SUPERBELLEN WORDEN MOGELIJK GEBLAZEN DOOR GAMMAFLITSERS

In veel sterrenstelsels worden reusachtige 'bellen' expanderend gas

waargenomen waarvan de ontstaanswijze nog niet duidelijk is. De uitdijende superbellen zouden kunnen ontstaan door het relatief kort na elkaar exploderen van zware, kortlevende sterren. Het probleem is echter

dat zich in het centrum van zulke bellen vaak niet voldoende sterren blijken te bevinden om zo'n serie supernova-explosies voort te brengen. Amerikaanse en Russische astronomen suggereren in de Astrophysical Journal (501, L163) een andere mogelijkheid: éénmalige explosies die samenhangen met flitsen gammastraling uit het heelal.

Gemiddeld wordt er iedere dag uit satellieten ergens aan de hemel een flits van gammastraling waargenomen. Pas in het afgelopen jaar is het dank zij de waarnemingen van de Italiaans-Nederlandse röntgensatelliet Beppo Sax duidelijk geworden dat deze flitsen worden opgewekt in sterrenstelsels die op afstanden van miljarden lichtjaren van ons vandaan staan. Dit impliceert dat de flitsen alleen al op gammagolflengten een energie van 10 joule vertegenwoordigen. Op alle golflengten tezamen zou hun energie ten minste een factor tien groter moeten zijn.

In vele sterrenstelsels worden bel- en ringvormige structuren gevonden met diameters van duizenden lichtjaren. Hun expansie vertegenwoordigt een hoeveelheid energie van 10 joule of meer. Al in de jaren zestig werd

gesuggereerd dat deze structuren zouden ontstaan door super-supernova's,

ofwel hypernova's. Later dachten astronomen meer in de richting van opeenvolgende explosies van gewone supernova's, maar er zijn weinig aanwijzingen dat zich in de belkern zoveel sterren hebben bevonden.

De explosies die samenhangen met gammaflitsen zouden voor wat hun energie betreft goede kandidaten voor het ontstaan van zulke superbellen

kunnen zijn. De energie zou geleverd kunnen worden door het vrijkomen van gravitatie-energie tijdens de vorming van zwarte gaten, bijvoorbeeld

door het in elkaar storten van zeer zware sterren. Zulke catastrofale gebeurtenissen zouden binnen één sterrenstelsel vaak genoeg voorkomen om de waargenomen aantallen superbellen te kunnen verklaren.