'Wij hebben de zaak onder controle'; Üzeyir Kabaktepe, voorman van Milli Görüs, stelt Nederland gerust:

Een nieuwe generatie is aangetreden in de leiding van de omstreden islamitische beweging Milli Görüs. Belangrijkste vertegenwoordiger: Üzeyir Kabaktepe. Voor fundamen- talisme hoeft Nederland niet te vrezen, zegt hij. Maar voor sociale onrust wel. 'De huidige generatie jongeren, daar is bijna geen geduld meer.'

Altijd het wantrouwen. Of hij nou vertelt dat hij in de textiel zat - o, met van die naaiateliers? Of dat hij zich voorstelt als directeur van een reisbureau en van luchtvaartmaatschappij Air Alfa - zeker ook veel smokkelroutes? Of als voorman van Milli Görüs Nederland - dat zijn toch die fundamentalisten? Er is altijd wel iets waarvoor Üzeyir Kabaktepe zich moet verantwoorden.

Kabaktepe legt zijn twee mobiele telefoons op tafel in het kantoortje bovenin zijn reisbureau Atlas Reizen B.V. en begint. De islamitische stroming Milli Görüs Nederland is “niet orthodox, niet extreem, niet activistisch of fundamentalistisch, maar gewoon sociaal-religieus”. En als hij er meteen achteraan zegt: “dat mag toch?”, dan is dat omdat hij weet dat zijn beweging nog altijd met argusogen wordt bekeken. Fundamentalistisch is het stempel dat gewoonlijk op Milli Görüs wordt gezet.

Van woordvoerder van een gemarginaliseerde tak van de islam is Üzeyir Kabaktepe, vorige week 32 jaar geworden, de laatste jaren uitgegroeid tot een belangrijke figuur in de moslimgemeenschap en daarbuiten. Dat heeft te maken met de positie en met de groei van de beweging. Milli Görüs rekent inmiddels zo'n 40.000 Nederlandse moslims tot haar aanhang. Vooral Turken maar de laatste jaren ook steeds meer jonge Marokkanen, aldus Kabaktepe.

Als Kabaktepe zegt dat Milli Görüs de 'zuivere islam' voorstaat, bedoelt hij dat ze niets moet hebben van de vanuit Ankara, door het staatsorgaan Diyanet voorgeschreven islam. Volgens hem lijdt die aan de 'nationalisme ziekte' en manipuleert de staat de leerstellingen. “Tijdens de Ramadan zei iemand van de Diyanet: 'U mag gewoon kauwen tijdens de vasten.' Ik dacht wat zegt-ie nu? Kauwen? Mag je dan soms ook drinken en seks hebben? Zo'n staat kan met de islam doen wat ze wil.”

In Turkije zijn de tegenstellingen verscherpt sinds de Welvaartspartij van oud-premier Necmettin Erbakan enkele jaren geleden werd verboden. Sinds kort is de partij herdoopt in Partij van de Deugd, maar hoe zij zich ook noemt: dit is de partij waarmee Milli Görüs in Europa zich verwant voelt, een partij die een islamitische politiek voorstaat. En die verwantschap is de grootste bron van wantrouwen. Wat wil Milli Görüs in Europa als haar geestverwanten in Turkije een geïslamiseerde staat nastreven?

In mei van dit jaar bracht de Binnenlandse Veiligheidsdienst een rapport uit over 'De politieke Islam in Nederland'. Kabaktepe is verheugd over de inhoud - en hij zegt erbij dat hij 'goede contacten' heeft met de BVD. Er staat weliswaar in dat “ook in West-Europa de frustratie onder de aanhang (van Milli Görüs) zal toenemen” als Erbakan en zijn partij “er niet in slagen langs parlementaire weg de idealen naderbij te brengen”, maar ook dat “binnen Milli Görüs de weerstand tegen een dergelijke radicalisering altijd groot was.”

En over de Nederlandse aanhangers staat er: “Weliswaar (worden) partijprominenten en geestelijke leidslieden voor politieke peptalk 'ingevlogen', doch de Nederlandse vleugel heeft zich in de loop der jaren een zekere bewegingsvrijheid weten te verwerven.” En verder: “Met name in de deelverenigingen waar jongeren een aandeel hebben verworven in de besturen, vooral in Noord-Nederland, zijn aanzetten waar te nemen tot modernisering van de beweging en aanpassing aan de Nederlandse verhoudingen.”

