ZELF ONTDEKKEN; John Dewey's Lab School is al honderd jaar experimenteel

De public schools in Chicago verkeren in diepe crisis. Maar de stad

telt ook een van de oudste vernieuwingsscholen ter wereld.

HOONGELACH GING DOOR Chicago. Want afgelopen mei bezocht een delegatie leraren en ambtenaren uit het Britse Birmingham de Amerikaanse

metropool. Om 'te leren van de ervaringen met public schools in Chicago'. Welke ervaringen, vroegen de kranten zich spottend af. Net als

overal in de Verenigde Staten worden de staatsscholen in Chicago al jaren begraven onder scherpe kritiek, terwijl de verantwoordelijke politici niet willen of kunnen ingrijpen.

Vorig jaar liet bijvoorbeeld de krachtdadige burgemeester van Chicago, Richard Haley, zo'n 200 van de allerslechtste onderwijzers op de allerslechtste scholen ontslaan. Actie! Maar al snel bleek dat een zeer groot deel van deze incompetents weer werd aangesteld op andere scholen - tot verbijstering van bijna iedereen. Maar Haley liet weten dat ook leraren recht hebben op een tweede kans. De Britten hoorden alles beleefd aan. “We bewonderen het pragmatisme van de scholen en de leiders”, aldus Bruce Gill, topambtenaar uit Birmingham.

So far the public schools. En dat terwijl toch Chicago een naam heeft op

te houden op het gebied van onderwijsvernieuwing - een naam die bijna net zo oud is als de stad zelf. Aan de rand van de gigantische campus van de University of Chicago staat nog altijd een groot en statig schoolgebouw, anno 1903, en nog altijd zijn er gevestigd de Laboratory Schools of the University of Chicago, kortweg Lab school. De continuïteit gaat verder dan het gebouw. Hoofd van de Lower Lab School is de onderwijzeres Beverly Biggs. “Het gaat ons om realistisch onderwijs. Dat is het ideaal waarmee John Dewey in 1896 onze Lab School heeft opgericht”, zegt ze in haar kleine kantoortje.

De term 'laboratorium' blijkt niet te slaan op mogelijke pedagogische experimenten op kinderen, maar op de experimentele sfeer waarin de kinderen zèlf werken. Aan het eind van een lange gang op de eerste verdieping ligt lokaal 212. Daar zijn die ochtend in mei zo'n 20 kinderen bezig, second grade en dus een jaar of zes. Het is negen uur en

de klas is net begonnen. Class 212 ziet eruit als een puinhoop. Op de grond doet een meisje een spelletje met balletjes. Achterin hannesen kinderen met een keukentje. Aan een van de computers staan drie jongetjes te schreeuwen rondom een game. “Hou op!” roept een meisje met zwart haar naar hen. Ze klaagt bij de juf: “Ik kan me niet concentreren als hij zo schreeuwt.” De onderwijzeres laat de jongetjes bij zich komen. Wat is er aan de hand? 'Een van ons moet maar wat anders

gaan doen', besluiten de drie onmiddellijk. Bij nadere inspectie blijkt hun spelletje een soort pacman te zijn met de tafel van acht. Andere kinderen rommelen met aardrijkskundeschriften. De klasse-assistente helpt een groepje aan weer een andere computer.

En dan, zonder dat de toeschouwer enig signaal gemerkt heeft, gaan alle kinderen voor het bord zitten en luisteren naar de juf. Wie is er afwezig? Een kind telt hardop en alle namen worden op het bord geschreven. En berekend: 22-1=21: één kind blijkt afwezig.

“En ik ben gevallen” zegt een jongetje zomaar. “We gaan ons onderzoek

verder doen'', meldt de juf. Even is alles onduidelijk. Uitvindingen! De

fiets of de auto! Kinderen roepen van alles door elkaar. De juf maant tot stilte en repeteert nog even de centrale vragen van het project: wat, wie, wanneer, waar, waarom, hoe op het idee gekomen, hoe lang duurde het en hoe veel is mis gegaan? Ineens gaat het over klittenband. In samenspraak tussen vrijwel alle kinderen en de onderwijzeres komen in

hoog tempo alle relevante feiten boven tafel. Het blijkt uitgevonden door een Franse wever, in 1948. En het werkt met kleine haken en lussen.

Even kijken, wie heeft er klittenband bij zich? Enzovoorts. Een jongetje

doet niet mee. Hij zit met een vergrootglas naar planten te kijken.

