We moeten dubbel sparen in Europa; De komende Europese pensioentekorten

Hoe gaan de Europese landen straks, met de vergrijzing, hun pensioenen financieren? Beleidsmakers in alle landen maken zich zorgen. Nederlandse deskundigen evenzeer, ook al zijn Nederlandse pensioenfondsen, gemeten naar het Nederlandse bruto nationaal product, de kapitaalkrachtigste ter wereld. Kunt u 5000 miljard euro missen voor de Europese bejaarden?

Eerst het goede nieuws. Nederlanders en andere Europeanen worden steeds ouder. En Nederland heeft voor de oudedag al zo'n 1.100 miljard gulden gespaard bij pensioenfondsen en levensverzekeraars en spaart elke

dag door. Op de wereldranglijst van pensioenvermogens staat Nederland nummer vier, achter Amerika, Japan en Engeland.

Nu het slechte nieuws. Het gros van de andere Europese landen heeft weinig tot niets gespaard, al proberen beleidsmakers van Parijs tot Rome

daar nu wel verandering in te brengen.

“In geen land is het zo goed geregeld als hier”, zegt bestuurslid D. van den Brink van ABN Amro, die hard in Brussel lobbiet voor fiscale stimulering van aanvullende pensioenen in de Economische en Monetaire Unie (EMU). “Italië heeft een heel groot gat. Daar is het merkwaardig riant geregeld.”

Vergrijzing is de angstdroom van beleidsmakers in Europa. Wat gebeurt er

wanneer de naoorlogse babyboomers officieel met pensioen gaan? Dat is na

2010. Wat gebeurt er met de kosten voor gezondheidszorg? Zijn de pensioenen wel adequaat, of moet extra worden gespaard?

Het lijkt ver weg, maar voor de opbouw van pensioen staat in Nederland 35 tot 40 jaar. Een inhaalslag is een dubbele slag maken. Rapporten, prognoses en adviezen van internationale organisaties volgen elkaar de laatste jaren op. In zijn halfjaarlijkse Economic Outlook schetste de Oeso, een adviesforum van de belangrijkste industrielanden, in juni de gevolgen in de aangesloten landen van de vergrijzing voor het economisch

draagvlak - dat is de verhouding tussen werkenden en pensioengerechtigden. In 1960 “onderhielden” tien actieve werknemers twee gepensioneerden, in 1995 was dat tien tegenover drie, in 2050 zal dat tien tegenover zes zijn, met uitschieters naar boven voor enkele Europese landen. In Duitsland en Frankrijk is het aantal actieve werknemers tegen die tijd net zo groot als het aantal pensioengerechtigden.

In Italië en Spanje zijn er zelfs meer gepensioneerden. Als Nederlandse pensioenbeheerders zorgen ventileren over de financiële

positie van de opgebouwde pensioenspaarpotten, dan valt één naam: Italië. De afgelopen vijf jaar heeft Italië twee majeure en nog enkele kleinere hervormingen van zijn pensioenstelsel doorgevoerd, maar de twijfels blijven.

De Italiaanse pensioentijdbom kan tijdig ontmanteld worden, concludeerden twee analisten van de zakenbank Morgan Stanley Dean Witter

onlangs in een rapportje. En zij sommen een waslijst voorwaarden op, waaronder aanmerkelijke versobering, hogere arbeidsparticipatie door vijftigplussers, verplichte deelname door werknemers aan nieuwe, particuliere pensioenregelingen en een drastische wijziging in het beleggingsgedrag van de pensioenbeheerders.

Anders dreigen de pensioenpremies in Italië op te lopen van de huidige 41 procent van het gemiddelde brutoloon naar 70 procent over 50 jaar. “Aan scenario's waarin werknemers later gaan werken door langere scholing en eerder met pensioen gaan, moet je maar liever niet denken”,

schrijven de Morgan Stanley analisten.

