Scheiden doet lijden; Pensioenrechten vormen vaak sluitpost

(Echt-)scheiden doet lijden. Vaak niet alleen emotioneel; ook financieel.

Tastbare zaken kunnen bij een echtscheiding redelijk vlot verdeeld worden. De bankrekening is eenvoudig te splitsen. De waarde van het huis, de auto en de boot is doorgaans netjes te bepalen. Maar bij de levensverzekeringen (lijfrente- en kapitaalverzekeringen) gaat het al wat moeilijker. Pensioenen vormen vaak een sluitpost. En dat terwijl die

soms een waarde vertegenwoordigen, die ver boven die van de auto en soms

zelfs van het huis uit stijgt. Als de ex-echtgenoot (van 50 jaar) recht kan krijgen op 5.000 gulden ouderdomspensioen per jaar vanaf de pensioenleeftijd van de andere echtgenoot (die nu 52 is) vertegenwoordigt dat op dit moment een waarde van zo'n 30.000 gulden. Als daarbij ook de partnerpensioenrechten worden opgeteld komt men aan ongeveer 43.000 gulden.

Nadat in de rechtsgeschiedenis de Hoge Raad lange tijd vond dat het ouderdomspensioen zozeer bij de werknemer hoorde dat zijn of haar ex-echtgenoot daarvan niet mocht profiteren ging die Raad in 1981 'om'. Hij vond toen dat de vrouw van een werknemer haar taak als huisvrouw zo goed gedaan had dat ook zij in de waarde van het ouderdomspensioen mocht

meedelen.

Sinds 1 mei 1995 is de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding van kracht, waarin de verdeling van het ouderdomspensioen is geregeld. Volgens die wet heeft de ex-echtgenoot van de werknemer recht op 'de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens huwelijks periode is opgebouwd'. Eenvoudiger kan het niet, zou men zeggen. Toch komen er een aantal zaken om de hoek kijken.

Clary en Henk zijn drie jaar getrouwd als hun huwelijk misloopt. Voordat

zij trouwden woonden zij vijf jaar samen. In die acht jaar werkt Clary bij een bedrijf met een pensioenregeling volgens het zgn. 'eindloonsysteem'. Daarbij wordt ieder jaar een stuk ouderdomspensioen 'verworven' en worden de pensioenrechten over de gehele diensttijd aangepast aan het laatstverdiende salaris. Ze heeft behoorlijk carrière gemaakt en heeft 10.000 gulden ouderdomspensioen opgebouwd volgens het laatste overzicht van het pensioenfonds. Bij de echtscheiding moet door het fonds bepaald gaan worden hoeveel pensioen er is opgebouwd tijdens de huwelijks periode (dus in de drie laatste jaren).

Henk blijkt bij zijn werkgever een pensioenregeling te hebben, waarbij hij niet direct recht krijgt op - vanaf zijn pensioenleeftijd te ontvangen - jaarlijkse uitkeringen, maar op een pensioenkapitaal dat op pensioendatum omgezet moet gaan worden in ouderdomspensioenuitkeringen. Hierbij moet voor Clary berekend gaan worden op welk deel van dat kapitaal zij recht gaat krijgen.

Met de flexibilisering van pensioenregelingen ontstaan nieuwe aandachtspunten. Veel VUT-regelingen worden omgezet in 'prepensioenregelingen'. De werknemer krijgt daarbij een tijdelijk ouderdomspensioen vanaf een leeftijd, die ligt voor de werkelijke pensioenleeftijd (die meestal 65 is). Moet dit 'tijdelijk ouderdomspensioen' ook verevend worden? Daarvoor moet eerst bekeken worden of en zo ja, wanneer er recht op zo'n tijdelijk pensioen bestaat.

Een werknemer kan recht krijgen op een tijdelijk pensioen vanaf bijvoorbeeld leeftijd 60 (tot 65), mits hij maar op 60-jarige leeftijd het dienstverband zal beëindigen. Zou hij eerder weg gaan bij die baas dan vervalt zijn recht op tijdelijk ouderdomspensioen. In dat geval

hoeft dat tijdelijk pensioen niet verevend te worden. Zou de regeling zo

zijn dat de werknemer - ondanks een eerder vertrek - toch vanaf 60 recht

krijgt op (een deel van) dat tijdelijk ouderdomspensioen dan moet ook dat recht verevend worden.

Sommige 'pre-pensioenregelingen' zijn een mix van een VUT- en een pensioenregeling. Dat kan juridische vragen oproepen (omdat VUT-rechten niet verevend hoeven te worden.) Zoals bij het ABP .Sinds april 1997 is daar de FPU-regeling van kracht. Een regeling, waarbij de ambtenaar eerder dan de 65-jarige leeftijd een uitkering zal kunnen gaan ontvangen. Ambtenaar Marijke (60) gaat scheiden en vraagt aan het ABP of

haar FPU-uitkering (van 30.000 gulden per jaar tot 65) voor de helft aan

haar ex-echtgenoot zou moeten toekomen. In eerste instantie meldt het ABP dat dat inderdaad moet gebeuren. Het staat zo ook in de publieksfolder. Later wordt dat genuanceerd. De technische details zullen wij u besparen, maar volgens de uiteindelijke uitleg van het ABP hoeft Marijke maar een klein stukje aan haar man toe te laten komen. En dat is weer zo klein dat - volgens de wet de verevening niet hoeft door te gaan.

Heel anders dan bij het ouderdomspensioen gaat het met het de verdeling van het recht op weduwe-/weduwnaarspensioen. De regeling daarvoor staat in de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW). De ex-echtgenoot van de 'pensioenopbouwer' heeft recht op dat deel van het weduwe- of weduwnaarspensioen wat zij/hij zou krijgen als op de datum van echtscheiding de werknemer met ontslag zou gaan. Volgens de wet moet de pensioenuitvoerder bij een ontslag vaststellen wat er volgens de redelijkheid en billijkheid aan weduwe-/weduwnaarspensioenrechten kan worden gegeven. De uitkering ontvangt de ex natuurlijk pas als de andere

echtgenoot is overleden.

In dat kader zal de modernisering van de pensioenregelingen ook invloed hebben op de echtscheidingsrechten. Bij sommige pensioenregelingen wordt

tegenwoordig alleen een nabestaandenpensioen verzekerd gehouden zolang de werknemer in dienst is (verzekering op risicobasis). Gaat de werknemer uit dienst dan zijn er geen rechten meer op nabestaandenpensioen. Omdat bij een echtscheiding van een 'pseudo-uit-diensttreding' sprake is komen er daardoor aan de ex-echtgenoot ook geen rechten toe op een deel van het weduwe-/weduwnaarspensioen.

De overheid heeft in de betreffende wetten vastgelegd dat de echtgenoten

(met notariële of rechterlijke verklaringen) er voor kunnen zorgen dat de pensioenrechten niet worden verrekend. Zeker als beide echtgenoten pensioenrechten opbouwen en de waarde van ieders rechten met

elkaar overeenkomt kan dat een goede weg zijn. Voor diegenen, die niets meer met elkaar te maken willen hebben, scheiden zich daardoor niet alleen de emotionele, maar ook de financiële wegen.