CDA wil meer regie in terminale zorg

DEN HAAG, 7 sept. Instellingen die terminale patiënten begeleiden, moeten in protocollen en richtlijnen vastleggen welke medische handelingen (reanimatie, kunstmatige voeding) zij verrichten danwel nalaten. Bovendien moeten ze medisch-ethische toetsingscommissies instellen die artsen kunnen helpen bij het maken van (ethische) keuzes in hun werk. Dit vergroot de zekerheid dat zorginstellingen zorgvuldig met terminale patiënten omgaan.

Deze aanbevelingen staan in het rapport Respect, Een christen-democratische visie op ouderenbeleid, dat het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA vanmiddag zou aanbieden aan CDA-leider De Hoop Scheffer. Rode lijn van het rapport is dat ouderen niet alleen met meer rechten en geld moeten worden gesteund, maar ook met meer respect moeten worden bejegend, om marginalisering te voorkomen. Het scheppen van meer zekerheden rond hun levenseinde is een voorbeeld van meer respect, aldus de commissie die het rapport schreef.

De toetsingscommissies, waarin in ieder geval deskundigen moeten zitten op het gebied van pijnbestrijding, dienen met de artsen de alternatieven voor behandeling door te nemen. Zij gaan na of in plaats van euthanasie andere vormen van ondersteuning bij het levenseinde mogelijk zijn. Nederland loopt vergeleken met het buitenland achter als het gaat om het bestrijden van leed en pijn (palliatieve zorg), aldus het Wetenschappelijk Instituut.

Dat zegt in het rapport tevens dat euthanasie in het Wetboek van Strafrecht dient te blijven, als teken voor mensen dat zij ook in de meest kwetsbare fase van hun leven bescherming krijgen tegen willekeur. Ook wil het de mogelijkheden om thuis te sterven, vergroten. Volgens een initiatief-wetsvoorstel van D66, dat door het kabinet is overgenomen, is euthanasie niet langer strafbaar als is voldaan aan een aantal zorgvuldigheidseisen. Euthanasie blijft hierbij nog wel in het Wetboek van Strafrecht.

Het rapport bevat ook andere voorstellen die ouderen moeten ondersteunen. Zo moeten zij na hun 65ste kunnen doorwerken en moet het openbaar vervoer voor hen goed toegankelijk zijn.