Maar daarmee is het wantrouwen nog niet weggenomen. Kabaktepe weet het. Hij weet dat Mehmet Ulger, een Nederlandse journalist van Turkse afkomst, bezig is een boek te schrijven over Milli Görüs. En dat Ulger - die verder geen onthullingen uit zijn boek wil verklappen - alvast geen gelegenheid laat voorbijgaan om te zeggen dat de vereniging niet deugt. Dat ze een dubbele agenda voert. Dat de touwtjes eigenlijk in handen zijn van de opvolger van de in Turkije verboden Welvaartspartij. Dat die de Nederlandse moslims van geld voorziet. En dat Kabaktepe in feite weinig te vertellen heeft in de vereniging en maar vooral gematigde praatjes moet verkopen aan de Nederlandse buitenwereld.

Als Ulger de bewijzen heeft, laat hij die dan maar eens op tafel leggen, zegt Kabaktepe. Ulger en andere (Turkse) journalisten maken volgens hem dankbaar gebruik van het oude imago van Milli Görüs, uit de tijd dat de beweging in Nederland nog weinig voorstelde en er vooral in Duitsland radicale figuren rondliepen.

In zekere zin heeft Kabaktepe zelf ook nog eens gebruik proberen te maken van dat imago. Vijf jaar geleden voorspelde hij in deze krant: Als wij onze zin niet krijgen, dan schuift het moskeebestuur mij aan de kant en dan komt er een radicalere man op mijn plaats. Dat was in de hoogspanningsdagen van een conflict in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. De vereniging AyaSofya, onderdeel van Milli Görüs, kocht er vijf jaar geleden een oude garage op, een terrein van drieduizend vierkante meter, om er een moskee neer te zetten, een sportcentrum, een parkeergarage, woningen en winkels. Mag niet, zei de deelraad, wij willen geen 'Turks bolwerk' in de buurt. Waarna de procedures zich aaneenregen - en dat is een beschaafde manier om te zeggen dat de partijen elkaar naar de keel vlogen.

Het stadsdeel dreigde het hele complex met de Mobiele Eenheid te ontruimen. Kabaktepe, bestuurslid van AyaSofya, trommelde duizenden moslims op om bij het stadhuis te demonstreren. “Ik dacht: dan zien de politici dat niet alleen die paar mensen uit het bestuur een moskee willen, maar ook zoveel anderen.” En ja, zegt hij, achteraf kun je misschien zeggen dat autochtone Nederlanders juist schrokken van die stoet scanderende moslims. Het was in die dagen dat oud-burgemeester Van Thijn de AyaSofya een 'tijdbom' in de stad noemde.

Het eind van de worsteling is nu in zicht. Van sportcomplex of parkeergarage is al geen sprake meer. Het gaat nu alleen nog om de moskeeruimte en een winkeltje dat daarbij hoort. De Raad van State doet daar naar verwachting deze maand een uitspraak over. Nu tekent Kabaktepe de situatie op een vel papier. Als de Raad van State de AyaSofya gelijk geeft, komt het winkeltje hier, in de hal. Als de juristen nee zeggen, komt het winkeltje in de moskee. Dat is alles.

Geen tijdbom meer? Geen radicale vervanger?

Kabaktepe: “Vijf jaar geleden zaten er twee jongeren in het bestuur van Aya Sofia. Tegenwoordig zijn het er meer dan twaalf.” Dat is het verschil. “Als die ontruiming inderdaad was doorgegaan, had de oudere generatie tegen ons gezegd, gaan jullie jongens even aan de kant, wij lossen dit op. Laat de ME maar komen, hadden ze gezegd. Misschien krijgen we een paar klappen,maar we gooien er ook een paar klappen tegenaan. Wij gaan niet weg.

“Wij jongeren hadden het nooit zover laten komen. Wij zijn ons ervan bewust dat met andere methoden rechten gekregen kunnen worden. Ik heb de zaak destijds gesust.” De oudere generatie is sindsdien opzij gegaan voor de jongere. In goede harmonie, aldus Kabaktepe, en de ouderen zijn nog altijd actief in het verenigingsleven - maar hij zegt zeer beslist dat de jongere generatie een koersverandering heeft doorgevoerd. Ook het BVD-rapport spreekt van “een scheiding der geesten, die grotendeels ook een gevolg is van een generatiewisseling.”

Milli Görüs Nederland is opengegaan. Kabaktepe heeft er een sport van gemaakt, zoveel mogelijk mensen in de AyaSofya uit te nodigen: politici, journalisten, predikanten in opleiding, politiemensen, buurtbewoners. Niet altijd tot genoegen van de ouderen. “Natuurlijk hebben wij soms tegenwerking gekregen. Voor sommigen gingen de veranderingen te snel.”

