Aandacht trekken

Columnisten willen aandacht, voor een standpunt of voor zichzelf, meestal voor zichzelf. Want zoveel verschillende standpunten zijn er niet in Nederland, in grote lijnen zijn wij het met elkaar eens, althans wat de belangrijke zaken betreft. De werkloosheid neemt af, in het onderwijs gaat het redelijk, met de criminaliteit valt het relatief mee, ernstige etnische spanningen doen zich niet voor, aan het milieu wordt langzaam iets gedaan; het gaat goed in Nederland en dat is voor ons als opiniemakers en meningboeren een tamelijk grote ramp. In de rest van de wereld gebeurt er natuurlijk van alles, maar daar hebben de meesten van ons geen origineel standpunt over.

Dus vragen we aandacht voor onszelf. Dat kan op verschillende manieren. Sommigen komen met intieme verhalen, persoonlijke belevenissen, jeugdtrauma's, noodlottigheden, innerlijke twijfels en verwarringen. Het moeilijke hieraan is dat het nogal veel talent vereist. Als je je verdriet wilt uiten over je weggelopen poes moet je verdomd goed kunnen schrijven om de aandacht van de lezers vast te houden.

Een eenvoudigere methode is die van de baldadigheid. Lezers shockeren, schoppen tegen iets wat op het eerste gezicht onschuldig leek en zo een standpunt maken, uit het niets als het ware. Op zich vind ik dat legitiem, elke stukjesschrijver heeft dat weleens gedaan en eerlijk is eerlijk: de krant moet gevuld en het brood verdiend.

Weer zijn er varianten: datgene waartegen geschopt wordt kan een verschijnsel of een denkbeeld zijn, maar ook in dit geval moet je over talent beschikken. Je moet kunnen analyseren en ontleden, precieze verbanden leggen, logische conclusies trekken, kortom: je moet kunnen denken.

Makkelijker is het om te schoppen tegen een persoon of een groep van personen. Shockeren door te beledigen, te treiteren en te kwetsen. Soms is het nodig. Ik kan mij goede redenen voorstellen om tot kwetsing over te gaan: als moslims op straat een roman staan te verbranden kun je geen rekening houden met hun gevoelens en ben je verplicht een poging te doen ze wakker te schudden uit hun fanatisme door ze eens flink de waarheid te vertellen. Maar dat is het soort kwetsen dat lijkt op het geven van een tik aan een onhandelbaar kind. Het mag niet, het is misbruik van macht, maar het moet soms en geen ouder die zich er nooit schuldig aan heeft gemaakt.

Maar goede redenen doen zich doorgaans maar eens in de zoveel jaren voor en de columnist moet wekelijks zijn of haar stukje inleveren. Met als gevolg kwetsing om de kwetsing, waar een woord voor bestaat: sadisme.

Zo komen we bij het geval Van der List. Hij is bepaald geen stilist en volgens mij zou hij nooit columnist bij De Volkskrant zijn geworden als hij niet een heel bijzonder type meningen verkondigde: het rechts-conservatieve, waar men, voor 'het evenwicht' in de quasi-linkse krant, behoefte aan heeft.

Het vervelende is alleen dat hij ook geen denker is. Het stukje waarmee hij de aandacht van zijn leven kreeg rammelde aan alle kanten. Het ging over de Gay Games, waar Gerry van der List eenvoudigweg een persoonlijk smaakoordeel over gaf: hij vond het niet leuk. Hij vond het weerzinwekkend, exhibitionistisch, hedonistisch en decadent. En hij legde, om zijn betoog nog een beetje gehalte te geven, een verband tussen 'de hedonistische cultuur' die homo's zouden vertegenwoordigen en kinderporno (lees: verkrachting en geweld).

Sindsdien is hij de meest verwende columnist van Nederland. Brieven, abonnement-opzeggingen, een aanklacht bij de officier van justitie. Maar uiteraard ook bijval van collega's die dachten goedkoop mee te kunnen deinen op het rumoer dat Van der List had veroorzaakt: J.A.A. Van Doorn, Dorien Pessers en nog zo een paar. Vrijheid van meningsuiting, werd er geroepen, en de waarheid moest eens worden gezegd: wie dachten de homo's wel dat ze waren om zo in hun blootje te verschijnen in de Amsterdamse grachtengordel!

Er waren ook enkele serieuze commentaren, zoals dat van Bas Blokker twee weken geleden (NRC Handelsblad, 24 augustus), die de commotie over Van der List vergeleek met een cartoon in deze krant, waarin een moslim de Koran leest als gebruiksaanwijzing om bommen in elkaar te zetten. Over de cartoon was er nauwelijks ophef, stelde Bas Blokker vast, er wordt kennelijk gemeten met twee maten.

Het zijn geen twee maten, denk ik. De cartoon leek kwetsend, maar hij was grappig, wat een goede cartoon op z'n minst hoort te zijn. Bovendien weet iedereen dat in de Koran geen gebruiksaanwijzingen voor bommen staan, waardoor duidelijk werd dat de cartoonist op metaforische wijze wilde aangeven hoe moslimfundamentalisten denken: ze beroepen zich op de Koran, maar ze liegen.

Maar Bas Blokker was terecht verbaasd over de omvang van de protesten, die naar mijn mening alleen op één manier kan worden verklaard: onze samenleving wordt beschaafder, en dus gevoeliger. Net als we tegenwoordig geen batterijtje in de vuilnismand kieperen omdat we gevoeliger zijn geworden voor milieuvervuiling, verdragen we geen banale en beledigende uitspraken over vrouwen, zwarten, homo's of moslims.

Deze gevoeligheid is niet ontstaan door de dwang van 'politieke correctheid', zoals sommigen denken, en ook niet door de invloed van deze groepen in de media. Niet alle boze briefschrijvers waren homo's, wat betekent dat er steeds meer mensen zijn die zich gekwetst voelen zonder dat de kwetsing op hun eigen persoon is gericht. Dat heet beschaving.

Wat mij zelf het meest verontrustte was de mildheid van medecolumnisten die, als ze Van der List niet simpelweg verdedigden, toch vonden dat er misschien een verband zou kunnen bestaan tussen de 'hedonistische' homocultuur en kinderporno. Maar dit is nu juist de grote denkfout van Van der List. Als homo's al een cultuur vertegenwoordigen dan is die er een van zelfverwerkelijking, het vinden van de eigen bestemming, het staan voor de eigen aard, het verdedigen van de persoonlijke identiteit. Het is een vorm van individualisme, zeker, maar het is absoluut geen asociaal-egocentrisme. Wat de homo's met hun openbare verkleedpartijtjes, omhelzingen en bekentenissen tijdens de Gay Games uitdrukten was dat ze wilden deelnemen aan de maatschappij, maar dan op hun eigen manier.

Hoe is dit te vergelijken met het lugubere wereldje van kinderverkrachters en andere sadisten? Hoe kan een pleidooi voor vrije seksualiteit leiden tot onvrije seksualiteit? Van der List en de zijnen zouden daar uitleg over moeten verschaffen, maar om de een of andere reden heb ik daar geen hoge verwachting van.