Doordat Nederlandse werknemers tijdens hun loopbaan al sparen voor hun pensioen, zijn de Hollandse spaarvarkens vet en zij worden nog steeds vetter. Dit systeem, de zogenaamde kapitaaldekking, staat tegenover het omslagstelsel waarin de werkende bevolking jaarlijks het pensioen betaalt van de ouderen. In Frankrijk en Italië wordt het complete pensioensysteem door dit omslagstelsel gefinancierd. In Nederland geldt dat alleen voor de AOW, terwijl zelfs die basisverzekering sinds kort deels door een klein spaarpotje (AOW fonds) wordt betaald. Dit omslagstelsel is kwetsbaar voor vergrijzing, als steeds meer mensen voor

hun inkomen afhankelijk zijn van relatief minder werkenden.

Toen directievoorzitter drs. D. de Beus van pensioenfonds PGGM vorig jaar als eerste waarschuwde voor de uitholling van de Nederlandse pensioenvermogens na de vorming van de EMU, vond hij weinig weerklank. Zijn angst is dat landen als Italië en Frankrijk de kosten van de vergrijzing zullen bestrijden door extra overheidsbestedingen te doen. Dat drijft de inflatie op. De geldontwaarding verspreidt zich vervolgens

over het verenigd Europa en tast ook de Nederlandse financiële reserves aan.

Onder economen is deze opvatting controversieel. Critici van De Beus wijzen er bijvoorbeeld op dat de verwachte rendementen op pensioengeld op langere termijn veel meer invloed hebben op de betaalbaarheid dan eventuele oplopende inflatie.

Maar inmiddels staat De Beus niet meer alleen. De pensioenbeheerders zijn een stuk sceptischer geworden over de officiële Europese afspraken (het stabiliteitspact) die het doemscenario van De Beus moeten

afwenden. Betaalt Nederland straks mede de rekening voor de loden last van de Europese vergrijzing, wilde voorzitter ir. J. van Niekerk van de Euro-werkgroep van de verzamelde pensioenfondsen onlangs op een symposium weten van directeur Brouwer van de Nederlandsche Bank. Van Niekerk wil een studie naar de gevolgen van de vergrijzing voor individuele landen. “Ik wil extra veiligheid, met de gegevens op tafel.

Wij moeten dit in Brussel op de agenda zien te krijgen.''

Brouwer, die onlangs van het ministerie van Financiën naar de centrale bank overstapte, probeerde de angst bij de pensioenbeheerders weg te nemen en legde nog eens uit welke garanties het stabiliteitspact in Europa biedt. “Wat kan hij anders zeggen”, reageerde topbelegger dr. J. Frijns van pensioenfonds ABP. Frijns neemt in elk geval zijn maatregelen: “De monetaire regie is onzeker. Het risico van inflatie blijft bestaan. Het onderstreept de noodzaak voor pensioenfondsen om in hun beleggingsbeleid een mondiale spreiding te volgen, omdat je binnen Europa steeds meer hetzelfde soort risico's tegenkomt, al was het maar omdat Europa lijdt onder dezelfde vergrijzingsrisico's.”

En die studie? “Een uitstekende gedachte”, zei Brouwer. Een gedachte die bovendien al nagenoeg is vervuld. Het is een rapport van de tien belangrijkste industrielanden (G-10), dat is opgesteld door een werkgroep waarvan Brouwer overigens zelf voorzitter was. Het geeft geen opheldering over de consequenties per land, maar leest als het handboek van de financiële beslissers om de pensioenproblemen het hoofd te bieden: meer sparen, langer doorwerken, lagere financieringstekorten bij

de overheid en misschien wat soberder pensioenen. De invoering van een systeem van kapitaaldekking voor de pensioenen is absoluut noodzakelijk,

verzekert Van den Brink van ABN Amro. “Wij moeten dubbel sparen in Europa. De financieringstekorten moeten omlaag en de besparingen voor pensioenen omhoog.” In de discussie over de gevaren van de EMU voor 'onze' pensioenen wil hij zich niet laten trekken. “Vergrijzing as such

is geen gevaar voor inflatie, maar wel als de overheden de tekorten weer

laten oplopen.''

