De nieuwe concertzaal van Luzern klinkt heel erg luid

Het Koninklijk Concertgebouworkest beproefde onder leiding van Riccardo Chailly afgelopen zaterdag in Luzern de akoestiek van de nieuwe concertzaal van Jean Nouvel en Russel Johnson. Volgens de Luzerners moet die perfect zijn, maar de thuis verwende Amsterdammers zijn niet snel onder de indruk.

LUZERNS, 7 SEPT. De Zwitserse stad Luzern heeft sinds drie weken een nieuwe concertzaal in het Kultur en Kongreszentrum, dat deels nog in aanbouw is. Het complex geeft Luzern een van de mooiste concertzalen ter wereld, niet alleen door de fraaie ligging aan de oever van het Vierwoudstedenmeer maar ook door het op 20 augustus in deze krant beschreven spectaculaire ontwerp van de Frans e architect Jean Nouvel. Hij creëerde een multifunctioneel gebouw, dat ook nog een museum zal huisvesten, onder een elegant flinterdun dak dat aan twee zijden ver uitkraagt over de omgeving.

Heeft Luzern, dankzij de bemoeienissen van de Amerikaan Russell Johnson, nu ook inderdaad een concertzaal met de best mogelijke akoestiek ter wereld? Luzern eiste niets minder van Johnson. Hij is de drukst bezette akoesticus ter wereld, na het succes van de zaal die hij in 1989 bouwde in Dallas. Vorig jaar voltooide Johnson zalen in Vancouver en Toronto. Na Luzern gaan dit jaar nog zalen van hem open in Dijon en São Paulo.

Russell Johnson, die ook in Birmingham voor Simon Rattle een nieuwe zaal bouwde, is de man van de high-tech variabele akoestiek. Hij past die toe in zalen met de klassieke maten en verhoudingen die in de vorige eeuw gebruikelijk waren. Zo heeft de multi-functionele zaal in Luzern op last van Johnson een capaciteit van 1800 bezoekers, enkele honderden minder dan Luzern wilde. Nouvel wilde een donkere zaal, maar heeft zich laten bepraten tot een lichte zaal met veel wit en crème en licht hout voor stoelen en vloeren.

De hoofdvorm is de klassieke 'schoenendoos'. Wel is deze zaal met een wat golvende belijning in vergelijking met het Amsterdamse Concertgebouw nogal smal maar uitzonderlijk hoog. Er zijn vier ondiepe balkons. Maar helemaal boven achterin is het ruimer, daar kijken nog zo'n tweehonderd luisteraars naar het orkest dat zich in een verre diepte bevindt. Ze kijken ook bovenop twee grote houten panelen die boven het orkest het geluid verspreiden.

Typerend voor Johnson zijn de vele mechanisch verstelbare wandpanelen van wit gips met geometrische decoratie. Daarachter bevinden zich de 'echokamers' - extra ruimten die het zaalvolume kunnen vergroten en daarmee de nagalmtijd verlengen. Eveneens op afstand te bedienen zijn de gordijnen voor de wanden. Normaal zijn ze weggeborgen, maar ze kunnen zorgen voor extra demping.

De Internationale Musik Festwochen, die nu in de nieuwe zaal plaatsvinden, zullen het begin van een antwoord geven op de vraag of hier nu inderdaad de akoestische perfectie is bereikt. Snelle definitieve oordelen op dit gebied zijn overigens uitgesloten, temeer daar in Luzern met de talloze mogelijke instellingen van de akoestiek eerst ervaring moet worden opgedaan.

De Luzerners krijgen wel meteen veel vergelijkingsmogelijkheden. De drie openingsconcerten werden gegeven door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Claudio Abbado, wiens reactie op de akoestiek even beleefd als gereserveerd was. Ook daarna biedt het festival een indrukwekkende serie evenementen. Naast onderdelen van de festivals in Bayreuth, Salzburg en de London Proms, zijn er optredens van de orkesten uit onder andere Wenen, Chicago, Leipzig, Los Angeles en Amsterdam.

Het Koninklijk Concertgebouworkest, dat al heel lang vrijwel elk jaar in Luzern is te horen, trad er afgelopen zaterdag op onder leiding van chef-dirigent Riccardo Chailly. Met het voor een chic en duur publiek hoogst ongewone programma - naast twee stukken van Debussy klonken drie avant-gardistische stukken van Varèse - hadden orkest en dirigent eerder in Salzburg enorm succes gehad. Chailly had daar het buitengewoon luidruchtige slot van Varèse's Amériques nog herhaald. Het schandaal dat het stuk in 1926 in Amerika veroorzaakte - onder andere door de gierende sirene - is zeventig jaar later bij conventionele muziekliefhebbers in de oude wereld getransformeerd tot groot enthousiasme.

In Luzern klonk Amériques zelfs extra hard omdat de zaal van Johnson bijzonder luid klinkt. Geen enkel geluid gaat verloren bij afwezigheid van dempende materialen. “Het is een zaal voor dove kwartels”, aldus een orkestlid. Volgens een ander klinkt de zaal wat 'muf', omdat de klank te weinig glanst. Na een repetitie van meer dan een uur om te wennen aan de akoestiek zei Chailly gedwongen te zijn erg nauwkeurig de balans tusen de instrumenten te bewaren. “Ik ben in Amsterdam erg verwend en daarom geen echt geschikte beoordelaar.”

De akoestiek was tijdens het concert in Varèse niet alleen glashelder, maar bleek ook in Debussy voldoende te mengen. Wel was het - in ieder geval zonder gordijnen - bijna onmogelijk om hier ècht pianissimo te spelen. In het Amsterdamse Concertgebouw was het in Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune alsof de fluit van Paul Verhey in ijle nevels langzaam de zaal aftastte. In Luzern was dat meteen veel materiëler.

Amériques was volkomen op zijn plaats in deze zaal, die half los onder het dak staat. Tijdens de passages waarin een blaasorkest als 'Fernorchester' achter het podium tetterde en ook telkens wanneer de sirene klonk, was het alsof er een deur open stond en het stadsrumoer van Luzern de zaal in drong. In feite was het eerder omgekeerd: in de stad gebeurde niets, in de zaal daarentegen alles.