Treurige vooruitzichten

Wat een treurnis, deze zomer. Een heimelijke bezuiniging op onderzoek; een regeerakkoord dat niet verder kijkt dan de polderdijk in 2002; en een invulling van ministersposten, waarbij vakkennis een ondergeschikte rol speelt. Verkeersdeskundige Jorritsma naar Economische

Zaken; financieel specialist De Grave naar Defensie; en Netelenbos, die niemand op Onderwijs wilde houden omdat ze daar kennelijk niet de capaciteiten voor had, naar Verkeer en Waterstaat. De regering spoort pubers aan om een vak te leren, maar voor ministers is vakkennis kennelijk niet doorslaggevend. Als voor een ministerie al geen vakkennis

nodig is, waarvoor dan wel?

Van sommige verschuivingen valt nog iets te begrijpen. Varkensinperker Aartsen op BZ is handig voor overleg met islamitische staten. Dat zijn varkenswet vaktechnisch gekraakt is en dat zijn beleid door landbouwwetenschappers is gekritiseerd, zal men in Pakistan op de koop toe nemen. Maar Jorritsma op EZ, daar valt moeilijk met tact over te schrijven. Was ook economie niet eens een vak? Hoe kan iemand, die geen opleiding heeft gehad in dat vak, die zelfs helemaal geen academische of HBO-opleiding heeft doorlopen, zo'n vaktechnisch departement leiden? Is er dan nog sprake van inhoudelijke leiding, of wordt het management van vakmensen, globale aansturing op afstand?

Let wel, het gaat hier om een departement dat samen met O, C en W verantwoordelijk is voor het technologiebeleid, waarvan men mag hopen dat het een fundament legt voor toekomstige welvaart. Wie denkt dat vice-premier Jorritsma de Nederlandse Margaret Thatcher is die dit technologiebeleid nieuwe inhoud zal bezorgen, moet haar Hollands Dagboek

in de NRC van 8 augustus maar eens rustig lezen. Als Jorritsma bezig is om een eigen visie te ontwikkelen op de Nederlandse economie, weet zij dat kundig te verbergen achter een solide scherm van onbenulligheden.

Dit alles zou minder storen als het kabinet als geheel meer technische en biologische deskundigheid in huis had. Het is een open deur, maar is onze maatschappij niet volstrekt op technologie gebouwd? De grote mondiale problemen zijn technisch en biologisch - toenemende bevolking, afnemende reserves aan water, land, grondstoffen, biodiversiteit en onverminderde humane expansiedrift. Voor een faire mondiale welvaartsdeling zijn wij afhankelijk van technologische fixes die nog niet in zicht zijn. In de regeringsverklaring geen woord over zulke problemen. Ook in het regeerakkoord komen wetenschap en technologie er bekaaid af.

Hoe bekaaid, is nog steeds niet duidelijk, want de bezuiniging op wetenschap die Paars II in petto heeft is niet met zoveel woorden terug te vinden. Kennelijk vond Paars het toch te gênant om ronduit te melden dat er op kennisvergaring bezuinigd gaat worden. Het was het buitenlandse wetenschappelijke tijdschrift Nature, dat op 30 juli wist te melden wat ons te wachten staat. Onder de kop: 'Nederlandse universiteiten en onderzoekslaboratoria staan forse bezuinigingen te wachten', rekent Nature voor dat er een bezuiniging van 4 procent per jaar aankomt. In een apart hoofdartikel kapittelt Nature de Nederlandse politici voor hun ondergraving van de wetenschappelijke basis van de kenniseconomie. Ook ex-minister Ritzen krijgt een veeg uit de pan, omdat

hij door gebrek aan politiek gewicht de wetenschap niet uit de wind heeft weten te houden. De hyperactiviteit van Ritzen bij het reorganiseren van het wetenschapsbedrijf doet Nature af als herschikking

van ligstoelen op het dek van een zinkend schip.

Hoe Nature aan die 4 procent komt, heb ik niet kunnen vinden in het regeerakkoord. Ik denk dat ambtenaren van O, C en W, ontzet door de voortgaande onttakeling van hun praalwagens, Nature hebben getipt. De universiteiten hadden al een uitgestelde korting van 200 miljoen te verwerken en berekenen nu zelf dat daar nog zo'n 100 miljoen bij komt. Bij elkaar komt dat wel in de buurt van 4 procent. Uit het regeerakkoord

heb ik alleen een doelmatigheidskorting van 0,55 procent per jaar kunnen

destilleren. Doelmatigheidskorting, wat een kinderachtig eufemisme voor bezuiniging. De ministers zouden eens een doelmatigheidskorting op het zakgeld van hun opgroeiende kinderen moeten toepassen.

