Toestemming parlement voor gift bank onnodig; Regering wist van de 110 miljoen gulden, maar officieel niets van schilderij van Piet Mondriaan

Sinds donderdag bezit de Staat der Nederlanden het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Het parlement stond bij de aankoop buiten spel. Het had graag willen debatteren over het fonds waaruit het schilderij van 80 miljoen gulden is gefinancierd. Een reconstructie.

DEN HAAG, 5 SEPT. “Als de Tweede Kamer blijft zeuren dan schilder ik het zelf wel af”, grapte minister Gerrit Zalm van Financiën deze week tegen Loek Hermans, de minister van Onderwijs en Cultuur.

Zalm sprak over een gekanteld vierkant schilderij van 127 bij 127 centimeter met vele stukjes kleurband: Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (1872-1944). De stukjes kleurband lijken op smoezelige, beige pleisters. Ze hadden door verf vervangen moeten worden, maar de schilder

werd ziek en kwam er niet meer aan toe; vandaar de 'hulpvaardigheid' van

de minister om zo de parlementariërs gerust te stellen.

Hoewel sommige parlementariërs 80 miljoen gulden voor deze Mondriaan aan de hoge kant vinden, mokt de Kamer niet over die aankoopsom en ook niet over het schilderij zelf of over de onvoltooidheid daarvan. De parlementariërs hadden willen worden gekend in de introductie van het fonds waaruit deze aankoop is betaald. Nu hebben ze dat uit de media moeten vernemen en ze zijn bovendien voor een voldongen feit geplaatst.

De 80 miljoen gulden wordt betaald door stichting Nationaal Fonds Kunstbezit. Medio augustus kreeg deze stichting 110 miljoen gulden van De Nederlandsche Bank (DNB) voor de aankoop van kunstwerken. Met deze schenking wil de centrale bank een “uniek gebaar” maken naar de Nederlandse samenleving. Op 1 januari 1999 wordt de gulden namelijk vervangen door de Euro. Als een land zijn munt opgeeft, heft het zichzelf een beetje op. En om de nationale identiteit te versterken, schonk de centrale bank 110 miljoen gulden aan de stichting Nationaal Fonds Kunstbezit om kunstwerken aan te kopen ten behoeve van openbare collecties in Nederland. Boven aan het lijstje van de stichting stond Victory Boogie Woogie, het schilderij waar Piet Mondriaan tot vlak voor zijn dood in 1944 aan werkte.

Binnen de directie van De Nederlandsche Bank was in het najaar van 1997 het idee van een 'uniek gebaar' ontstaan. Het verlies aan identiteit, het afscheid van de gulden, zou moeten worden gecompenseerd met een versterking van het cultureel erfgoed.

In februari 1998 kreeg president-directeur Nout Wellink een brochure onder ogen over de Victory Boogie Woogie. In deze brochure, die op beperkte schaal is verspreid, hielden zestien prominente Nederlandse kunstkenners een vurig pleidooi voor aankoop. Het schilderij hing op dat

moment nog in de slaapkamer van het New-Yorkse echtpaar Newhouse en werd

niet te koop aangeboden.

Nadat Wellink de brochure had gelezen, werd hij benaderd door de voorzitter van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, J.M. Boll, die ook voorzitter is van de Vereniging Rembrandt en lid van de Raad van State. Boll hield een fel pleidooi bij zijn oud-studiegenoot uit Leiden om het afscheid van de gulden te markeren met de aankoop van Mondriaans onvoltooide doek.

“Het schilderij behoort tot die paar Europese schilderijen waarvan de roem universeel is”, verduidelijkt Boll. “Het is een creatie, ontstaan

in de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog, als een triomferend antwoord op deze oorlog. De intense Europese samenwerking is te beschouwen als een antwoord op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Tussen afscheid gulden, introductie euro en Victory Boogie

Woogie loopt een cultuurhistorische lijn.''

Wellink was gewonnen. De bankpresident polste vervolgens demissionair minister Zalm, politiek verantwoordelijk voor het beleid van De Nederlandsche bank. Na overleg met premier Wim Kok liet Zalm de centrale

bank weten dat “het initiatief met sympathie werd beoordeeld”. Hij verbond er wel de voorwaarde aan dat het niet ten koste mocht gaan van de winstuitkering aan de Staat. De bank stelde de voorwaarde dat de kunstwerken eigendom werden van de Staat ten behoeve van openbare collecties in Nederland.

Op het moment dat Zalm door de centrale bank werd benaderd, wist hij nog

niet dat dat nieuwe kunstaankoopfonds voor een substantieel deel zou worden besteed aan de aankoop van Victory, maar het verbaasde hem niet. Tijdens de grote Mondriaan-tentoonstelling in 1994 werd de toen pas aangetreden minister van diverse kanten al benaderd om de staatskas aan te spreken om dit schilderij naar Nederland te halen.

Boll en Hans Locher, directeur van het Haags Gemeentemuseum waar het schilderij komt te hangen, hadden de afgelopen jaren de Amerikaanse particuliere verzamelaar Samuel I. Newhouse verscheidene keren benaderd met het verzoek of ze het schilderij konden kopen. Een actie die zich in

warme belangstelling van koningin Beatrix kan verheugen; de majesteit heeft een passie voor beeldende kunst, waarbij Piet Mondriaan tot de favorieten behoort. Tot begin dit jaar was de missie van het duo Boll en

Locher zonder resultaat, maar in het voorjaar kreeg het toestemming om het schilderij voor 40 miljoen dollar te kopen.

“We moesten dit geheim houden, want Newhouse heeft een hekel aan publiciteit”, zegt Locher. “En wanneer het zou zijn geveild, zouden we

het nooit hebben kunnen bemachtigen, want dan zou de prijs te hoog zijn geworden.'' De demissionaire bewindslieden Zalm en Kok gaven toestemming

voor de gift van 110 miljoen gulden, maar wisten officieel nog niet wat er met het geld zou worden aangeschaft.

De gift van De Nederlandsche Bank van 110 miljoen gulden is afkomstig uit de winst over dit jaar. Normaal zou de bank het geld toevoegen aan de reserves. Op grond van een afspraak die in 1974 is gemaakt tussen de toenmalige bankpresident Jelle Zijlstra en de toenmalige minister van Financiën Wim Duisenberg wordt de winst van de centrale bank volgens een vaste formule verdeeld tussen een afdracht aan de staatskas en een toevoeging aan de bijzondere reserves. Deze reservepot is inmiddels zo goed gevuld, dat voor 1998 wordt afgezien van een storting en het bedrag vrij beschikbaar is. De centrale bank mag deze reserves vrij besteden, maar heeft daarvoor wel de toestemming nodig van de minister van Financiën.

De minister is niet verplicht om toestemming te vragen aan het parlement. “Gelet op het bepaalde omtrent winstbestemming en reservevorming in de statuten van De Nederlandsche Bank N.V. en de Bankwet 1998 bestaat daartoe geen noodzaak”, schrijft Zalm in antwoord op Kamervragen het parlement. En in zijn antwoord laat hij ook weten dat

er naar zijn mening geen noodzaak is om de wet op dit punt te wijzigen.

De minister van Financiën is politiek verantwoordelijk voor het handelen van de centrale bank. Wanneer de Tweede Kamer dit handelen afkeurt kan ze de minister van Financiën naar huis sturen, maar die

kans is klein. Op 27 juli is het tweede paarse kabinet door koningin Beatrix beëdigd en een van de eerste acties van het nieuwe kabinet was de goedkeuring van de DNB-gift. Geen enkel bewindslid tekende bezwaar aan.