Kabaktepes contacten reiken inmiddels van de Tweede Kamer tot de Raad van Kerken en de leiding van de politie. En, het moet gezegd, in alle geledingen van dat netwerk klinkt de bewondering door. Zijn professionaliteit, zijn organisatievermogen en inzet voor buurt en vereniging worden geprezen. Zelfs zijn tegenstander voor het gerecht, voorzitter Henk van Waveren van stadsdeel De Baarsjes noemt Kabaktepe een figuur 'van nationale betekenis'.

Integratie. Kabaktepe heeft het woord vóór in de mond liggen. Dat is waar hij Nederland van wil overtuigen: zijn generatie is in Nederland aan het integreren, dat wíl ze ook. Misschien dat hij daarom ineens vertelt dat hij zijn achterban bij de laatste verkiezingen had aangeraden op de VVD te stemmen. “Klinkt dat vreemd uit de mond van een moslim? Die partij heeft haar fouten ingezien en verbeterd. Vroeger was het: 'Wát? Hoofddoekjes? Moeten we niks van hebben!' Maar ze hebben geluisterd. Nu weten ze: 'Aha, dus meisjes met een hoofddoek nemen ook gewoon een baan?' ”

Wat niet geholpen heeft bij het zorgvuldige door Kabaktepe uitgedragen imago van een gemeenschap die integratie als hoogste doel heeft, was de jaarlijkse feestbijeenkomst van de Europese aanhangers van Milli Görüs, die deze zomer in de Amsterdam Arena plaatshad. Veertigduizend mensen waren er op af gekomen. Maar wat het meest in het oog sprong was de aanwezigheid van Necmettin Erbakan,oud-premier van Turkije en leider van de Partij van de Deugd, opvolger van de verboden Welvaartspartij. Hij werd uitbundig bejubeld als leider; reden voor sommigen - de arabist A. de Groot zei het hardop voor de televisiecamera - om Milli Görüs weer te beschouwen als een partij die heimelijk islamisering van de samenleving voorstaat, ook in Europa.

“Voor mij was het belangrijk dat Erbakan er was”, stelt Kabaktepe voorop. “Dat hij zou komen, wisten ze bij de Nederlandse overheid. Daar had ik ze over ingelicht. Maar hij was er voor mij niet in de eerste plaats als politicus. Hij was er als moslim.”

Hij aarzelt even. “Misschien zijn we die dag te weinig Nederlands geweest. Maar of het nou te Turks was in de Arena... mij ging het om de organisatie. Wij hebben laten zien dat we met een handjevol Turken, 55 mensen, veertigduizend mensen bijna twaalf uur bij elkaar kunnen brengen zonder dat je daaromheen toestanden had. Er gebeuren wel ergere dingen bij een voetbalstadion. Als wij zeiden 'vlaggen naar beneden' dan gingen de vlaggen naar beneden. Zeiden we 'staan', dan gingen ze staan. Zeiden we 'zitten', dan gingen ze zitten. Ziet u, Nederland, u hoeft helemaal niet angstig te zijn, wij hebben de zaak echt onder controle.

“Wij zijn 364 dagen per jaar Turk, Nederlander, moslim, sociaal, a-sociaal, agressief, aardig, noem maar op - gewoon als iedereen. Waarom springt iedereen dan op als we één dag bij elkaar komen als Nederlands-Turkse moslims - of hoe je mij ook wilt noemen. Voor mij ben ik gewoon een Nederlander, zonodig een Turk, maar uiteindelijk een moslim.

“Die dag in de Arena was belangrijk voor ons. Milli Görüs heeft nu in Europa een achterban van 1,6 miljoen mensen en die komen één keer per jaar bij elkaar. Een dag van eensgezindheid en saamhorigheid, waarop we het samen oneens kunnen zijn met wat er op dit moment in Turkije gebeurt. Met de manipulatie van de zuivere islam.

“Mijn vrouw en ik zagen laatst via de Turkse zender ATV de diploma-uitreiking op een van de belangrijkste universiteiten in Bursa. Een meisje had de opleiding als number one afgerond. Ze droeg een hoofddoek. Loopt naar het podium om haar diploma te halen. Een vent staat daar met het certificaat tussen twee vingertoppen en laat het zo voor haar neus op de grond vallen. Ik heb met tranen in mijn ogen voor de televisie gezeten.

“Vier andere meiden met een hoofddoek worden min of meer van het erepodium geduwd. De omroeper zegt doodkalm 'fundamentalistische meisjes werden van het podium afgeduwd en de show is gewoon doorgegaan'. Fundamentalistisch - omdat ze een hoofddoekje dragen.

