WEINIG SOORTEN EN VEEL INDIVIDUEN IS OOK EVOLUTIONAIR SUCCES

Over het uitsterven van grote aantallen diergroepen op (of nabij) de grens tussen het Krijt en het Tertiair, zo'n 65 miljoen jaar geleden,

is betrekkelijk veel bekend. Alle paleontologen zijn het erover eens dat

de soortenrijkdom toen binnen - geologisch gezien - zeer korte tijd dramatisch afnam. Daarna kwam overigens ook weer betrekkelijk snel een groot aantal nieuwe soorten tot ontwikkeling.

Veel biologen en paleontologen beschouwen het aantal soorten binnen

een geslacht of een familie als een parameter waarmee kan worden uitgedrukt welke groep het meest haar stempel drukt op haar leefomgeving

en daarmee welke taxonomische groepen in de loop van het evolutieproces succesvol zijn geweest. Amerikaanse en Engelse onderzoekers wijzen er nu

op (Science, 7 augustus) dat de soortenrijkdom echter niet alles zegt.

Zij deden onderzoek naar het voorkomen in de laatste 150 miljoen jaar (dus inclusief de grens tussen Krijt en Tertiair) van twee groepen bryozoa (mosdiertjes) die in de ondiepe zee¨en van het continentaal plat leefden. Deze kleine organismen vormen kalkskeletjes, die na hun afsterven in het bodemsediment worden opgenomen. De soorten kunnen aan de hand van hun skeletjes worden gedetermineerd. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de twee onderzochte groepen (Cheilostomata en Cyclostomata) geheel verschillend reageerden op de grens tussen Krijt en

Tertiair. De Cyclostomata omvatten vlak voor die grens 176 soorten, de Cheilostomata 178. In het begin van het Tertiair waren dat er nog 83, respectievelijk 111. Bij de Cyclostomata nam de soortenrijkdom daarna niet meer toe, bij de Cheilostomata wel.

Dat lijkt erop te wijzen dat de Cyclostomata bij de grens de zwaarste klap toegediend hadden gekregen. Het beeld is echter geheel anders wanneer de aantallen individuen worden beschouwd: vlak voor de grens was

het relatieve gewichtspercentage van de skeletjes van de Cyclostomata 28

(en van de Cheilostomata dus 72). Na de grens was dat precies omgekeerd:

72 gewichtsprocent Cyclostomata en 28 procent Cheilostomata. De mate waarin een diergroep de grens succesvol overleefde, wordt dan ook onjuist voorgesteld wanneer alleen naar de soortenrijkdom wordt gekeken.