haile Gebrselassie. Ze kreeg ook nog eens 200.000 dollar voor de totaalzege op de 100 meter en 100.000 dollar voor twee dagoverwinningen, sprint en verspringen.

Geld is echter niet haar drijfveer, beweert Jones. “Het is mooi meegenomen, maar ik loop om steeds weer te bewijzen dat ik de snelste vrouw van de wereld ben.” Toch wacht haar het grote geld, vooral als ze straks in Sydney die vijf gouden plakken wint. Jones heeft aangekondigd daarna misschien toch weer te gaan basketballen en in dat geval zal ze ongetwijfeld de grote ster van de vrouwelijke tegenhanger van de NBA worden. In een echte Amerikaanse tak van sport zijn er nog veel meer dollars te verdienen.