Van den Brink heeft onlangs een rapport aangeboden aan Europees commissaris Monti (interne markt) waarin wordt gepleit voor drie vergaande hervormingen: de introductie van meeneembare pensioenen, volledige vrijheid bij het beleggen van pensioengelden en de introductie

van fiscale stimulansen voor werknemers om aanvullende pensioenen op te bouwen. “Het koppelen van de valuta's alleen is niet voldoende om een interne markt te creëren”, legt Van den Brink uit. “Er is een gebrek aan harmonisatie van regels, bijvoorbeeld op pensioengebied. De complicatie is dat er niet zoiets is als een Europese regering waar je dat soort onderwerpen kunt aankaarten. Vandaar dat wij het rapport aan Monti hebben aangeboden. Die was blij met onze input.”

Een van de aanbevelingen van ABN Amro is een fiscale stimulans: voor elke euro die de werknemer zelf voor zijn pensioen spaart, zou hij een euro belastingvrijstelling moeten krijgen. Van den Brink vindt fiscale douceurtjes in dit geval wel acceptabel. “Pensioen is van zodanig levensbelang, dat je dat als overheid moet stimuleren - ook vanuit het belang van de financiële gezondheid van de samenleving.”

In feite moeten de verschillende Europese overheden nog harder bezuinigen dan zij nu al doen, als ABN Amro's pleidooi voor fiscale stimulansen voor pensioenbesparingen in Brussel in vruchtbare aarde vallen. Van den Brink: “Deze trends hebben een hele lange doorlooptijd.

Je moet ruim van tevoren anticiperen. Bestaande contracten zijn moeilijk

open te breken. De komende vijf jaar houdt de economie Europa nog wel op

de been, maar na elke boom komt weer een downperiode. Tegen die tijd moeten de eerste maatregelen zijn geëffectueerd. Of je zakt zo hard

door het ijs, dat een nieuwe koers uit nood geboren wordt.''

Als Nederland de norm is, zijn de tekorten in het Europese pensioenstelsel nu al duizelingwekkend, zo blijkt uit verschillende analyses. De Nederlandse reserveringen voor de oude dag bedragen ongeveer 80 procent van het bruto nationaal product. Om de rest van Europa op een vergelijkbaar niveau te krijgen is zo'n 5.000 miljard euro

nodig.

Vrijheid bij beleggingen moet het pensioengeld verder naar de meest rendabele investering sturen. Op langere termijn gaven aandelen in het verleden een superieur rendement. De huidige beperkingen op de beleggingsvrijheid, die in menig EU-land nog bestaan, moeten verdwijnen,

vindt Van den Brink. Dat geldt ook voor het Nederlandse AOW-fonds (omvang: 3,5 miljard gulden), dat alleen in staatsobligaties belegt. “Dat het gaat zoals het gaat, is wel verklaarbaar, maar eigenlijk moet het fonds een bredere beleggingsstrategie krijgen.”

De angst voor een Europees pensioentekort van een paar duizend miljard euro brengt de beleidsmakers in beweging. De beperkingen van de huidige nationale pensioenstelsels op de Europese markt zijn daarentegen nog maar nauwelijks in kaart gebracht. Het ontbreekt aan een pan-Europees pensioenstelsel, al is er inmiddels wel een initiatief van een groep multinationals die met voorstellen willen komen. De bedrijven die in talrijke Europese landen actief zijn, klagen steen en been dat de nationale grenzen en munten wel verdwijnen, maar dat zij toch elf Europese arbeidsmarkten en pensioenregelingen houden.

ABN Amro schaart zich in het groeiende koor van Nederlandse aanhangers van in de VS gebruikelijke meeneembare pensioenen, waarmee het manco van

de arbeidsmobiliteit ondervangen kan worden. De werknemer krijgt daarbij

niet, zoals nu in Nederland, een vaste pensioentoezegging (zoals 70 procent van het laatst verdiende loon), maar een eigen pensioenpotje, waarin de werkgever premies stort. De bank werkt zelf ook aan een aanpassing van haar bestaande pensioenstelsel langs de lijnen van dit zogeheten 'beschikbaar premie systeem'. Dit spaarvarkentje kan een werknemer oppakken en meenemen naar een andere baan, ook elders in Europa.