Nederland kort dus weer op wetenschap. Het kan ook anders. Zowel de Verenigde Staten als Engeland zijn bezig om hun investeringen in onderzoek op te voeren. In Science, naast Nature het tweede algemene wetenschappelijke tijdschrift in de wereld, stond op 21 augustus jl. een

hoofdartikel geschreven door Tony Blair, waarin hij niet alleen onderstreept hoe belangrijk Labour onderzoek vindt als basis voor economische prestaties, maar waarin hij ook enthousiasme toont voor nieuwe kennis, los van toepassing. These are exciting times. Science continues to push back the frontiers of knowledge, finding new areas of which we were previously unaware and making discoveries that add novel twists to the world views we were taught as children. Daar zit natuurlijk wat politieke hype bij, maar toch. In de regeringsverklaring van Paars II is enig enthousiasme voor wetenschappelijke ontdekkingen niet te vinden. Ik zie Kok ook nog niet een hoofdartikel aan Science leveren over wetenschap.

Dat is werkelijke niet omdat Nederlandse onderzoekers er niet aan trekken. In het 21-augustusnummer van Science staat ook een aardig overzicht over de productiviteit van Europese onderzoekscentra. West-Nederland (de driehoek Amsterdam-Utrecht-Rotterdam) komt op de vierde plaats als het totale aantal wetenschappelijke publicaties wordt geteld. De eerste drie zijn Londen, Parijs en Moskou, waarbij Moskou vooral meetelt door natuur- en scheikunde. West-Nederland scoort bijzonder goed in biochemie en moleculaire biologie, geneeskunde, neurowetenschappen, immunologie, milieu-onderzoek, biotechnologie en toegepaste microbiologie. Dat is een harde basis voor schone en kennisintensieve industrie en het zou logisch zijn om die basis verder te versterken. Er is nu jarenlang bezuinigd op academisch onderzoek en er is veel gedaan om de onderzoeker slagvaardiger te maken, samenwerking

te bevorderen en zwak onderzoek te kappen. Na alle bezuinigingen was het

daarom tijd iets van de economische voorspoed te investeren in een wat ruimhartiger financiering van wetenschappelijk onderzoek en universitaire opleidingen. Het is een treurig vooruitzicht dat daar nu niets van terecht komt.

Er staat meer in Science van 21 augustus, dat relevant is voor een regeringsverklaring met toekomstperspectief. De volgende oliecrisis bijvoorbeeld. Volgens Science kibbelen de experts nog of die crisis al in 2005 valt of pas in 2020, maar wie denkt dat het onze tijd wel uit zal duren komt bedrogen uit. Volgend jaar al zullen de niet-OPEC-landen hun maximale olieproductie gaan bereiken. Zodra de niet-OPEC-productie gaat dalen, zal de OPEC weer in staat zijn om de prijzen op te schroeven

en dan blijft het niet bij de 53 dollar per vat die in 1979 werd gehaald. We zullen dan dankbaar zijn voor iedere gulden staatsschuld die

is afgelost en voor ieder plasje olie of belletje gas, dat nog onder Nederlandse grond zit.

De Tweede Kamer wordt nog niet gekweld door zulke zorgen en twist al weer over het geld dat eventueel over zou blijven. Met een regeerakkoord

vol smeuïge inverdieneffecten en roomzachte ombuigingen, zal afgewacht moeten worden of er straks niet geld bij moet. Aan een substantiële reservering voor slechte tijden zal dit kabinet niet toekomen. Voor investering in onderzoek is voorlopig geen ruimte.

Dat Kok bevlogenheid mist, lijkt mij niet een probleem. Een degelijke, fatsoenlijke minister-president, die niet op jurken morst en die ons niet keihard voorliegt, is een zegen en niet vanzelfsprekend. Ook de Nederland-gidslandtoon en de vermaningen aan het verre buitenland mis ik

niet. Maar een iets wijdere horizon dan de lokale polderdijk en een vier-jaars kabinetsperiode, zou voor een klein en kwetsbaar land geen overbodige luxe zijn. En meer geld voor kennisvergaring, niet minder.