“De discussie in Nederland, met Bolkestein voorop, ging heel anders. Hij vroeg gewoon: leg nou eens uit wat dat voor betekenis heeft? Dat is een veel opener discussie. Je zult mij niet horen klagen over Nederland. Moslims hebben het hier veel beter dan in Turkije.

Kabaktepe vindt dat Nederlanders toch onder hand ook de ontwikkeling moeten zien dat een nieuwe generatie langzamerhand de sociale macht overneemt. “De generatie die staat voor tolerantie en wederzijds respect. Mijn generatie. En misschien duurt het nog tien jaar, maar dan zul je op zo'n dag ook Turkse meiden zien met een Nederlandse vlag, die Nederlandse liedjes zingen.

“Je had vijftien jaar geleden moeten kijken. Je vrouw? Die moest buiten in de auto wachten. Meiden moesten helemaal achterin. Mijn vrouw was er dit jaar bij, en mijn dochtertje van drie. Er kwam een Turkse zanger, het leek Michael Jackson wel. Vroeger mochten wij geen muziek, alleen Koranrecitatie. Man, nu was het disco daar. Jubelende meiden, kaarsen, vlaggen en vuurwerk.”

Maar Turken kunnen nog zo braaf willen integreren, zegt Kabaktepe, het kan niet van één kant blijven komen. En dat gebeurt volgens hem wel. Het wantrouwen van de Nederlandse samenleving speelt daarbij een grote rol. “Neem de ontwikkeling van de AyaSofya moskee. Het stadsdeelbestuur draaide alles wat wij zeiden om. Zeiden wij: we willen hier sociale woningbouw neerzetten, dan zei de deelraad: ze bouwen alleen voor de eigen gemeenschap. Zeiden wij: we bouwen hier een sportvoorziening voor iedereen, dan zeiden zij: nee, dat wordt een grote hal voor de Turken. Zeiden wij: dit wordt straks een parkeergelegenheid ook voor u, dan zeiden zij: o nee, dan gaan ze er allemaal zelf parkeren als ze naar de moskee gaan.”

Het gevolg: veel frustratie. Gemengd met de achterstand die veel Turken nog altijd hebben op de gemiddelde allochtoon, is het volgens Kabaktepe een explosieve mix. “De huidige generatie jongeren, middelbare scholieren, daar is bijna geen geduld meer. In onze achterban zitten zo'n vier- à vijfduizend jongeren, over heel Amsterdam. Die schrijven heel veel, naar onze tv-zender en onze radio of de klachtenbus. 'We kunnen in onze wijk niet voetballen, want er is altijd wel iemand die ons wegstuurt.' 'We kunnen niet in een groepje lopen, want dan komt de politie erbij staan en vraagt: wat doen jullie hier?' 'We kunnen niet met elkaar een winkeltje binnen, want er hangt een briefje op de deur: Niet meer dan één tegelijk. Nergens een pompstation in, alleen één voor één.”

“Uitgaan? Hier in de buurt heb je Marcanti Plaza, een enorme discotheek. Je zou denken: daar kunnen ze toch heen? Maar de jongeren uit de achterban zeggen: ik word weggekeken bij de deur. 'Heb je wel geld bij je? Laat je portemonnee dan eens zien.' Of: 'Jij hebt de vorige keer gevochten hè, dus jij blijft nu buiten.' Tegenwoordig worden zelfs eigen jongeren als bodyguard aan de deur gezet, Turkse en Marokkaanse jongeren. 'Zorg maar dat je landgenoten weten dat ze niet zomaar naar binnen mogen.' Regels zijn regels - maar die regels worden ter plaatse gemaakt.

“Allochtone kinderen moeten voortdurend uitkijken. Dat irriteert. We hebben een kruitvat in huis dat op exploderen staat. Wat in Overtoomse Veld is gebeurd, de rellen met Marokkaanse jongeren, dat staat ons van de Turkse jongens nog te wachten. Dat gaat gebeuren.

“Die Marokkanen waren maar een kleine groep. De Turkse generatie heeft toch nog een hechtere band. Als iemand van ons geraakt wordt, dan blijven we niet toekijken. Dan is die band - dat is een broeder van mij - weer heel erg sterk. Bij Marokkaanse jongens geef je er één een klap, die huilt en de anderen gaan weg. Nou, o wee als de politie één Turkse jongen een klap geeft, dan staan ze allemaal klaar. En niet een beetje slapjes. Dan staan ze echt klaar. Dat weet de politie ook.”