De keuis geen strijdbijl in derby der lage landen

Volgens goede traditie speelden de beste driebanders van Nederland en België afgelopen weekeinde hun jaarlijkse landentoernooi. Honderd toeschouwers vergaapten zich aan snijballen, trekstoten en harmonica's.

LIER, 7 SEPT. Voetballers strijden om kwalificatie, tennissers strijden om de Davis Cup, korfballers strijden om de officieuze wereldtitel. De Derby der Lage Landen is bij de meeste sporten een gevecht van leven op dood, maar voor de Nederlandse en Belgische biljarttop is de keu geen strijdbijl. De gemoedelijke sfeer in Taverne Mister Honderd in het Belgische Lier is kenmerkend voor de vriendschappelijke verhoudingen. Nederlanders spelen in de Belgische competitie en omgekeerd. De geur van bier en sigaren is inwisselbaar. “We spreken dezelfde taal”, zegt Dick Jaspers na de 18-14 nederlaag. “De wereld vergaat niet als we van de Belgen verliezen.”

Jaspers is geboren en getogen in het Brabantse Sint Willebrord, op een steenworp van de Belgische grens. De kasteleinszoon ging wel eens naar Antwerpen, om daar de matadoren Raymond Ceulemans en Ludo Dielis aan het werk te zien. Jaspers was een bewonderaar van deze Belgische biljarters. Ze speelden bijna altijd en bijna overal voor volle zalen. “Vandaag is men al tevreden met honderd bezoekers, maar in Colombia zat er vorige week nog duizend man”, zegt de bijna gepensioneerde Dielis terwijl hij naar de kleine speelzaal aan de Grote Markt wijst. “Ge kunt de muren hier helaas niet uitbreken.”

Dielis staat te boek als 'de eeuwige tweede'. Hij had de pech dat hij bij elk toernooi zijn generatiegenoot Ceulemans tegen het lijf liep. Voor Dielis resteerden de kruimels, maar hij prijst zich gelukkig met een verdienstelijke bijrol. “God de vader is goed voor mij geweest, hoewel ik leefde in het land van keizer Ceulemans. Ik ben nochtans negen keer wereldkampioen geworden. Voilá, hoeveel spelers kunnen mij dat nazeggen?”

Terwijl Ceulemans met zijn gezette postuur behoedzaam om de tafel schuifelt, kijkt Dielis van een afstand toe. Hij heeft zich niet ingeschreven voor de jaarlijkse ontmoeting met de Nederlanders. Hij neemt langzaam afscheid van de wedstrijdsport. Hij praat met weemoed over de gloriejaren van de Belgische biljartsport. Waardige opvolgers voor het bejaarde tweetal hebben zich in Vlaanderen nog niet aangediend. Frédéric Caudron heeft zich weliswaar in Antwerpen gevestigd, hij is en blijft een Waalse koorknaap. Hij drinkt geen pint maar spuitwater. Caudron heeft geen voorbeeldfunctie voor de Vlaamse jeugd. “Hij spreekt de taal niet”, zegt Dielis.

De politieke en financiële scheidslijn tussen Vlaanderen en Wallonië vertaalt zich ook op het blauwe laken. Volgens Dielis is de federale overheid te zeer verdeeld om een doelgericht sportbeleid te voeren. “Ons land is in veel opzichten geblokkeerd. Om vooruit te komen, moet we gezamenlijk bougeren, maar daarvoor ontbreekt de wil. Kijk maar naar het voetbal en naar het wielrennen, twee grote sporten die in de verdrukking raken. Door alle problemen staan de sponsors ook niet te dringen. In Nederland zit meer geld in de sport en daarom zijn de successen bij jullie groter. Zonder sponsors geen toppers.”

Jaspers bevestigt de verschillende werkomstandigheden in Nederland en België. Hij speelt in beide landen clubcompetitie. “Wij hebben meer aandacht voor de jeugd, maar qua resultaten is er weinig verschil. De betere kaderspelers komen nog altijd uit België.” Jaspers werd vorig jaar gekroond tot beste driebander ter wereld. Volgens Dielis is Jaspers de belichaming van het professionele jeugdbeleid bij de KNBB. “Ik ben door jullie bond gevraagd om les te geven. Tony Schrauwen heeft jarenlang zijn steentje bijgedragen. Maar u denkt toch niet dat er de laatste dertig jaar een telefoontje van de Belgische bond is binnengekomen? Jamais!”

Tegen de 40.000 officiële beoefenaars in Nederland steken de 4.000 Belgische bondsleden schril af. In Nederland zijn nog enkele tienduizenden biljarters actief in zogenoemde 'wilde bonden'. Zij spelen in een eigen competitie, met eigen regels en eigen locaties. In België is het volgens Dielis niet anders gesteld. “We hebben een handelsverbond, een katholiek verbond en een aantal vriendenclubs. Maar er ontbreekt een duidelijke structuur. En de televisie laat het afweten. Bij jullie zorgt Ben de Graaf elke week voor een paar minuten zendtijd. Bij ons moet je de uitslagen op Teletekst lezen.”