Clinton in het nauw, schandaal senator

WASHINGTON, 7 SEPT. Onzeker over zijn politieke toekomst is president Clinton zaterdagavond uit Ierland naar Washington teruggekeerd. Steeds meer partijgenoten nemen afstand van de president wegens zijn gedrag in de Lewinsky-affaire.

Een teken aan de wand was gisteren het bericht op de voorpagina van The Washington Post dat de Democratische gouverneur van Maryland, die in november herkozen hoopt te worden, een bijeenkomst voor het inzamelen van campagnegelden waarbij Clinton de eregast zou zijn, heeft afgelast. Gouverneur Parris Glendening was ooit een nauwe bondgenoot van de president en nam het aanvankelijk voor hem op in de Lewinsky-affaire. Nu ziet hij Clinton kennelijk als electoraal risico.

Opiniepeilingen geven nog altijd aan dat de meeste Amerikanen waardering hebben voor de manier waarop Clinton zijn ambt uitoefent, ook al veroordelen ze zijn karakter en zijn optreden in de Lewinsky-zaak. Maar in politiek Washington en in de pers is het oordeel over de president, sinds hij op 17 augustus erkende dat hij over de Lewinsky-zaak gelogen heeft, sterk negatief. Nerveus wacht het Congres op het rapport waarin de onafhankelijke aanklager Kenneth Starr de resultaten van zijn onderzoek uiteen zal zetten. Naar verwachting zal Starr het rapport deze maand, mogelijk zelfs deze week al, op Capitol Hill afleveren.

Even nerveus is Washington over het vooruitzicht dat de affaire zal ontaarden in een moddergevecht, waarbij het seksuele gedrag van alle politici onder de loep genomen wordt. De conservatieve Republikein Dan Burton, lid van het Huis van Afgevaardigden en een van de meest uitgesproken critici van de president, zag zich vrijdag al genoodzaakt te erkennen dat hij begin jaren tachtig een buitenechtelijke verhouding had, waaruit een zoon is geboren.

Burton is voorzitter van een commissie die onderzoekt of de regering-Clinton de wet heeft overtreden bij het inzamelen van campagnegelden voor de verkiezingen van 1996. Hij noemde Clinton eerder dit jaar een smeerlap (scumbag), maar erkende later dat zijn woordkeus ongelukkig was. Sommige Republikeinen zeggen dat het onderzoek naar Burton door een journalist van het tijdschrift Vanity Fair onderdeel is van een politiek van verschroeide aarde van het Witte Huis.