Eerder dit jaar hield topman P. Korteweg van Robeco een vergelijkbaar pleidooi. Alleen als werknemers hun eigen pensioenfonds hebben, krijgt Europa na 1 januari ook de flexibele arbeidsmarkt die cruciaal is voor het slagen van de EMU, zo redeneren de financiers. Juist vermogensbeheerders hebben bij zo'n nieuw systeeem groot belang. De omschakeling in Amerika van bedrijfspensioenfondsen naar meeneembare pensioenen bleek een goudmijn voor aanbieders van beleggingsfondsen.

Naar de maatschappelijke gevolgen van het volstoppen van de Europese pensioenspaarpotten is het nog raden. De Europese federatie van pensioenfondsen heeft doorgerekend wat een herziening van het pensioenstelsel in Europa langs de lijnen van kapitaaldekking en versterking van aanvullend pensioen oplevert. Tussen 1993 en 2020 zullen

de pensioenvermogens bijna vertienvoudigen van 2.400 miljard tot 22.600 miljard gulden.

De consequenties van de groei van professioneel vermogensbeheer beperken

zich niet tot de financiële markten, zo concludeert de Bank voor Internationale Betalingen, een overlegforum van de centrale banken van de belangrijkste industrielanden, in haar laatste jaarverslag. Ook de ordening van het bedrijfsleven en het bestuur (corporate governance) van

de grote ondernemingen blijft niet onberoerd door de pensioenrevolutie.

De wederzijdse afhankelijkheid wordt groter. De pensioenfondsbeheerders hebben investeringsplannen van managers en overheden straks hard nodig om hun kapitalen van de massa's rendabel te beleggen. “The fact is, corporations increasingly are vehicles for providing retirement income”, citeert de Nederlandse commissie Corporate Governance in zijn rapport auteur R. Manony van het boek Who really owns corporate America.

De pensioenbeheerders worden op hun beurt invloedrijke financiers. De aanjagers van rendementsdenken in het bedrijfsleven, en biechtvaders bij

controversiële onderwerpen, zoals salarissen en opties voor topmanagers.

Pensioenpijlers

Het pensioenstelsel bestaat uit drie lagen, ook wel pijlers of pilaren genoemd. De basisvoorziening (in Nederland: AOW), het aanvullende pensioen dat bij de werkgever wordt opgebouwd (in Nederland verplicht gefinancierd via het kapitaaldekkingsstelsel, waarbij voor het pensioen eerst gespaard moet worden) en het individuele pensioen daarbovenop, bijvoorbeeld in de vorm van een koopsompolis.

In de meeste Europese landen betaalt de actieve beroepsbevolking jaarlijks de lopende pensioenuitkeringen voor de 65-plussers. Omslagstelsel heet dit systeem. In Nederland geldt dat alleen voor de basisvoorziening, het “staatspensioen” AOW. In Duitsland is dat de Rentenversicherung, die via omslagstelsel wordt gefinancierd. Aanvullende pensioenen bestaan daar wel, maar zijn niet altijd in een van de werkgever onafhankelijke aparte rechtspersoon ondergebracht, zoals in Nederland. Het aanvullende pensioen is er in mindere mate ontwikkeld, het individuele pensioen is verwaarloosbaar.

In Frankrijk bestaan ongeveer 500 verschillende stelsels voor staatspensioen, die via het omslagstelsel worden gefinancierd. De tweede

en derde pijler zijn van ondergeschikt belang. Een wetsvoorstel om pensioenvorming via kapitaaldekking in te voeren maakt weinig voortgang.

In Italië biedt het staatspensioen een hoog percentage van het laatste loon, en mede daarom is de behoefte aan een aanvullend of individueel extra pensioen klein. Een omslagstelsel financert het staatspensioen. De regering zet inmiddels vaart achter de ontwikkeling van een aanvullend pensioensysteem met kapitaaldekking.

Bron: Iris