PRAGMATISME

Learning by doing, dat was de leuze van Dewey, die vooral beroemd werd als grondlegger van de filosofische stroming van het Pragmatisme. In zijn school geen individuele rijtjesstamperij, maar samenwerking en ontdekking. Houtbewerking, koken, naaiwerk, winkeltje spelen, tochtjes naar de boerderij: die bezigheden moesten de kinderen op natuurlijke wijze prikkelen kennis op te doen. Al in 1903 verhuisde de succesvolle school naar het enorme Blaine Hall-gebouw, dat sindsdien wel uitgebreid,

maar niet vervangen is. “Al die werkplaatsen hebben we al lang geleden verbouwd. Die werden te duur”, zegt Biggs. De school is overigens niet arm. Elfduizend dollar per kind is het schoolgeld - niet eens veel voor een van de beste private schools in de Verenigde Staten. “En universiteitswerknemers krijgen korting”, zegt Biggs. “Verder hebben we voor een half miljoen aan beurzen voor wie het niet kan betalen.”

Het contrast met de public schools die van crisis naar crisis leven, ontgaat de geëngageerde staf van de Lab School niet. Biggs: “We hebben het er vaak over. Ik heb zelf eind jaren zestig in een achterbuurt les gegeven. Veel anderen hier hebben er ook gewerkt. En eigenlijk hebben de kinderen in de probleembuurten onze aanpak nog veel harder nodig. Ons soort kinderen leert toch wel. De meeste ouders zijn academisch gevormd, 98 procent van de kinderen gaat door naar de universiteit. Maar ook in arme families zijn de kinderen nieuwsgierig. Juist daar moet je dat versterken. We doen wel uitwisselingen hoor, via een universiteitsproject voor community schools. Maar we blijven een eiland.”

Het kind staat centraal in de Lab School, niet de lesstof. In Dewey's tijd was een vast lesschema zelfs uit den boze. De problemen uit de praktijk bepaalden wat er verder onderzocht werd. Zo ontwikkelen kinderen hun eigen denkstrategieën om de wereld te verkennen.

BIJENPROJECT

Een recent voorbeeld van dat principe is de Bijenkorf, een project van Grade 4 dat vorig jaar bij toeval ontstond uit een les over insecten. Enthousiast vertelt Biggs hoe dat project volledig uit de hand liep. Theater, dans, observaties in het vrije veld, verkleedpartijen, insectenverzamelingen, onderzoek, tekeningen: alles wat je maar kunt bedenken in verband met bijen werd door de kinderen gedaan. Alle vakken leverden hun bijdrage, alles liep door elkaar. Het hoogtepunt was een gigantische bijenkorf die de kinderen zelf op het schoolplein bouwden èn bevolkten. Tijdens rekenles becijferden ze de honingraatconstructie. Overal in de school werd bijenvoedsel verstopt, grade 4-kinderen waren de bijen met één gelukkige als koningin. Oudere leerlingen speelden hun vijanden zoals wespen en spinnen. “De school zoemde letterlijk overal!” zegt Biggs. Om haar woorden kracht bij te zetten doet ze even haar eigen bijenantennes op. Een school moet voor zoiets altijd ruimte bieden. Want het was meer dan alleen maar 'geinig'. Biggs: “De kinderen oefenden hun vaardigheden met

elkaar en in hun onmiddellijke omgeving. Dat soort leren is zelfversterkend. En iedereen vindt het leuk, wat wil je nog meer?''

Dewey begon in 1896 met 12 leerlingen, nu heeft alleen de Lower Lab School er al 452. Tot en met de high school zitten er bijna tweeduizend leerlingen. En dat vergt aanzienlijk meer systeem en harde afspraken. Het ideaal van een spontaan emergent curriculum blijft sterk, maar tegelijkertijd is Biggs juist enorm trots op de uitgewerkte studieprogramma's die onlangs onder haar leiding tot stand zijn gekomen.

“Dat was volkomen nieuw voor ons. Maar we waren er niet meer zo zeker van dat alle vaardigheden die we belangrijk vonden voldoende aandacht kregen.” Biggs laat de boekjes zien. Veel algemene doelstellingen, zoals dat ieder kind recht heeft op een eigen leerstijl en dat scholieren met elkaar samen moeten werken. Maar ook dat vierdeklassers met behulp van verschillende bronnen (bibliotheken, computers, video, databases) informatie moeten kunnen verzamelen en met elkaar in verband brengen tot een synthese. En ze moeten basale geometrische vormen kunnen

benoemen en herkennen. Biggs: “Allerlei andere scholen bellen ons op, want die willen die lijsten ook gaan gebruiken. Maar de kern van onze school is toch dat kinderen dingen doen. Ik zie 's morgens nog altijd de

kinderen blij uit de auto stappen: Ha! School! Ze worden uitgedaagd.''

Het internetadres van de Laboratory Schools is www.ucls.uchicago.edu